november
Grijsgrauw overspant
de valavond zijn lichaam
dood in november
dood op de vaartdijk
het gras vergeeld in zijn ziel
wacht op wintertijd.
Ingrid Lenaerts
novemberGrijsgrauw overspant
de valavond zijn lichaam
dood in november
dood op de vaartdijk
het gras vergeeld in zijn ziel
wacht op wintertijd.
Ingrid Lenaerts
bloemenboeketAan het boeket het kaartje "zomaar"
aan huis besteld zonder naamvermelding
een omvangrijke bos rode en witte rozen
Wie zou deze geheimzinnige schenker zijn
tevens de aanbieder van vele vragen
van waar wie wat wanneer waarom
zonder enige aanduiding
Ze voelde zich zienbaar overrompeld
zelfs bloednerveus door deze attentie
nu haar rust verstoord werd.
neen, het was geen pretje
ondanks de hemelse pracht van het boeket
Zoals het kan verkeren
Ingrid Lenaerts
koppigOude man aan bed
blootsvoets en bibberend
weigert koppig elke hulp
ontkent afhanklijkheid
zoals een drenkeling
een reddingsboei weigert
Valt als een gevelde boom
op de koude vloer
zijn moordenaar loert
om het hoekje
lacht als een volmaakte overwinnaar
de tanden klapperend
in zijn doodshoofd
Ingrid Lenaerts
afvalberg
vreemsoortig
stoelendans
Passé
milo mijn kleinzoonMilo mijn kleinzoon lacht voor het eerst
in zijn prille leven zijn gehele mondbreedte
draait zijn hoofdje ter verkenning
van zijn grote wereld op een kussen
Grote mensen bewonderen hem in zijn wiegje
vergelijken zijn gezichtje met familietrekken
leggen de verwantschap uit , de wijsheid
van veel generaties vervlogen tijd
de anekdoktes en verdrietjes van verwanten
maar Milo beslist wanneer hij huilt
wanneer hij gewoon laat horen
dat hij honger heeft
ook de eerste traantjes
over zijn bolle wangen
Ingrid Lenaerts
behoeden
impressieSoms bekruipt me de schaduw van de klank
alle dissonanten laten me huiveren tot het bot
nu zij hun discordantie op de muren weerkaatsen
en ik de rillingen op mijn huid wil ontkennen
Heeft het iets te maken met het verwerken
emotie die uit de instrumenten opduikt
zoals een storm op zee die losbarst
als heerser over wateren die ontbreidelen
Sla geen acht op mijn bleke verlegenheid te weten
dat het concert me vervoert naar de volksreus
die me wil omarmen maar die ik niet bereiken kan
of zoiets als de onmogelijkheid mezelf te verklaren
Ingrid lenaerts


Hij woont in een kraakpand
waar de goot lek is
het dak scheefgezakt
zonder water licht of vuur
slaapt op een afgedankte matras
eet fastfood uit zakken
cola bier en wijn uit blik
is niet gewassen is ongeschoren
heeft slechts één reistas
heeft geen doel meer
tenzij inslapen
na de zoveelste dronkenlmansronde
Ingrid Lenaerts
sleutelkindNa schooltijd zit hij op de stoep
te kniezen als een snerende zaag
schreeuwt en slingert zomaar schuttingtaal
naar een willekeurige voorbijganger
Hij weet met zichzelf geen blijf
en rukt zich de kleren van het lijf
als protest tegen de sleutel onder de mat
Hij wordt vreemd bekeken heel even maar
dan is alles weer voorbij
Zijn moeder komt niet opdagen
Ze heeft rendez vous
met haar zoveelste vriend.
Ingrid Lenaerts
herfst bloeit herfst bloeit in mijn tuin
witte rozen langs de muur
late tederheid
herfst rijpt in bomen
appels en peren goudgeel
met zoete vruchten
herfst wacht op winter
eerste kou over berijmd gras
een dun ijslaagje
Met warme woorden
verjagen wij barre kou
het haardvuur knettert.
Ingrid Lenaerts
masker livingHij vraagt zich af maanblauwe
leegte in zijn hoofd
Achter niemandsland
valt de gedachte, roept een geest
U
kleinzoon.Ik wil geen boom zijn zei hij
mijn vierjarige kleinzoon heel overtuigd.
Ik wil geen blaren aan mijn armen
ik wil die niet altijd open houden
De boom moet altijd blijven staan
en dan nog wel buiten zomaar
de boom kan niet spelen
hij kan ook niet praten
hij kan nooit op vakantie gaan
en hij eeft geen mama en papa
en ook geen oma.
Tot daar een bekentenis
die mij tot nadenken stemde
Ingrid Lenaerts

Dat mijn vader de rode berg gemaakt had
stond als een paal boven water in herinnering
Dat de schooljuf naderhand dit feit ontkende
maakte mij kwetsbaar als een naakt vogeljong
De rode berg was het bezit van mijn vader
op doek in het landschap van West-Vlaanderen
dat hij fier als een gieter met spots belichtte
alsof het licht hem verteerde in de buik van de berg
De rode berg was het werk van een God zei men
Die bergen maakte uit het niets zijn almacht
die mij tegenstond want hij was te goedkoop
de kleurendief en zijn trawanten, alleen
Mijn vader was de rode berg en geen ander.
Ingrid Lenaerts
zalmSam de zalm zwemt kronkelend en fonkelend
stroomopwaarts als een tegenkracht
bij het donderende rivierwater
Soms huist hij in een helder kreekje
onder de brug waar hij zich schuil houdt
voor felle vissers die op zijn vissenlijf jagen
Hij weet dat hij een lekkernij is voor de mens
maar daar gaat hij niet mee akkoord
duwt zich tussen de kolkende watermassa
steeds hogerop om te verschalken
om te vechten tegen deze praktijkten
die zijn leven met moord bedreigen
Eindigen op je bord dat wil hij niet.
Ingrid Lenaerts
Met zicht op zeeWij hadden zicht op zee in onze bagage gestopt
we lieten de wind het spel van water in zijn golven
de zon liep met ons mee maar ze beroerde ons niet
het uitwaaien bleef uit maar keerde de angst naar binnen
We deden alsof wij alle herinneringen zouden wissen
de zwijgzaamheid zou de angsten moeten stutten
we zouden elkaar terugvinden in de goede dagen
die als kleinoden van geluk onder zandkorrels zaten
We hebben gezocht naar onze liefde zoals strandjutters
die bij eb het strand afschuimen opzoek naar schatten
die ze god weet waar bijeen scharrelen en omklemmen
en daar lag ze weer voor het grijpen onverklaarbaar
Met zicht op de volle wijdse wereld die ons omarmde
Ingrid Lenaerts

In winderig weer
dansen er wilde wolken
in een schrale zon
Regen pijpesteelt
de straten zonder adem
staan blank tot de stoep
Ingrid Lenaerts