Ingrid Lenaerts
Ingrid Lenaerts
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
hartenvrouw
verbouwde ik haar
bomen
Zij mijmeren in hard en blauw
in onder -en bovenbouw.
een echte bofkont
Ze heeft alles met zich mee,
de ware bofkont zo noemen we haar
Van moeder natuur haar mooie lijf
een geschenk ten allen kante
ze blaakt van ware gezondheid
kan lopen kan zwemmen
fietsen en wandelen als de beste
ze is zacht lief en innemend
ze heeft verstand in de bovenkamer
dat ze dan ook met rede gebruikt
is wel geen speelgoed voor Jan Plezier
laat zich niet in het ootje nemen
Durft haar tanden laten zien
ze staat haar mannetje waar het moet.
Mannen kijken naar haar op
laten zich charmeren door haar gratie
maar ze zal niet wijken voor het avontuur
ze weet alles in banden te houden
het echte evenwicht op de levensbalk
Wat een bofkont is die meid!
Ingrid Lenaerts
grote oorlog
Ik ben niet geboren voor de grote oorlog
Het schrikt me af tot in de diepten van
Mijn lijf dat beeft bij zwart geweld rook
Wapens op de schouders van de held
Die verward zijn gedachten ordent en
Dan zijn wonden likt als een geslagen hond
Bij het thuisfront en motoren hoort die er
Niet zijn maar zijn ziel aan stukken rijt
Die voor het vaderland door de modder
Kroop de botten van de macht likte
Omdat hij moest want de plicht zat hem
In de nek voor de lieve centen zijn leven.
Ingrid Lenaerts
mascotte
Jij bent mijn mascotte van elk moment
overal sleep ik je mee door de tijd
je bent gepind op mijn netvlies zelfs
gebrand in mijn hoofd als een tatoeage
gechipt in mijn volle verstand kom je
tot leven als gewoon dansen van geluk
de zorgen aan de kant in de zon
zit je me op de huid altijd mijn lief
proef van je lippen de zoute smaak
die de zee mij aanspoelt na afscheid
van de herinnering dragen me de dagen
het verlangen naar je thuiskomst.
Ingrid Lenaerts
vrieslucht
Ingrid Lenaerts
sterrenregens
Een heldere lucht
een sterrenhemel schittert
slechts hemelse rust
Plots een rode schicht
sterrenregens spetteren
lichtbakens bij nacht
Ingrid Lenaerts
lege doos
Achter een grote herinnering zat ze aan
bevlogen zoals een bezige bij
diepte ze uit alle koffers weemoed
en geneugten vervlogen heerlijkheden
Zij vond geen replica van het verleden
noch adem noch kleur noch tekst
Ze zat voor de lege doos van de tijd
die alles had opgeslokt
zelfs die laatste liefde
die zij nooit vergeten kon.
winterluchten
Ingrid Lenaerts
naam
De naam die hij draagt
als levenskrans
op zijn bestemming
kan zijn boodschap
niet ontwijken
hij heet Philiphe
en houdt van paarden
hij koestert hen
als zijn levensbezit
Zijn paarden ze zijn
z'n goden.
Ze bevestigen dit dagelijks.
Ingrid Lenaerts
vaal licht
Ingrid Lenaerts
hazelaars
Ingrid Lenaerts
in zijn armen
Zij ligt als een sprookje in zijn armen
verder dan de gedroomde werkelijkheid
overschrijdt de zaligheid van het moment
zoals een heerlijke praline smelt op haar tong
Ze vindt geen woorden daarvoor
ook de klanken willen niet naar buiten
het is een warm dier in de hals
dat haar buitenste binnen draait
Zij bewaakt het angstvallig lief
dit ooit te verliezen
Ingrid Lenaerts
tot zij de tegenaanval inzette
stad van de emotie
Laagstad waar ik woon en werk
waarin ik me verberg voor verdriet
met tonen lager dan mijn pijn
waar ik dans van groot plezier
met bokkensprongen groter
dan de geit die in mij woont
die ik nu ken en ervaar
zo zei men toch toen men mij nog zoeken ging
gewonnen verloren binnen de muren
van de grenzen die ik wou verleggen
toen men mij nog brandmerken wou
Nu ontziet men mij plezier en pijn
in een verkromd alfabet dat mij duldt
als fenomeen der moderniteit
mijn stad ik hou je voor bekeken
tot ik op mijn bek ga in jouw schoot.
Ingrid Lenaerts
van een duizendpoot
Ik maak je tot duizendpoot
van al mijn behoeften
die je me prinsheerlijk kan aanreiken
zoals de verhalen uit lang verheelde sagen
Ik maak je tot duizendpoot
van al mijn fantasieën
die ik met mondsjesmaat laat sijpelen
over je duizend poten
om me te voltooien
Ik ben de zonderling
buiten alle windstreken
mijn geheimen hou ik vast
in mijn ondoorgrondelijke taal.
en toch ben ik niet die gek
die men schuwt om zijn waanzin.
Ingrid Lenaerts
Meisjes en hun poppen
Meisjes willen allemaal prinsessen zijn
alsof er geen gewone mensen meer zijn
Glitterende jurken en lange blonde haren
zoals hun poppen die lege dozen zijn
met een hoofdje vol zagemeel
als de prins maar komt op zijn witte paard
hen overlaadt met geschenken
uit een paleis van goud en zilver
in een kasteel van de stoutste dromen
Er zijn geen gezonde poppen meer
ze hebben allen wespetailles
dragen hoge hakken uit behaagzucht
opgetut als kleine volwassene
schminkdozen avant la lettre
Waar zijn de gezonde baby's
met hun zachte huiden en kleertjes
van dagdagelijks gebruik?
Die met blozende wangen die huilen ?
Die je kan knuffelen als niet één
Toch niet alleen in het museum?
Ingrid Lenaerts
schouder
Mijn hoofd op je schouder binden
bij de lantaarn
een liefdeswimpel
in balancerend heimwee
zo wil ik blijven dragen
de overlast
ik als jonge vogel uit het koekoeksnest
mag niet verdwalen
zo vreemd als een kever
in een boksersring
Zo koortsig klein
zoek in in stapelwolken
je scheve schaduw
Ik duw , ik trek en ik vecht
met katers en kromme statrten
Jij vormt mijn boomoase
hoog in plamen
naar droomkastelen
op zomerwielen
ik schenk je mijn noodklok
het is tijd voor het aards paradijs
Ingrid Lenaerts
ruiters op de landweg
het leek net omgekeerd
Boven de blauwe lucht
In haar geheugen gegrift
Ingrid Lenaerts

