mythe
Hij is de goedheid zelf
Ingrid Lenaerts
mythe
broodHet brood
en ik weet dat het dagelijks is
en voor mij nodig
aan tafel
bij het ontbijt
brood
bij de warme bakker geurt
naar vers
spreekt krakend
op zondagmorgen
bij de koffie
waar de tijd stilstaat
hier en nu in dat vierkant
waar mijn nostalgie graast
aan de herinnering.
Ingrid Lenaerts
kerstwensenTussen dennengroen
en licht op de kandelaar
blakert de kerstwens
een wereldvrede
veel geluk en gezondheid
in het nieuwe jaar
Ingrid Lenaerts
SlagmolenDe beek laat het molenwiel draaien
sinds eeuwen haar verborgen kracht
het water schittert in het zonlicht
heimwee maalt haar dromen mee
In het huis rommelt het dag en nacht
in de buik tussen de stenen knarst
het verleden
Ingrid Lenaerts
stout
alfabetAlfabet
onmisbare steun
op zesentwintig hoekpunten
in de nederlanse taal
iedereen aangemeten
als een jurk van essentie
de boot waarin we de verzameling ordenen
de woorden die we uitdragen
de droom waarin wij verworden
tot het zijn
de gereedschapskist
van elkeen onder ons
Alfabet ladder waar wij op staan
dag in dag uit
Ingrid Lenaerts


hij heeft zoveelHij heeft zoveel mee om van te houden
zij weet niet of iedereen dit ook meent
niet haar zorg
maar zij vindt hem uitzonderlijk boven alles
en vraag je haar naar haar waarom
blijft het antwoord schuldig
dan zegt ze ik weet het zelf niet
ze verdwaalt in zijn ogen
als het meest groene bos ter wereld
er zijn is al een feest zonder meer
dan zwemt ze in die blauwe zee
laat zich drijven bij rijlen en zeilen
op het timbre van zijn sonore stem
dat klinkt als een het leven in concert
Ze wil hem bij de hand en op schoot
Hij heeft zoveel mee om van te houden
wil dat hij dit weet
hier en nu.
Ingrid Lenaerts

In water werd ik indringend anders
op de drijfzijde van het leven
licht en lucht waren me minder zwaar
al was het maar de illusie die borrelde
in mijn hoofd vol spinrag gesponnen zorgen
dat hekDat hek rondom mij
Dat heb ik niet geplaatst
Vergeet het maar me hier zo te zien
Ik ben meer dan het keurslijf
Dat men mij wou aanmeten
Men wou mij vaag en volgzaam
Onopgemerkt
Als eentje dat het midden houdt
Tussen het kleine genoegen
En de alledaagse sleur
Maar brak ik uit mijn voegen
Cement verpulverde tot het gruis
In de wind die mij vervoerde
Tot ver boven de grenzen
nog altijd niet geland
Zo vrij als een vogel in de lucht
Heb ik dat hek bekakt
Zonder enige spijt.
Ingrid Lenaerts
in namen
beetje modemuseumLedenpoppen op rijen
ze dragen allen wisselende feestkledij
zwartwit combinatie gele rode uitdaging
hoeplerokken en vlindermouwen
corsages en in extenso plooien
hoeden met boomgaarden er bovenop
paraplu en wandelstok
kousen doorschijnend verleidelijk
de tentoonstelling overrompelt
de verbaasde bezoeker.
Ingrid Lenaerts
theaterVanop de scène
achter de schermen
tussen de vele decors laveert
het theaterspook
de geest van het stuk
de zoon van de mythe
de stemmen van de zang
de voeten van de dans
de operaziel
zij kijken de schouwburg in
de open muil van het publiek
dat grillig weegt en waagt
applaudiseert of veroordeelt
vanuit de zaal dat fluidum
waarmee theater valt of staat.
Ingrid Lenaerts
het jonge licht
je naamJe naam
je goede naam
daar bouw je zelf aan
als een groot mooi huis met heel veel kamers
dat je koestert
om het behoud
wat je dierbaar is
een kwade naam
die de roddel nog versterkt
in de zwarte stegen der dagen
is een pestbuil
die immer verder kruipt
tot ze barst
Zo draagt het woord van de moraalridder
zijn boodschap uit
toch inspirerend om af en toe
eens te luisteren.
Ingrid Lenaerts
valavond
koor en kind
vuurwerkSissend schot gaat de lucht in
Duisternis breekt in stralen
schichten vuurwerk hemelwaarts
dan een sterrenregen
helle kleuren uit een toverstaf
van een lichtfee
de stad baadt in het licht
dan is weer alles duister
volkomen
tot de volgende knal
in het rookgordijn.
Ingrid Lenaerts
