Ze dansen met lantaarntjes in hun ogen
Ingrid Lenaerts


Hij woont in een kraakpand
waar de goot lek is
het dak scheefgezakt
zonder water licht of vuur
slaapt op een afgedankte matras
eet fastfood uit zakken
cola bier en wijn uit blik
is niet gewassen is ongeschoren
heeft slechts één reistas
heeft geen doel meer
tenzij inslapen
na de zoveelste dronkenlmansronde
Ingrid Lenaerts
sleutelkindNa schooltijd zit hij op de stoep
te kniezen als een snerende zaag
schreeuwt en slingert zomaar schuttingtaal
naar een willekeurige voorbijganger
Hij weet met zichzelf geen blijf
en rukt zich de kleren van het lijf
als protest tegen de sleutel onder de mat
Hij wordt vreemd bekeken heel even maar
dan is alles weer voorbij
Zijn moeder komt niet opdagen
Ze heeft rendez vous
met haar zoveelste vriend.
Ingrid Lenaerts
herfst bloeit herfst bloeit in mijn tuin
witte rozen langs de muur
late tederheid
herfst rijpt in bomen
appels en peren goudgeel
met zoete vruchten
herfst wacht op winter
eerste kou over berijmd gras
een dun ijslaagje
Met warme woorden
verjagen wij barre kou
het haardvuur knettert.
Ingrid Lenaerts
masker livingHij vraagt zich af maanblauwe
leegte in zijn hoofd
Achter niemandsland
valt de gedachte, roept een geest
U
kleinzoon.Ik wil geen boom zijn zei hij
mijn vierjarige kleinzoon heel overtuigd.
Ik wil geen blaren aan mijn armen
ik wil die niet altijd open houden
De boom moet altijd blijven staan
en dan nog wel buiten zomaar
de boom kan niet spelen
hij kan ook niet praten
hij kan nooit op vakantie gaan
en hij eeft geen mama en papa
en ook geen oma.
Tot daar een bekentenis
die mij tot nadenken stemde
Ingrid Lenaerts

Dat mijn vader de rode berg gemaakt had
stond als een paal boven water in herinnering
Dat de schooljuf naderhand dit feit ontkende
maakte mij kwetsbaar als een naakt vogeljong
De rode berg was het bezit van mijn vader
op doek in het landschap van West-Vlaanderen
dat hij fier als een gieter met spots belichtte
alsof het licht hem verteerde in de buik van de berg
De rode berg was het werk van een God zei men
Die bergen maakte uit het niets zijn almacht
die mij tegenstond want hij was te goedkoop
de kleurendief en zijn trawanten, alleen
Mijn vader was de rode berg en geen ander.
Ingrid Lenaerts
zalmSam de zalm zwemt kronkelend en fonkelend
stroomopwaarts als een tegenkracht
bij het donderende rivierwater
Soms huist hij in een helder kreekje
onder de brug waar hij zich schuil houdt
voor felle vissers die op zijn vissenlijf jagen
Hij weet dat hij een lekkernij is voor de mens
maar daar gaat hij niet mee akkoord
duwt zich tussen de kolkende watermassa
steeds hogerop om te verschalken
om te vechten tegen deze praktijkten
die zijn leven met moord bedreigen
Eindigen op je bord dat wil hij niet.
Ingrid Lenaerts
Met zicht op zeeWij hadden zicht op zee in onze bagage gestopt
we lieten de wind het spel van water in zijn golven
de zon liep met ons mee maar ze beroerde ons niet
het uitwaaien bleef uit maar keerde de angst naar binnen
We deden alsof wij alle herinneringen zouden wissen
de zwijgzaamheid zou de angsten moeten stutten
we zouden elkaar terugvinden in de goede dagen
die als kleinoden van geluk onder zandkorrels zaten
We hebben gezocht naar onze liefde zoals strandjutters
die bij eb het strand afschuimen opzoek naar schatten
die ze god weet waar bijeen scharrelen en omklemmen
en daar lag ze weer voor het grijpen onverklaarbaar
Met zicht op de volle wijdse wereld die ons omarmde
Ingrid Lenaerts

In winderig weer
dansen er wilde wolken
in een schrale zon
Regen pijpesteelt
de straten zonder adem
staan blank tot de stoep
Ingrid Lenaerts
wasWas met hopen die ik verwens
van alle voetballers één week lang
trainingpakjes, broekjes en kousen
om een leger soldaten mee te kleden
De professionele wasserij te prijzig
laat te lang op zich wachten
want onze ploeg heeft niet zoveel reserve
Met de geur heb ik het ook niet
Verschaald zweet van de sportieve inspanning
kleeft aan mijn handen zit in mijn neus
Aan de wasdraad liefst ,met deze processie
van lijfjes en benen in grote hoeveelheid
tot ze drogen in zon en wind
om dan opnieuw bevuild te worden
bij de volgende training in het slijk.
Ingrid Lenaerts
wat zij wouZij wou hem laten sterven
Zoals een kreupel paard
Maar dan niet op stal maar in bed
Hij droeg een gipskorset
Met franjes op zijn buik
Zij verzorgde dat vol toewijding
Tot ontluistering van zijn ego.
Met de regelmaat van de klok
Ontkende ze de realiteit en de pijn
Van haar slachtoffer dat berustte.
tenzij hij niet gelaafd werd in de wijngaard
Tot de strijd haar uitputte en zij viel
Tegen de rotsen van haar etterbuil
Zij alles moest staken en hulp inriep
Van een muis en medebroeder
Ingrid Lenaerts
De man met de gebroken geestDe man met de gebroken geest
beukt tegen zijn waarheid aan
hij wou een andere zonder vrees of haat
maar zijn woorden werden gevangen gezet
zelfs in quarantaine geplaatst
Zijn bewakers maakten hem driftig
afhankelijk van de verboden vrucht
die lonkte in een vrouwspersoon
met weelderige boezem in het aanbod
Terwijl zij lonkte zong ze een lied
zoals een Sirene uit haar doodsrepertorium
Hij verloor en werd zacht bedwelmd
door het honingzoete parfum van de leugen
De laatste zelfstandige daad voltrok zich niet
Zijn waarheid werd vertrappeld
Ingrid Lenaerts
gebuktGebukt onder de zorgen
zoals de ouderdom onder takkenbossen
op de rug gestapeld in een lang verleden tijd
zit zij dagelijks te vechten tegen de bierkaai
probeert zichstaande te houden
laat af toe de moed zakken
maar kan telkens weer overeind
haar moed bepalen en te gebruiken
Zij weet zich echter telkens te redden
uit de storm die komt opdagen
zoals een boei die op zee drijft.
Ingrid Lenaerts
WeemoedSchatten zoeken op het strand
liefst bij valavond
wanneer het gestrande schip
dat wij dromen op zijn kanteling ligt
wij op de boot klimmen
als habbekrats-piraten
het ruim openen dat knarst
in zijn scharnieren
wanneer het vale licht uit een zaklamp
ons alle goud ter wereld laat zien
Een beeld van vergankelijkheid
nog niet eens echt dat wij
als vissers binnen in onze herinneringen
weer tot leven roepen
alsof onze fantasie ooit werkelijkheid was
zo van zeg weet je dat nog .
Ingrid Lenaerts
Van toenTerwijl zij herkauwen ,de runderen ,
op het middaguur vol loze gedachten
turen ze over de horizon naar onbestemd
Wanneer de stilte loodzwaar weegt
in de weilanden tussen de polderkavels
doet de boer zijn schijnslaap
voor de buitenwereld
Hij nodgt de boerin uit
tot een partijtje rollebollen
in het bed na het noeste veldwerk.
Zij volgt gelaten.
Ingrid Lenaerts

Zweven in een luchtballon
onder de nietige wereld
kleine huizen als blokkendoosjes
voor dwergen in de avondzon
rivieren als zilveren linten
in het haar van een ballerina
De zon komt dichterbij
als je reisgenoot
Het geluid van de branders
suist ons in de oren
we stijgen naar oneindig
terwijl het land onder onze voeten
een miniatuur wordt
Ik hou de adem in van ontzag
Ingrid Lenaerts
een beetje verwardWat ze zegt dat klinkt overjaars en duister
niet te ontwarren in zijn context
van heden tot verleden loopt de weg
over zandkuilen en rotsapartijen
Ze kan de werkelijkheid moeilijk inschatten
nu deze als een doolhof geen uitgang biedt.
haar gedachten zijn als vlinders vertrokken
uit haar hoofd naar een ander focuspunt
Haar lichaam weegt als lood van onmacht
Ze lijkt verzeept met gaten in de kennis
als een oude brokkelkaas zonder cohesie.
Om den treure grijpt ze mijn hand
dat ik haar troosten zou in deze dagen.
Ik ben haar zo erg nabij.
Ingrid Lenaerts
in de branding
ijskoudIjskoud
de wind die me striemt
als een zweepslag in het gezicht
Uit het zeegat blaast hij zijn geweld
als een sisssende slang.
Diep in mijn kraag gedoken
handen rood van kou in mijn zakken
om een beetje bescherming
tegen de gure streken
van de najaarskweller.
Ik stap huiswaarts
versnel mijn pas
ben bij jouw warmte
in mijn hoofd
terwijl rode wijn wacht
bij de haard.
Ingrid Lenaerts