een schaapherder dreef zijn kudde
In winter bar koud om te verliezen

volmaaktVolmaakt is het woord
dat ver buiten mezelf ligt
dat mij niet uitdaagt
dat ik ook onbeschaamd
in de ogen durf te kijken
het groeit niet in mijn tuin
het zit niet in mijn handen
het is me gewoonweg vreemd
omdat wij niet verwant zijn
leg ik het naast me neer
en laat het aan anderen over
deze status te bereiken
Aan al wie deze betrachtingen nastreeft
wens ik veel succes
ik zal jullie nooit assisiteren
Ingrid Lenaerts
op zoek naar
Foie grasIk hou er niet van
op mijn bord
krijg er kippenvel bij
krijg er koude rillingen van
denkend aan al die ganzen
die zomaar eten opgeduwd krijgen
door hun strot gewurgd
om vette levertjes te hebben
de laatse weken van hun leven
in enge hokken
vol kommer en kwel.
van dierenleed gesproken
ik word er onwel van
bij de gedachte
uit "Kerst en een beetje commercie"
kerststalNaast een kribbeleegte
wachtend op de geboorte
van de Heiland
Maria reeds aanwezig
in een experimentele vorm
de geplooide koperdraad
haar algehele wezen
van eenvoud en toewijding
Jozef in massieve houten gedaante
gepolijst van top tot teen
staat verkrampt bij de kribbe
wacht er met staf en reistas
os en ezel in plastic
schreeuwerig rood en groen
boven hen barok engeltjes
die het wonder uitbazuinen
Van modernisme gesproken
in de stad gezien
met een aardig prijskaartje.
Ingrid Lenaerts
Uit "Kerst en een beetje commercie"
winters op de fietsOp de fiets
ingeduffeld tot hart en ziel
bestand tegen kou
en ijzige wind
trapt hij met volle kracht
als een noeste werker
op zijn pedalen
ziet het landschap
uitgekleed
op de kale akkers
kraaien die het wintervet zoeken
krassend als bezemheksen
in de lucht
ziet het water
rimpelend op de stroom
platanen grijzer en schuwer dan ooit
trapt en trapt
tot de herberg van Marie
waar hem het schuimend bier wacht.
Ingrid Lenaerts
eeuwig groeneeuwig groen
naadbossen waar de schakering niet vergaat
die seizoenen trotseert
in haar beslotenheid
waar stilte tussen de stammen zweeft
als een goede fee
uit onze wensdromen
eeuwig groene takken
zoals wij ze in onze beelspraak
stapelen
als het beeld van jeugdige sterkte
er middenin voelen wij ons geborgen
behouden voor het spookbeeld
van een sombere winter
met schraal licht
die wij willen vergeten
Ingrid Lenaerts
daarna...
kerstmodeDe kerstboom wordt verbannen uit de huiskamer
vervangen door kale twijgen met zilveren bollen
aardebruine slingers brengen je naar de woestijn
alwaar de kerst ontstond bij volle koude maan
niets blijft bij de oude traditie bewaard
we worden gereinigd gedachtengoed
tot meerdere eer en glorie van de geldwolf
die zijn kerstkassa aardig laat klinken
bij een Merry Christmas en een kerstman
plastiek rendieren en slee met kunstsneeuw
kerstkraampjes in kaartenhuisjes op de markt
bij een glühwein op een verwarmd terras
Ingrid Lenaerts
Uit " Kerst en beetje Commercie "
kritikastersMen zou kunnen zeggen dat ik oubolligheid ben
in de kern van mijn vibrerend waaihoofd
dat een burgertrut in mij huist
zoals het cliché bij blauwe ogen
en liefde die nooit zal vergaan
mijn motto voor deugdzaamheid
gewoonte van elke dag
als een zedigheidgordijntje
huis tuin en keuken emoties van de bellettrie
Ik ril bij deze roddels als
een kind zonder kleren op het ijs
ik kruip in mijn nakomelingen
voor dag en dauw gewapend
tot de tanden
wanneer de korf van kritikasters
over het land uitgeschud wordt
Ingrid Lenaerts
rode wijnrode wijn
in bolronde glazen
nodgt het licht uit
tot een knieval
fonkelende schakering
een lust voor het oog
het bouquet
dat een fiijnproever ontroert
de smaak
die onze tong streelt
als een innig verbond
tussen mens en wens
als een vervoering
in het rijk der zinnen
rode wijn
in bolronde glazen
Ingrid Lenaerts
stilteStilte in het bos
nabij vommaakt
af en toe
plots gebroken in lucht
gekraak in de takken
ruzie van enkele vogels
en dan weer
nog enkel geritsel
in een kale struik
Alles zwijgt weer
voelbaar
Ingrid Lenaerts

winterse zeeWindkracht negen over een winterse zee
passie der golven die schuimbekken
elkaar torenhoog hun sprongen betwisten
om over de dijkmuur uiteen te spatten
grijze wolken bekampen elkaar strijdlustig
hun heerschappij in de rush achter de horizon
ergens buldert het water zijn oergeweld
als losgeslagen feeks in dit donkere jaargetij.
Verlegen om al dat brut geweld
hou ik mijn adem in als een bange haas
terwijl de storm me dooreenschudt
zoals wasgoed aan de draad
krampachtig fladdert
Ingrid Lenaerts
de goede hoopLaat het morgenlicht haar beschermen
in een blakerende zonsopgang
op het wit van eeuwige sneeuw
zoals een weerkaatsing
van de intense kleuren uit de bergen
in dat pure bergmeer.
een hoogte als een uitkijkpost
in een landschap van onschuld
dat de emoties verkopert
tot innerlijke vruchten
waar de herinnering blijft rondwaren
zoals rond een kaap der goede hoop.
Ingrid Lenaerts

sneeuw in de luchtUiterst stil en met traagheid
als een gezegende leeftijd wijsheid
op de punten van hun tenen
dwarrelen sneeuwvlokken
om hun as de salto's en capriolen
in de violette avondlucht
ze vleien zich op aarde neer
met een zachte buiklanding
en bedekken elkaar
als het witte dak op aarde
heel zacht en zo zuiver
Ingrid Lenaerts
einde loopbaan?
Stroop kleeft aan haar woord
op valse noten kweelt ze
laf haar hoogverraad
Zout in de wonden
ze geniepig uitdiepen
een vaargeul verdriet
Ingrid Lenaerts
zij kijktZij kijkt als een maandag
door het raam
ze zucht
lage wolken zonder identiteit
schieten haastig door
zonder verwijlen
Natte bomen treuren
het tuinhuisje rilt
een dag met wind en regen
om gauw te vergeten
Ingrid Lenaerts