vrieslucht
Ingrid Lenaerts
vrieslucht
sterrenregensEen heldere lucht
een sterrenhemel schittert
slechts hemelse rust
Plots een rode schicht
sterrenregens spetteren
lichtbakens bij nacht
Ingrid Lenaerts
lege doosAchter een grote herinnering zat ze aan
bevlogen zoals een bezige bij
diepte ze uit alle koffers weemoed
en geneugten vervlogen heerlijkheden
Zij vond geen replica van het verleden
noch adem noch kleur noch tekst
Ze zat voor de lege doos van de tijd
die alles had opgeslokt
zelfs die laatste liefde
die zij nooit vergeten kon.
winterluchten
naamDe naam die hij draagt
als levenskrans
op zijn bestemming
kan zijn boodschap
niet ontwijken
hij heet Philiphe
en houdt van paarden
hij koestert hen
als zijn levensbezit
Zijn paarden ze zijn
z'n goden.
Ze bevestigen dit dagelijks.
Ingrid Lenaerts
vaal licht
hazelaars
in zijn armenZij ligt als een sprookje in zijn armen
verder dan de gedroomde werkelijkheid
overschrijdt de zaligheid van het moment
zoals een heerlijke praline smelt op haar tong
Ze vindt geen woorden daarvoor
ook de klanken willen niet naar buiten
het is een warm dier in de hals
dat haar buitenste binnen draait
Zij bewaakt het angstvallig lief
dit ooit te verliezen
Ingrid Lenaerts

stad van de emotieLaagstad waar ik woon en werk
waarin ik me verberg voor verdriet
met tonen lager dan mijn pijn
waar ik dans van groot plezier
met bokkensprongen groter
dan de geit die in mij woont
die ik nu ken en ervaar
zo zei men toch toen men mij nog zoeken ging
gewonnen verloren binnen de muren
van de grenzen die ik wou verleggen
toen men mij nog brandmerken wou
Nu ontziet men mij plezier en pijn
in een verkromd alfabet dat mij duldt
als fenomeen der moderniteit
mijn stad ik hou je voor bekeken
tot ik op mijn bek ga in jouw schoot.
Ingrid Lenaerts
van een duizendpootIk maak je tot duizendpoot
van al mijn behoeften
die je me prinsheerlijk kan aanreiken
zoals de verhalen uit lang verheelde sagen
Ik maak je tot duizendpoot
van al mijn fantasieën
die ik met mondsjesmaat laat sijpelen
over je duizend poten
om me te voltooien
Ik ben de zonderling
buiten alle windstreken
mijn geheimen hou ik vast
in mijn ondoorgrondelijke taal.
en toch ben ik niet die gek
die men schuwt om zijn waanzin.
Ingrid Lenaerts
Meisjes en hun poppenMeisjes willen allemaal prinsessen zijn
alsof er geen gewone mensen meer zijn
Glitterende jurken en lange blonde haren
zoals hun poppen die lege dozen zijn
met een hoofdje vol zagemeel
als de prins maar komt op zijn witte paard
hen overlaadt met geschenken
uit een paleis van goud en zilver
in een kasteel van de stoutste dromen
Er zijn geen gezonde poppen meer
ze hebben allen wespetailles
dragen hoge hakken uit behaagzucht
opgetut als kleine volwassene
schminkdozen avant la lettre
Waar zijn de gezonde baby's
met hun zachte huiden en kleertjes
van dagdagelijks gebruik?
Die met blozende wangen die huilen ?
Die je kan knuffelen als niet één
Toch niet alleen in het museum?
Ingrid Lenaerts
schouderMijn hoofd op je schouder binden
bij de lantaarn
een liefdeswimpel
in balancerend heimwee
zo wil ik blijven dragen
de overlast
ik als jonge vogel uit het koekoeksnest
mag niet verdwalen
zo vreemd als een kever
in een boksersring
Zo koortsig klein
zoek in in stapelwolken
je scheve schaduw
Ik duw , ik trek en ik vecht
met katers en kromme statrten
Jij vormt mijn boomoase
hoog in plamen
naar droomkastelen
op zomerwielen
ik schenk je mijn noodklok
het is tijd voor het aards paradijs
Ingrid Lenaerts
ruiters op de landweg
latente afstandIk wil dagelijks de herinneringloze gedachte worden
de zee zonder tij
ik wil ontdaan zijn van
uitgebuite emoties
Ik wil een koele kikker zijn
een stalen ros
een helleveeg
ik wil de vrouw met duizend listen zijn
ik wil de ongenaakbare granietzuil
worden
de amrikaanse eik
of de verborgen stalagmiet
Ik bedwelm je met eenvoudige twijfels
ik verwar je in een web van afhanklijkheid
ik verlam je met gassen uit koeiedrek
ik verslind je als honderd pond rauw hondenvoer
Ik zal jer onttronen
ik zal je ontkronen
ik zal je verslaven
nooit meer laven
tussen haat en verlangen
tussen hoop ent wijfel wil ik je laten stikken
je dagelijks verklikken
maar ik kan het niet
ik wil opnieuw en opnieuw
je wervelende en kwetsbare ik zijn
Uir "Bargoens belijden"
1988
Ingrid Lenaerts
teken de dag
berkenStriemende wind slaat
jonge berken als een beul
zij beven van angst
Hun takken zwiepen
als zwepen tegen elkaar
onbarmhartig laf.
Ingrid Lenaerts
vuurtorenDe vuurtoren waakt
als een reus op de oever
zwaait licht over zee
Ingrid Lenaerts
SinterklaasWat bracht nu de Sint ?
Grotemensen wensen soms?
mocht toch ook wel eens.
Ingrid Lenaerts
winderigEen winderig weer
drijft ons door regenvlagen
nauwelijks nog droog
Ingrid Lenaerts