bos
Elk kind plant een boom
In het geboortebos groeit
elk zijn groene droom.
Ingrid Lenaerts
bosElk kind plant een boom
In het geboortebos groeit
elk zijn groene droom.
Ingrid Lenaerts
visser en visDichbij het kanaal
neemt de dag middagpauze
de visser slaapt vast
De vis loert naar aas
maar laat de dobber drijven
op overleven
Ingrid Lenaerts
zuidersZon hoog en helder
zuiderse flitsen dragen
zwoele zindering
Ingrid Lenaerts

meeuwenMeeuwen op de dijk
doen er aan paaltjeszitten
heel listig en sluw
ze loeren hem uit
om de vis af te snoepen
bij de wandelaar
hevig fladderend
luid krijsend boven je hoofd
ten aanval voor buit
scherpe bek die rukt
die vogel duldt geen inspraak.
vis alleen voor hem.
Ingrid Lenaerts
wilde zeeDe zee gallopeert
razend snel zichzelf voorbij
-ik buiten adem-
Ingrid Lenaerts.
de margrietenMargrieten hangen
treurig gekraakt door regen
in een natte tuin
Ingrid Lenaerts
speeltuinenSpeeltuinen zijn leeg
schommel of glijbaan verkilt
zonder kinderen
de draaiton werkt niet
alleen wind jaagt door haar buik
met een regenbui
Ingrid Lenaerts
westenwindEen westenwind plaagt
de wolken met overlast
weg met al dat nat.
treurigheid beklijft
vreugdeloze gedachten
Geef ons toch wat zon.
Ingrid Lenaerts


stadde stad is mijn gril
van vol glimmende glinsters
tegenstellingen
Ingrid Lenaerts
dorphet dorp is mijn nest
het barst van diepe weemoed
herinneringen
Ingrid Lenaerts

de bladsteel parelt
druppels wankel evenwicht
na de regenval
Ingrid Lenaerts
somberSombere morgen
de lucht draagt droef een rouwkleed
wanneer zien we zon?
Ingrid Lenaerts
gelukVeel muizenissen
zijn katten niet gegevn
wat een echt geluk
Ingrid Lenaerts
gevelde dennenGevelde dennen
liggen er gewond in rij
voor de zagerij
Een staathond plast driest
tegen de bomen hun schors
zonder bezinning
Ingrid Lenaerts
goudbloemengoudbloemen zwieren
zwaaiend in de zon hun kroon
als ogen in vlam.
Ingrid Lenaerts
bloementruinDe bloentuin treurt een beetje
bij al die grijze luchten
bij tonnen water
over zijn aardse pracht
De rozen zijn verstild
hun scharloken rode hoedjes druipen,
de bladranden vervagen
de anjers zijn teneergeslagen
bij bossen uiteen
werd hun kameraadschap beproefd,
de leeuwenbekjesdruilen
laten hun lipjes hangen
de salvia's houden zich niet meer recht
in het sompige modderveld
en de hortensia's meestal hemelsblauw
verwateren tot temige tantes
de tuinmeubelen staan naakt en nat
geen bezoeker wil hun diensten
Alle bloemen hebben seizoensverdriet
ze kunnen elkaar niet troosten
ze bidden tot de zon vol overgave
dat zij hun gebed mag verhoren
Wij kunnen mee acteren
de zon om warmte vragen
want we kunnen ze allen gebruiken .
Wel zon,waar blijf je?
Laat je zo niet smeken
doe jezelf wat meer eer aan.
Ingrid Lenaerts
het is nacht De nacht rust vredig
de duisternis bestendigt
de vraag naar het licht
Ingrid Lenaerts