daarna...
eindeloos door zonder thuiskomst
Ingrid Lenaerts
daarna...
kerstmodeDe kerstboom wordt verbannen uit de huiskamer
vervangen door kale twijgen met zilveren bollen
aardebruine slingers brengen je naar de woestijn
alwaar de kerst ontstond bij volle koude maan
niets blijft bij de oude traditie bewaard
we worden gereinigd gedachtengoed
tot meerdere eer en glorie van de geldwolf
die zijn kerstkassa aardig laat klinken
bij een Merry Christmas en een kerstman
plastiek rendieren en slee met kunstsneeuw
kerstkraampjes in kaartenhuisjes op de markt
bij een glühwein op een verwarmd terras
Ingrid Lenaerts
Uit " Kerst en beetje Commercie "
kritikastersMen zou kunnen zeggen dat ik oubolligheid ben
in de kern van mijn vibrerend waaihoofd
dat een burgertrut in mij huist
zoals het cliché bij blauwe ogen
en liefde die nooit zal vergaan
mijn motto voor deugdzaamheid
gewoonte van elke dag
als een zedigheidgordijntje
huis tuin en keuken emoties van de bellettrie
Ik ril bij deze roddels als
een kind zonder kleren op het ijs
ik kruip in mijn nakomelingen
voor dag en dauw gewapend
tot de tanden
wanneer de korf van kritikasters
over het land uitgeschud wordt
Ingrid Lenaerts
rode wijnrode wijn
in bolronde glazen
nodgt het licht uit
tot een knieval
fonkelende schakering
een lust voor het oog
het bouquet
dat een fiijnproever ontroert
de smaak
die onze tong streelt
als een innig verbond
tussen mens en wens
als een vervoering
in het rijk der zinnen
rode wijn
in bolronde glazen
Ingrid Lenaerts
stilteStilte in het bos
nabij vommaakt
af en toe
plots gebroken in lucht
gekraak in de takken
ruzie van enkele vogels
en dan weer
nog enkel geritsel
in een kale struik
Alles zwijgt weer
voelbaar
Ingrid Lenaerts

winterse zeeWindkracht negen over een winterse zee
passie der golven die schuimbekken
elkaar torenhoog hun sprongen betwisten
om over de dijkmuur uiteen te spatten
grijze wolken bekampen elkaar strijdlustig
hun heerschappij in de rush achter de horizon
ergens buldert het water zijn oergeweld
als losgeslagen feeks in dit donkere jaargetij.
Verlegen om al dat brut geweld
hou ik mijn adem in als een bange haas
terwijl de storm me dooreenschudt
zoals wasgoed aan de draad
krampachtig fladdert
Ingrid Lenaerts
de goede hoopLaat het morgenlicht haar beschermen
in een blakerende zonsopgang
op het wit van eeuwige sneeuw
zoals een weerkaatsing
van de intense kleuren uit de bergen
in dat pure bergmeer.
een hoogte als een uitkijkpost
in een landschap van onschuld
dat de emoties verkopert
tot innerlijke vruchten
waar de herinnering blijft rondwaren
zoals rond een kaap der goede hoop.
Ingrid Lenaerts

sneeuw in de luchtUiterst stil en met traagheid
als een gezegende leeftijd wijsheid
op de punten van hun tenen
dwarrelen sneeuwvlokken
om hun as de salto's en capriolen
in de violette avondlucht
ze vleien zich op aarde neer
met een zachte buiklanding
en bedekken elkaar
als het witte dak op aarde
heel zacht en zo zuiver
Ingrid Lenaerts
einde loopbaan?
Stroop kleeft aan haar woord
op valse noten kweelt ze
laf haar hoogverraad
Zout in de wonden
ze geniepig uitdiepen
een vaargeul verdriet
Ingrid Lenaerts
zij kijktZij kijkt als een maandag
door het raam
ze zucht
lage wolken zonder identiteit
schieten haastig door
zonder verwijlen
Natte bomen treuren
het tuinhuisje rilt
een dag met wind en regen
om gauw te vergeten
Ingrid Lenaerts
tijdBegrip in haar hoofd
van getallen
van actie
van emotie
en van een algehele reutemeteute
brug tussen aanwezigheid en afscheid
heden en voorbij
waartussen zij laveert
ongrijpbaar
tikkende bom
bovenop het mysterie
waar zij leerde mee leven
tijd hebben
of geen tijd hebben
Verknechting van een mens
aan eigen creatie.
Ingrid Lenaerts
rood
op de sporen
koeien
muurtje