In winderig weer
dansen er wilde wolken
in een schrale zon
Regen pijpesteelt
de straten zonder adem
staan blank tot de stoep
Ingrid Lenaerts
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
was
Was met hopen die ik verwens
van alle voetballers één week lang
trainingpakjes, broekjes en kousen
om een leger soldaten mee te kleden
De professionele wasserij te prijzig
laat te lang op zich wachten
want onze ploeg heeft niet zoveel reserve
Met de geur heb ik het ook niet
Verschaald zweet van de sportieve inspanning
kleeft aan mijn handen zit in mijn neus
Aan de wasdraad liefst ,met deze processie
van lijfjes en benen in grote hoeveelheid
tot ze drogen in zon en wind
om dan opnieuw bevuild te worden
bij de volgende training in het slijk.
Ingrid Lenaerts
wat zij wou
Zij wou hem laten sterven
Zoals een kreupel paard
Maar dan niet op stal maar in bed
Hij droeg een gipskorset
Met franjes op zijn buik
Zij verzorgde dat vol toewijding
Tot ontluistering van zijn ego.
Met de regelmaat van de klok
Ontkende ze de realiteit en de pijn
Van haar slachtoffer dat berustte.
tenzij hij niet gelaafd werd in de wijngaard
Tot de strijd haar uitputte en zij viel
Tegen de rotsen van haar etterbuil
Zij alles moest staken en hulp inriep
Van een muis en medebroeder
Ingrid Lenaerts
De man met de gebroken geest
De man met de gebroken geest
beukt tegen zijn waarheid aan
hij wou een andere zonder vrees of haat
maar zijn woorden werden gevangen gezet
zelfs in quarantaine geplaatst
Zijn bewakers maakten hem driftig
afhankelijk van de verboden vrucht
die lonkte in een vrouwspersoon
met weelderige boezem in het aanbod
Terwijl zij lonkte zong ze een lied
zoals een Sirene uit haar doodsrepertorium
Hij verloor en werd zacht bedwelmd
door het honingzoete parfum van de leugen
De laatste zelfstandige daad voltrok zich niet
Zijn waarheid werd vertrappeld
Ingrid Lenaerts
gebukt
Gebukt onder de zorgen
zoals de ouderdom onder takkenbossen
op de rug gestapeld in een lang verleden tijd
zit zij dagelijks te vechten tegen de bierkaai
probeert zichstaande te houden
laat af toe de moed zakken
maar kan telkens weer overeind
haar moed bepalen en te gebruiken
Zij weet zich echter telkens te redden
uit de storm die komt opdagen
zoals een boei die op zee drijft.
Ingrid Lenaerts
Weemoed
Schatten zoeken op het strand
liefst bij valavond
wanneer het gestrande schip
dat wij dromen op zijn kanteling ligt
wij op de boot klimmen
als habbekrats-piraten
het ruim openen dat knarst
in zijn scharnieren
wanneer het vale licht uit een zaklamp
ons alle goud ter wereld laat zien
Een beeld van vergankelijkheid
nog niet eens echt dat wij
als vissers binnen in onze herinneringen
weer tot leven roepen
alsof onze fantasie ooit werkelijkheid was
zo van zeg weet je dat nog .
Ingrid Lenaerts
Van toen
Terwijl zij herkauwen ,de runderen ,
op het middaguur vol loze gedachten
turen ze over de horizon naar onbestemd
Wanneer de stilte loodzwaar weegt
in de weilanden tussen de polderkavels
doet de boer zijn schijnslaap
voor de buitenwereld
Hij nodgt de boerin uit
tot een partijtje rollebollen
in het bed na het noeste veldwerk.
Zij volgt gelaten.
Ingrid Lenaerts
Zweven in een luchtballon
onder de nietige wereld
kleine huizen als blokkendoosjes
voor dwergen in de avondzon
rivieren als zilveren linten
in het haar van een ballerina
De zon komt dichterbij
als je reisgenoot
Het geluid van de branders
suist ons in de oren
we stijgen naar oneindig
terwijl het land onder onze voeten
een miniatuur wordt
Ik hou de adem in van ontzag
Ingrid Lenaerts
een beetje verward
Wat ze zegt dat klinkt overjaars en duister
niet te ontwarren in zijn context
van heden tot verleden loopt de weg
over zandkuilen en rotsapartijen
Ze kan de werkelijkheid moeilijk inschatten
nu deze als een doolhof geen uitgang biedt.
haar gedachten zijn als vlinders vertrokken
uit haar hoofd naar een ander focuspunt
Haar lichaam weegt als lood van onmacht
Ze lijkt verzeept met gaten in de kennis
als een oude brokkelkaas zonder cohesie.
Om den treure grijpt ze mijn hand
dat ik haar troosten zou in deze dagen.
Ik ben haar zo erg nabij.
Ingrid Lenaerts
in de branding
die haar likkebaarden doet
naar de fatamorgana's
van blauwe meren in de verte.
Te goedgelovig werd zijn beroofd
van onschuld en toewijding
bij het grijze kabbelende water
uit de droom van de nabije oase
vol heerlijke dadelpalmen
Ingrid Lenaerts
ijskoud
Ijskoud
de wind die me striemt
als een zweepslag in het gezicht
Uit het zeegat blaast hij zijn geweld
als een sisssende slang.
Diep in mijn kraag gedoken
handen rood van kou in mijn zakken
om een beetje bescherming
tegen de gure streken
van de najaarskweller.
Ik stap huiswaarts
versnel mijn pas
ben bij jouw warmte
in mijn hoofd
terwijl rode wijn wacht
bij de haard.
Ingrid Lenaerts
binnenzee
Dat mijn binnenzee kolkt als een vulkaan
de lava stroomt over mijn akkers
mijn woede is als orkaan
die de regens op me loslaten
Ik wil me niet laten brandmerken
als vee uit de pampas
door enkele drieste cowboys die mijn woorden
willen verorberen als hamburger
of cornedbeef bij hun taalpakket.
Ze willen me verknechten tot wetten
die ik niet wil onderschrijven
Laat het vrije woord in mij blijvend huizen
van top tot teen in hart en nieren.
Ingrid Lenaerts
Wind zit in de bomen
schudt hun takken
laat hun blaren warrelen
Wind waart over het water
dat hij rimpelt tot klotsend golven
tegen de kademuur in de haven
Donker duister drijft hij de wolken
als jakhalzen die huilen
over de verlaten loodsen
Wind speelt in zijn haar
duwt in de rug
versnelt de pas naar het huis
aan het kopje koffie dat geurt
in gedachten
Ingrid Lenaerts
elfje
Een elfje ligt te slapen
broos en breekbaar
op haar goudbrokaten vleugels.
Haar zomer eindigde hier
op dit breekpunt
van bos en rivier
Ze lijkt net het dochterje
van vele prinsesssen
uit mijn sprookjestijd
Wanneer ze weer kwik zal zijn
zal ze haar vleugels spreiden
voor de grote reis
zoals een trekvogel
zijn winterschuilplaats
aandoet
Ik fluister haar goede vaart toe
Even glimlacht ze.
Ingrid Lenaerts
schuchter
Schuchter als ze was
durfe ze nauwelijks buitenshuis
Ze meed elke confrontatie
als een kind dat een ommetje zoekt
voor de boze wolf
Ze kon de lente van het leven niet aan
het jonge groen bereikte haar niet
De zomer klopte bij haar aan
vol overtuiging met gloed en warmte
Ze bloosde als de rijpe kersen
maar durfde ze niet te proeven
Stil en teruggetrokken bleef ze zitten
in haar kastanjebolster
die de herfst haar bood
Nu de winter haar bezoeken zal
wacht ze nog altijd
op de openbaring
Ingrid Lenaerts
bruisend van energie
kristalhelder water druipt over de rots
in kleine en grote slingers
bruisende almacht die dalwaarts dondert
tot de grote bergrivier dat het water stuwt
immer verder in een lange reis
bij het meer waar de bergen zich weerspiegelen
Ingrid Lenaerts
kathedraal
In het zonlicht dat warrelend rondwaalt in de middagdrukte
tussen de zware steunberen en voeten van de muren
wisselt de lange schaduw haar gedaante van uur tot uur
de grote toren met zijn rijzige galmgaten triomfeert
over de stad die zindert van de zomerwarmte
de beiaard speelt zijn mooiste lied als een feest
de wereld huppelt nu veel lichter op zijn zolen
Het portaal in vlamgothiek nodigt de bezoeker uit
Heiligen, bijbelfiguren,Maria en Jozef en zelfs God de vader
elk doet er zijn ding vredig naast elkaar in het dagelijks leven
Eens voorbij de portiek nodigt de kerk uit tot stilte
In haar schot is het heerlijk koel verwachtend de rust
Het orgel vleugelt zijn sonore klanken langs het raam
kaarsen blakeren hun grilligheid op de pilaren en stoelen
De gelovige bidt hier de waarnemer observeert
de tijd maakt zich klein en ingetogen
alvorens hij buiten weer spoorslags vertrekt
Ingrid Lenaerts
ontheemd
Liefde gaf je grote wandelschoenen
een geografische kennis voor oriëntering
liefde liet je de brede paden verkennen
in een landschap bij avondvol modderkuilen
Dan mocht je delen van wat het bed bood
tussen de flitsende lakens tropische nachten
van spel en uitdaging der hemelgoden
tot de zon haar licht door de vensters zaaide
Liefde gaf je het huis der vreemden
waar alles anders was en bleef
onverstoord door de dagen ontheemd zijn
die zich vermenigvuldigden als een rijke kroost.
Ingrid Lenaerts
samenvatting
Om zo maar een collega samen te vatten van dag tot dag
In een wereld van administratie die je persoon beknot
Daar woorden te plaatsen niet als in een duistere grot
Maar de dingen recht voor de raap af te vuren als een slag
Dan spreekt hij voor u ongewassen zijn mening uit
Hij heet niet moeilijk te zijn maar heeft zowat zijn rotvast idee
Dan valt hij niet af te leiden, wat hij zegt daar doe je het mee.
Hij verspeelt weinig klanken zit de wil nauw op de huid
Al lang is er een hechte band met het begrip dossier
Hij schrijft geduld, regelt regelmaat cijfert constanten
Deze ingrediënten zijn bijna elke dag zijn verwanten
Toch laat hij zijn gedachten tochten op een luchtige kier
Af en toe zit hij om een sterke uitspraak niet verlegen
Zijn naam draagt een erotisch beginsel, namelijk de billen
Ik weet niet of hij het zo zou willen, af en toe eens goed gillen
André, mij sleur je niet mee, ik laat mij niet wegvegen.
Ingrid Lenaerts
mascotte
Jij bent de mascotte van elk moment
overal sleep ik je mee door de tijd
Je bent gepind op mijn netvlies, zelfs
gebrand in mijn hoofd als als een tatoo
gechipt in mijn volle verstand kom je
tot leven als pure bron van geluk
De zorgen aan de kant in de zon
zit je me op de huid, altijd mijn lief
Ingrid Lenaerts

