regendag
de kat zit voor de deur miauwend nat
Ingrid Lenaerts
regendag
bleekBleek als iele lucht
pijn om het zijn dat niet mag
morgenzon brengt hoop
Ingrid Lenaerts
netelNijdig als netel
brandt ze je levensziel toe
vrouw van wrange haat
Ingrid Lenaerts

Windstil je ogen
Vaar ik door je wateren?
Knipoog heel even
Ingrid Lenaerts
en nog de zeeJe naamt veert in mij
spiraal gedragen op wind
ik ontvang een boom
Ingrid Lenaerts
ZeeDe zee is haar thuis
haar weerspiegeling die zingt
wij zijn verwanten
Ingrid Lenaerts
klimopKlimop klamt zich vast
op een monotone muur
wij observeren
Ingrid Lenaerts

vloei
droomZij droomde nog van haar kermismolen
zoals ze haar leven wilde beelhouwen
Op elk paard en kar zat een jaargetijde
jeugd met het manenpaard wilde haren
de kar volgeladen met hevig sentiment
de jonge merry met de hippe veulens
één en al zorg voor de kroost
samen duwden ze de kar kopstotend speels
vooruit met de toekomst die lachte
met open vizier reden ze hemelwaarts
het midlifepaard was iets trager
langzamer in de draf keurig uitgedost
de kar reed trager naar zijn herfst
de veulens waren paard geworden
verdwenen van het carrousel
de stokoude knol lag op zijn flank
de kar gestrand op de molen
toen stond de kermismolen plots stil
de droom lag stuk.
Ingrid Lenaerts

eksterTegen duisternis
scheert de ekster langs de heg
ze zoekt haar warm nest
Ingrid Lenaerts
en jij bent verwonderingen jij bent verwondering
voor de kleuren in de brandglasramen
terwijl wij samen het gekleurde licht
in onze herinneringen stapelen
als een overheerlijk aanbod
wat de zon vermag met haar reuzekracht
als een ode aan zichzelf.
Ingrid Lenaerts
blauwigBlauwig wolkendek
als een aquarel op doek
wie is je schepper?
Ingrid Lenaerts

Waterbleke zon
je bent nog aan de hemel
Staks striemt de regen
Ingrid Lenaerts
jacht
SomsSoms kolk ik als een wilde rivier
die donderend tegen haar oevers slaat
wanneer jij daar moeder alleen moet krimpen
in dat veel te hoge bed verstild en kil
wanneer je kinderen slechts de dagen tellen
dat je broze lichaam en smalle hoofd
nog te zien zullen zijn boven de dekens
De dagen en de nachten zijn zwart geschakeld
Ik voel zo met je mee in je magere hand
een leven van inzet voor je kinderen
slechts enkele woorden vriendschap
de herinneringen van toen aan groot plezier
wars van alle chagrijn en lauwe leemte
toen het goud nog straalde op de toverberg
en je glimlacht weer om de zon aan het raam.
de maan en de schitterende sterren daarboven.
Ingrid Lenaerts
doodZij zwijgt nu haar vaders dood
alsof ze zeepbellen waren zo
uit haar kinderjaren.Het aantal
begreep ze niet in het kwadraat
Hadden zij snorren of een baard
droegen zij broek kort of lang
voor de herberg van de troost
als een cowboy met sigaret
in het land van Sitting Bull
Bij God welk label had het vaderschap
in de droom van lieve Pappie
baba dad of gewoon een vader.
Ingrid Lenaerts

alcazar