stilte
Stilte in het bos
nabij vommaakt
af en toe
plots gebroken in lucht
gekraak in de takken
ruzie van enkele vogels
en dan weer
nog enkel geritsel
in een kale struik
Alles zwijgt weer
voelbaar
Ingrid Lenaerts
stilteStilte in het bos
nabij vommaakt
af en toe
plots gebroken in lucht
gekraak in de takken
ruzie van enkele vogels
en dan weer
nog enkel geritsel
in een kale struik
Alles zwijgt weer
voelbaar
Ingrid Lenaerts

winterse zeeWindkracht negen over een winterse zee
passie der golven die schuimbekken
elkaar torenhoog hun sprongen betwisten
om over de dijkmuur uiteen te spatten
grijze wolken bekampen elkaar strijdlustig
hun heerschappij in de rush achter de horizon
ergens buldert het water zijn oergeweld
als losgeslagen feeks in dit donkere jaargetij.
Verlegen om al dat brut geweld
hou ik mijn adem in als een bange haas
terwijl de storm me dooreenschudt
zoals wasgoed aan de draad
krampachtig fladdert
Ingrid Lenaerts
de goede hoopLaat het morgenlicht haar beschermen
in een blakerende zonsopgang
op het wit van eeuwige sneeuw
zoals een weerkaatsing
van de intense kleuren uit de bergen
in dat pure bergmeer.
een hoogte als een uitkijkpost
in een landschap van onschuld
dat de emoties verkopert
tot innerlijke vruchten
waar de herinnering blijft rondwaren
zoals rond een kaap der goede hoop.
Ingrid Lenaerts

sneeuw in de luchtUiterst stil en met traagheid
als een gezegende leeftijd wijsheid
op de punten van hun tenen
dwarrelen sneeuwvlokken
om hun as de salto's en capriolen
in de violette avondlucht
ze vleien zich op aarde neer
met een zachte buiklanding
en bedekken elkaar
als het witte dak op aarde
heel zacht en zo zuiver
Ingrid Lenaerts
einde loopbaan?
Stroop kleeft aan haar woord
op valse noten kweelt ze
laf haar hoogverraad
Zout in de wonden
ze geniepig uitdiepen
een vaargeul verdriet
Ingrid Lenaerts
zij kijktZij kijkt als een maandag
door het raam
ze zucht
lage wolken zonder identiteit
schieten haastig door
zonder verwijlen
Natte bomen treuren
het tuinhuisje rilt
een dag met wind en regen
om gauw te vergeten
Ingrid Lenaerts
tijdBegrip in haar hoofd
van getallen
van actie
van emotie
en van een algehele reutemeteute
brug tussen aanwezigheid en afscheid
heden en voorbij
waartussen zij laveert
ongrijpbaar
tikkende bom
bovenop het mysterie
waar zij leerde mee leven
tijd hebben
of geen tijd hebben
Verknechting van een mens
aan eigen creatie.
Ingrid Lenaerts
rood
op de sporen
koeien
muurtje
hartenvrouw
bomen
een echte bofkontZe heeft alles met zich mee,
de ware bofkont zo noemen we haar
Van moeder natuur haar mooie lijf
een geschenk ten allen kante
ze blaakt van ware gezondheid
kan lopen kan zwemmen
fietsen en wandelen als de beste
ze is zacht lief en innemend
ze heeft verstand in de bovenkamer
dat ze dan ook met rede gebruikt
is wel geen speelgoed voor Jan Plezier
laat zich niet in het ootje nemen
Durft haar tanden laten zien
ze staat haar mannetje waar het moet.
Mannen kijken naar haar op
laten zich charmeren door haar gratie
maar ze zal niet wijken voor het avontuur
ze weet alles in banden te houden
het echte evenwicht op de levensbalk
Wat een bofkont is die meid!
Ingrid Lenaerts
grote oorlogIk ben niet geboren voor de grote oorlog
Het schrikt me af tot in de diepten van
Mijn lijf dat beeft bij zwart geweld rook
Wapens op de schouders van de held
Die verward zijn gedachten ordent en
Dan zijn wonden likt als een geslagen hond
Bij het thuisfront en motoren hoort die er
Niet zijn maar zijn ziel aan stukken rijt
Die voor het vaderland door de modder
Kroop de botten van de macht likte
Omdat hij moest want de plicht zat hem
In de nek voor de lieve centen zijn leven.
Ingrid Lenaerts