dans
We zwieren op staccato
muziek vervoert onze lichamen
als stervelingen blokkeren we
Ingrid Lenaerts
dans
boomkruinenBoomkruinen kreunen
bij zware wind hun moeheid
wachten op zuurstof
het lengen der dagen
omkeerbaar de winterslaap
leven in de stam.
Ingrid Lenaerts
zijn taalkoorts de verzoekingZijn taalkoorts ijlt in zijn lijf
lijdt teveel aan vrouwelijkheid
te zacht te innemend of te week
hij moet zijn taal spieren geven
de ballen van de hengst
die de merrie mint onvoorwaardelijk
niet dat slappe thee gedoe
de twijfel en de angst
hij zal haar dooreen schudden
met de cymbalen naast het oor
de taal der verwonding
de korsten op zijn ware ego
Zal hij dan tevreden zijn
de criticus met de gouden pen
die slechts snep is voor het begrip
van de dichter en zijn dochter
van de taalkoorts die in hen rondwaart
als de gesel der flagellanten?
Aan mode heeft hij het land
gooit spieren ballen en hengsten door het raam
kruipt weer in zijn alterego
tevreden als een spinnende kat
Ingrid Lenaerts
wie de grootste isHet land kan niet praten met het bos
tussenin ligt de rivier die twist zaait
eens bezet ze het land dan tergt ze het bos
ofwel met nattigheid of droogte
ze is oppermachtig in haar heerschappij
en verknecht haar buren
zij deelt de lakens uit
zelfs het rampenplan kan haar verdommen
Wat doe je met zo'n koppig kind
dat een pact sluit met de weermaker
die haar op zijn beurt verkracht?
Lijdzaam toezien wie de grootste is.
Ingrid Lenaerts

winterdagOp die winterdag
dronken we samen glüwein
hartverwarmend stil
Vetganzen -driehoek
snaterde luid geheimtaal
kou zakte hierheen.
Ingrid Lenaerts


Ijskoude wintervrouw
grieft haar scherpe verwijten
in gipsen woorden
witgekalkt tegen mijn verdriet
dat zich niet kennen laat
maar aanwezig is in mijn hart
dit sinds mijn jeugdjaren
Deze wintervrouw bedruipt me
als een ijskegel
soms als azijn bijtend en blijvend
in mijn binnenkamers
Ingrid Lenaerts
heldVan het plebs uit de "Weke"
de volksbuurt van Aksen
met een hart voor warmte
droeg hij zijn naam Stropersbroere
sinds generaties.
Hij schaamde zich niet
een zoon van het volk te zijn
hij was een man met burgerzin
ondanks het feit dat stropen
voorgeschiedenis was
Alleen enkele kakkerige burgertrutten
speelzuchtig licht bevonden
brandmerkten hem als een afstammeling van...
tot hij hen uit een zinkende wagen trok
hen van een gewisse dood redde
De moraal en het toeval,
het zal je kind maar wezen..
Ingrid Lenaerts
ijsmorgenEen ijsmorgen ontspringt
op de berghelling stoken nachtgeesten
hun laatse adem warm verdampend in mist
die schittert in de zon
De ijskegels aan het zadeldak schitteren
de zon verblindt de aarde
met wit en blauw alsof zij ons beloften doet
maar het lijkt een tijdsgeleide voor koude voeten
en rode neuzen
het feest moeten we zelf maken
dat van de warmte in de wanten en in de wollen sokken
een stevige heildronk die ons innerlijk warmt
en laat de kou dan maar buiten onze lichamen
wij zijn gewapend.
Ingrid Lenaerts
Rond KerstmisWe werden weer herinnerd aan het oude verhaal
het kerstgebeuren dat zich telkens herhaalt
en er toch elk jaar springlevend staat
met een stal en een kribbe
Jozef Maria en Jezus
een os en ezel een ster met staart
herders en schapen driekoningen
een kerstboom hulst en marentak
een boodschap van vrede
en telkens willen wij dat feest bestendigen
als onafscheidbaar van december
als een wens een boodschap een droom
niet om zo maar op te bergen
in de rommeldoos daar waar het in verdwijnt
quasi één jaar lang.
Het kerstverhaal beklijft het collectief geheugen
van onze historie en dat is een troost.
Ingrid Lenaerts
gerooktRanzig vet en zwart
de keuken onder roet
sinds honderden jaren
nu museum-roet
in een Schwarzwalderhof
dacht ik synoniem van gezelligheid
te ontmoeten
onder het grote rieten dak
de nestwarmte van de haard
Groot was de ontgoocheling
bij de kale en koude bedoening
al hoestend en proestend
rende ik de museumkeuken uit
werd getroost
met een heerlijke kop chocolade
in de ultramoderne cafetaria.
Ingrid Lenaerts
boven de wolken
Boven de wolken
zoals mildgroene archipels
sparrenbossen toppen eruit
vanaf een hoogte
een kudde zwervende schapen
in het helle zonnelicht
beeld der verwondering
op het netvlies gebrand
in het geheugen gegrift.
Ingrid Lenaerts
ruilwaar
grasduinen
mythe
broodHet brood
en ik weet dat het dagelijks is
en voor mij nodig
aan tafel
bij het ontbijt
brood
bij de warme bakker geurt
naar vers
spreekt krakend
op zondagmorgen
bij de koffie
waar de tijd stilstaat
hier en nu in dat vierkant
waar mijn nostalgie graast
aan de herinnering.
Ingrid Lenaerts
kerstwensenTussen dennengroen
en licht op de kandelaar
blakert de kerstwens
een wereldvrede
veel geluk en gezondheid
in het nieuwe jaar
Ingrid Lenaerts
SlagmolenDe beek laat het molenwiel draaien
sinds eeuwen haar verborgen kracht
het water schittert in het zonlicht
heimwee maalt haar dromen mee
In het huis rommelt het dag en nacht
in de buik tussen de stenen knarst
het verleden
Ingrid Lenaerts
stout