Ijskoude wintervrouw
grieft haar scherpe verwijten
in gipsen woorden
witgekalkt tegen mijn verdriet
dat zich niet kennen laat
maar aanwezig is in mijn hart
dit sinds mijn jeugdjaren
Deze wintervrouw bedruipt me
als een ijskegel
soms als azijn bijtend en blijvend
in mijn binnenkamers
Ingrid Lenaerts
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
held
Van het plebs uit de "Weke"
de volksbuurt van Aksen
met een hart voor warmte
droeg hij zijn naam Stropersbroere
sinds generaties.
Hij schaamde zich niet
een zoon van het volk te zijn
hij was een man met burgerzin
ondanks het feit dat stropen
voorgeschiedenis was
Alleen enkele kakkerige burgertrutten
speelzuchtig licht bevonden
brandmerkten hem als een afstammeling van...
tot hij hen uit een zinkende wagen trok
hen van een gewisse dood redde
De moraal en het toeval,
het zal je kind maar wezen..
Ingrid Lenaerts
ijsmorgen
Een ijsmorgen ontspringt
op de berghelling stoken nachtgeesten
hun laatse adem warm verdampend in mist
die schittert in de zon
De ijskegels aan het zadeldak schitteren
de zon verblindt de aarde
met wit en blauw alsof zij ons beloften doet
maar het lijkt een tijdsgeleide voor koude voeten
en rode neuzen
het feest moeten we zelf maken
dat van de warmte in de wanten en in de wollen sokken
een stevige heildronk die ons innerlijk warmt
en laat de kou dan maar buiten onze lichamen
wij zijn gewapend.
Ingrid Lenaerts
Rond Kerstmis
We werden weer herinnerd aan het oude verhaal
het kerstgebeuren dat zich telkens herhaalt
en er toch elk jaar springlevend staat
met een stal en een kribbe
Jozef Maria en Jezus
een os en ezel een ster met staart
herders en schapen driekoningen
een kerstboom hulst en marentak
een boodschap van vrede
en telkens willen wij dat feest bestendigen
als onafscheidbaar van december
als een wens een boodschap een droom
niet om zo maar op te bergen
in de rommeldoos daar waar het in verdwijnt
quasi één jaar lang.
Het kerstverhaal beklijft het collectief geheugen
van onze historie en dat is een troost.
Ingrid Lenaerts
gerookt
Ranzig vet en zwart
de keuken onder roet
sinds honderden jaren
nu museum-roet
in een Schwarzwalderhof
dacht ik synoniem van gezelligheid
te ontmoeten
onder het grote rieten dak
de nestwarmte van de haard
Groot was de ontgoocheling
bij de kale en koude bedoening
al hoestend en proestend
rende ik de museumkeuken uit
werd getroost
met een heerlijke kop chocolade
in de ultramoderne cafetaria.
Ingrid Lenaerts
boven de wolken
Boven de wolken
zoals mildgroene archipels
sparrenbossen toppen eruit
vanaf een hoogte
een kudde zwervende schapen
in het helle zonnelicht
beeld der verwondering
op het netvlies gebrand
in het geheugen gegrift.
Ingrid Lenaerts
ruilwaar
Ruilwaar op zijn best
Ingrid Lenaerts
grasduinen
me catapulteerde naar vervlogen jaren
in verschillende seizoenen Huize Entvelde
mijn grootmoeder in trouwjurk straalt
mijn moeder als éénjarige zet haar eerste pasjes
mijn moeder en vader verliefd koppeltje
Mijn zus en ik bij een paashaas
mijn zus als engeltje bij de kerststal
het familliealbum vergeeld van emoties
Ingrid Lenaerts
mythe
Hij is de goedheid zelf
Ingrid Lenaerts
brood
Het brood
en ik weet dat het dagelijks is
en voor mij nodig
aan tafel
bij het ontbijt
brood
bij de warme bakker geurt
naar vers
spreekt krakend
op zondagmorgen
bij de koffie
waar de tijd stilstaat
hier en nu in dat vierkant
waar mijn nostalgie graast
aan de herinnering.
Ingrid Lenaerts
kerstwensen
Tussen dennengroen
en licht op de kandelaar
blakert de kerstwens
een wereldvrede
veel geluk en gezondheid
in het nieuwe jaar
Ingrid Lenaerts
Slagmolen
De beek laat het molenwiel draaien
sinds eeuwen haar verborgen kracht
het water schittert in het zonlicht
heimwee maalt haar dromen mee
In het huis rommelt het dag en nacht
in de buik tussen de stenen knarst
het verleden
Ingrid Lenaerts
stout
Ingrid Lenaerts
alfabet
Alfabet
onmisbare steun
op zesentwintig hoekpunten
in de nederlanse taal
iedereen aangemeten
als een jurk van essentie
de boot waarin we de verzameling ordenen
de woorden die we uitdragen
de droom waarin wij verworden
tot het zijn
de gereedschapskist
van elkeen onder ons
Alfabet ladder waar wij op staan
dag in dag uit
Ingrid Lenaerts
Ingrid Lenaerts
Ingrid Lenaerts
hij heeft zoveel
Hij heeft zoveel mee om van te houden
zij weet niet of iedereen dit ook meent
niet haar zorg
maar zij vindt hem uitzonderlijk boven alles
en vraag je haar naar haar waarom
blijft het antwoord schuldig
dan zegt ze ik weet het zelf niet
ze verdwaalt in zijn ogen
als het meest groene bos ter wereld
er zijn is al een feest zonder meer
dan zwemt ze in die blauwe zee
laat zich drijven bij rijlen en zeilen
op het timbre van zijn sonore stem
dat klinkt als een het leven in concert
Ze wil hem bij de hand en op schoot
Hij heeft zoveel mee om van te houden
wil dat hij dit weet
hier en nu.
Ingrid Lenaerts
In water werd ik indringend anders
op de drijfzijde van het leven
licht en lucht waren me minder zwaar
al was het maar de illusie die borrelde
in mijn hoofd vol spinrag gesponnen zorgen
In water zag ik hooggebergte
Ingrid Lenaerts
dat hek
Dat hek rondom mij
Dat heb ik niet geplaatst
Vergeet het maar me hier zo te zien
Ik ben meer dan het keurslijf
Dat men mij wou aanmeten
Men wou mij vaag en volgzaam
Onopgemerkt
Als eentje dat het midden houdt
Tussen het kleine genoegen
En de alledaagse sleur
Maar brak ik uit mijn voegen
Cement verpulverde tot het gruis
In de wind die mij vervoerde
Tot ver boven de grenzen
nog altijd niet geland
Zo vrij als een vogel in de lucht
Heb ik dat hek bekakt
Zonder enige spijt.
Ingrid Lenaerts
in namen
Ingrid Lenaerts

