Meindert van Schure zoals ze hem hier noemen
de man met de lange armen en de slungelbenen
een grof gezicht met uitgeproken lippen
grote oren en een haviksneus maken hem plomp
Hij heeft last van zijn ongelukkige lichaamsbouw
legt dan ook het accent op een stoere taal
houdt de pestkoppen veraf door zijn gewicht
Onder deze ruwbouw steekt echter een hart van goud
Zijn bereidwilligheid om de zwakken te beschermen
die is alom bekend en bijna legandarisch
Hij helpt waar hij kan om het leed te verzachten
hij draagt de zon in zijn hart tussen zijn ribben
hij heeft een gezond boerenverstand als niet één
Meindert van Schure , wanneer je in ons dorp komt
hij zal je opweg zetten als je het hem vraagt
Ingrid Lenaerts
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
diamant
zij voor dag en dauw opstonden in het koude huis
de akkers omploegen het zaaien het maaien
Marie maakte dagelijksede boerenkost voor het gezin
Nu zitten ze hier vandaag in hun dorpskerk
terwijl hij Marie op haar magere billen tikte
Ingrid Lenaerts
failiefoto
Onze oom "Nonkel Pater" staat daar
de broers en zussen staan allen bij elkaar
Oma schreit, ze nipt aan een zakdoekje
Nonkel Pater kijkt gelukzalig voor zich uit
Ik moet huiveren bij de gedachte nu jaren later
Ingrid Lenaerts
nat en duister
Nat en duister bij valavond op onze huid
als waterhoenen lopen wij huiswaarts naar de bus
Er heerst een kleffe drukte op straat
Fietsers in regenpakken ritsen tussen wagens
wagens scheren zenuwachtig over het wegdek
Met weinig respect voor de voetganger
rijden ze naast de stoeprand door plassen
In de bus staan we als ingeblikt
we schudden over en weer bij elke versnelling
de rode stopbel doet ergerlijk alle haltes
doorschuiven,doorschuiven roept de chauffeur
alsof hij een bende koeien bijeen drijft
De ramen zijn bedampt buiten niets dan water
wij ruiken vochtigheid en lichaamsgeuren
We hebben hoofdpijn tot barstens toe
Daar is de halte waar we eruit kunnen
Onze verlossing van dit busritje is nabij.
Ingrid Lenaerts
en plots verspringt van tak naar tak
De beukenblaren zijn triest verwelkt
Ingrid Lenaerts
beukenlaan
Op de beukenlaan
viert de herfst zijn kleuren bot
ademloze pracht
geel en rood palet
een kunstenaar aan het werk
elk jaar opnieuw raak.
Ingrid Lenaerts
illusie van één moment
Bosrand waar het licht voller wordt
de eiken dunner en vroeger kaal
slechts nu nog bij valavond een streepje klaarte
de krassende kraaien over de maisvelden
de verre lichten in de vallei van de Semois
Hier staat echter het huis van de boswachter
als een sprookje van weleer
met groene luiken en een rode deur
kabouters in de tuin en een terracotta ooivevaar
ze staan hun dagen uit zonder verpinken
Je zou geloven dat roodkapje hier ooit was
en een wolf die uit het bos loerde
maar het zijn gewone toeristen
die voor het donker wordt het bos verlaten
om in Café du Moulin het streekbier te proeven.
Ingrid Lenaerts
over mythe
Over mythe,
Over distels
Over de kleine waarheid
of hoe je leert verzinnen
aandacht vragen
blijft hangen
in de schaduw
van je eigenste ik
de wereld
een stoofpot
Uit de dichtbundel "Achter rasters en rafels"
1999
Ingrid Lenaerts
Blijf bij mij
Blijf bij mij tot de zon nooit ondergaat
Krimp die bleke dagen van weemoed
zoals chloor vervliegt naar iele lucht
van schade over een bunker stilte
Ogen vloeien nat als waterwegen
kroppen als duiven voor de vliucht
in het woord dat breekt ongenadig
op de rotsen van wijlen de zee
en wijlen vader en zijn barre aarde
in de mist als draaischijf om den brode gekromd
van onvoltooid verlangen van verleden
het heden nu tot de monenten des doods
Het punt. Schreef hij zijn troonrede
als parels voor de zwijnen eerbaar dier
van zijn goede dis waar hij thuis was
achter de dijk tegen de wilde riviercapriolen.
Ingrid Lenaerts
Men spreekt zacht in blauwe ogen
een monument van diepe stilte
dit bolwerk zondagavond valt alles te begrijpen
buiten angst en dan gebroken taal
Men verstopt jaren verzwegen nietigheid
als luis op de agora zwervend
ooit te ontmoeten dat zilverspoor
van een slankengang naar bestemming
Men twijfelt de werld op zijn kop
aan één realiteit of zij er is
en niet een andere , een spiegel die barst
van woorden in gestolde lava
Men hoort een misthhoorn op maandag
gewoon de gang der dagen binnen handbereik
In het kristal tintelt de zon eeuwig verder
vergeet dit kromme leven dat vastnagelt
Ingrid Lenaerts
verwennen
Ik wou je verwennen met zoveel
maar je hebt geen tijd om te blijven
koning voetbal wacht na de middag
topmatch en topprestaties te verwachten
voetbal is mijn concurrent
dan blijf ik maar bij de poes
die het nog altijd vertikt buiten te gaan
Zij begrijpt meer van een knuffel
en houdt trouw de wacht terwijl ik brei
aan je supporters-sjaal voor
alweer die voetbal
Wat ben ik toch te gek.
Ingrid Lenaerts
regendag
de kat zit voor de deur miauwend nat
Ingrid Lenaerts
bleek
Bleek als iele lucht
pijn om het zijn dat niet mag
morgenzon brengt hoop
Ingrid Lenaerts
netel
Nijdig als netel
brandt ze je levensziel toe
vrouw van wrange haat
Ingrid Lenaerts
Windstil je ogen
Vaar ik door je wateren?
Knipoog heel even
Ingrid Lenaerts
en nog de zee
Je naamt veert in mij
spiraal gedragen op wind
ik ontvang een boom
Ingrid Lenaerts
Zee
De zee is haar thuis
haar weerspiegeling die zingt
wij zijn verwanten
Ingrid Lenaerts
klimop
Klimop klamt zich vast
op een monotone muur
wij observeren
Ingrid Lenaerts
Dat wat was : een zorg om pijn die hevig knaagt
enige reden van bestaan gehad heeft op de drempel
Ingrid Lenaerts
vloei
Ingrid Lenaerts

