In water werd ik indringend anders
op de drijfzijde van het leven
licht en lucht waren me minder zwaar
al was het maar de illusie die borrelde
in mijn hoofd vol spinrag gesponnen zorgen
In water zag ik hooggebergte
Ingrid Lenaerts

In water werd ik indringend anders
op de drijfzijde van het leven
licht en lucht waren me minder zwaar
al was het maar de illusie die borrelde
in mijn hoofd vol spinrag gesponnen zorgen
dat hekDat hek rondom mij
Dat heb ik niet geplaatst
Vergeet het maar me hier zo te zien
Ik ben meer dan het keurslijf
Dat men mij wou aanmeten
Men wou mij vaag en volgzaam
Onopgemerkt
Als eentje dat het midden houdt
Tussen het kleine genoegen
En de alledaagse sleur
Maar brak ik uit mijn voegen
Cement verpulverde tot het gruis
In de wind die mij vervoerde
Tot ver boven de grenzen
nog altijd niet geland
Zo vrij als een vogel in de lucht
Heb ik dat hek bekakt
Zonder enige spijt.
Ingrid Lenaerts
in namen
beetje modemuseumLedenpoppen op rijen
ze dragen allen wisselende feestkledij
zwartwit combinatie gele rode uitdaging
hoeplerokken en vlindermouwen
corsages en in extenso plooien
hoeden met boomgaarden er bovenop
paraplu en wandelstok
kousen doorschijnend verleidelijk
de tentoonstelling overrompelt
de verbaasde bezoeker.
Ingrid Lenaerts
theaterVanop de scène
achter de schermen
tussen de vele decors laveert
het theaterspook
de geest van het stuk
de zoon van de mythe
de stemmen van de zang
de voeten van de dans
de operaziel
zij kijken de schouwburg in
de open muil van het publiek
dat grillig weegt en waagt
applaudiseert of veroordeelt
vanuit de zaal dat fluidum
waarmee theater valt of staat.
Ingrid Lenaerts
het jonge licht
je naamJe naam
je goede naam
daar bouw je zelf aan
als een groot mooi huis met heel veel kamers
dat je koestert
om het behoud
wat je dierbaar is
een kwade naam
die de roddel nog versterkt
in de zwarte stegen der dagen
is een pestbuil
die immer verder kruipt
tot ze barst
Zo draagt het woord van de moraalridder
zijn boodschap uit
toch inspirerend om af en toe
eens te luisteren.
Ingrid Lenaerts
valavond
koor en kind
vuurwerkSissend schot gaat de lucht in
Duisternis breekt in stralen
schichten vuurwerk hemelwaarts
dan een sterrenregen
helle kleuren uit een toverstaf
van een lichtfee
de stad baadt in het licht
dan is weer alles duister
volkomen
tot de volgende knal
in het rookgordijn.
Ingrid Lenaerts

volmaaktVolmaakt is het woord
dat ver buiten mezelf ligt
dat mij niet uitdaagt
dat ik ook onbeschaamd
in de ogen durf te kijken
het groeit niet in mijn tuin
het zit niet in mijn handen
het is me gewoonweg vreemd
omdat wij niet verwant zijn
leg ik het naast me neer
en laat het aan anderen over
deze status te bereiken
Aan al wie deze betrachtingen nastreeft
wens ik veel succes
ik zal jullie nooit assisiteren
Ingrid Lenaerts
op zoek naar
Foie grasIk hou er niet van
op mijn bord
krijg er kippenvel bij
krijg er koude rillingen van
denkend aan al die ganzen
die zomaar eten opgeduwd krijgen
door hun strot gewurgd
om vette levertjes te hebben
de laatse weken van hun leven
in enge hokken
vol kommer en kwel.
van dierenleed gesproken
ik word er onwel van
bij de gedachte
uit "Kerst en een beetje commercie"
kerststalNaast een kribbeleegte
wachtend op de geboorte
van de Heiland
Maria reeds aanwezig
in een experimentele vorm
de geplooide koperdraad
haar algehele wezen
van eenvoud en toewijding
Jozef in massieve houten gedaante
gepolijst van top tot teen
staat verkrampt bij de kribbe
wacht er met staf en reistas
os en ezel in plastic
schreeuwerig rood en groen
boven hen barok engeltjes
die het wonder uitbazuinen
Van modernisme gesproken
in de stad gezien
met een aardig prijskaartje.
Ingrid Lenaerts
Uit "Kerst en een beetje commercie"
winters op de fietsOp de fiets
ingeduffeld tot hart en ziel
bestand tegen kou
en ijzige wind
trapt hij met volle kracht
als een noeste werker
op zijn pedalen
ziet het landschap
uitgekleed
op de kale akkers
kraaien die het wintervet zoeken
krassend als bezemheksen
in de lucht
ziet het water
rimpelend op de stroom
platanen grijzer en schuwer dan ooit
trapt en trapt
tot de herberg van Marie
waar hem het schuimend bier wacht.
Ingrid Lenaerts
eeuwig groeneeuwig groen
naadbossen waar de schakering niet vergaat
die seizoenen trotseert
in haar beslotenheid
waar stilte tussen de stammen zweeft
als een goede fee
uit onze wensdromen
eeuwig groene takken
zoals wij ze in onze beelspraak
stapelen
als het beeld van jeugdige sterkte
er middenin voelen wij ons geborgen
behouden voor het spookbeeld
van een sombere winter
met schraal licht
die wij willen vergeten
Ingrid Lenaerts
daarna...
kerstmodeDe kerstboom wordt verbannen uit de huiskamer
vervangen door kale twijgen met zilveren bollen
aardebruine slingers brengen je naar de woestijn
alwaar de kerst ontstond bij volle koude maan
niets blijft bij de oude traditie bewaard
we worden gereinigd gedachtengoed
tot meerdere eer en glorie van de geldwolf
die zijn kerstkassa aardig laat klinken
bij een Merry Christmas en een kerstman
plastiek rendieren en slee met kunstsneeuw
kerstkraampjes in kaartenhuisjes op de markt
bij een glühwein op een verwarmd terras
Ingrid Lenaerts
Uit " Kerst en beetje Commercie "
kritikastersMen zou kunnen zeggen dat ik oubolligheid ben
in de kern van mijn vibrerend waaihoofd
dat een burgertrut in mij huist
zoals het cliché bij blauwe ogen
en liefde die nooit zal vergaan
mijn motto voor deugdzaamheid
gewoonte van elke dag
als een zedigheidgordijntje
huis tuin en keuken emoties van de bellettrie
Ik ril bij deze roddels als
een kind zonder kleren op het ijs
ik kruip in mijn nakomelingen
voor dag en dauw gewapend
tot de tanden
wanneer de korf van kritikasters
over het land uitgeschud wordt
Ingrid Lenaerts