schuchter
Schuchter als ze was
durfe ze nauwelijks buitenshuis
Ze meed elke confrontatie
als een kind dat een ommetje zoekt
voor de boze wolf
Ze kon de lente van het leven niet aan
het jonge groen bereikte haar niet
De zomer klopte bij haar aan
vol overtuiging met gloed en warmte
Ze bloosde als de rijpe kersen
maar durfde ze niet te proeven
Stil en teruggetrokken bleef ze zitten
in haar kastanjebolster
die de herfst haar bood
Nu de winter haar bezoeken zal
wacht ze nog altijd
op de openbaring
Ingrid Lenaerts

