hoogzon
bij stapelwolken
beklimt felle zon hun rug
licht en schaduwspel
Ingrid Lenaerts
hoogzonbij stapelwolken
beklimt felle zon hun rug
licht en schaduwspel
Ingrid Lenaerts
hopeloos verliefdVerliefd op de schaduw van haar naam
hopeloos probeert hij deze te vangen
met het grootmazige visnet
waarmee hij zijn buikvlinders schepte
die hem immer kriebelden en krabbelden
alleen al bij de gedachte
naam en schaduw te ontmoeten
Hij ontrolt zijn tong op het blad der bekoring
zoals een kikker die muggen vangt
helaas is zijn vangst zeer mager
maar hij geeft de moed niet op
en blijft zijn bezigheid bestendigen
Ingrid Lenaerts
zijn zielStarend naar de binnenkant
van zijn lijf dat zeurt van wroeging
probeert hij zijn ziel te vinden
maar ze ontglipt hem steeds
wanneer hij haar staart wil vatten.
maar de ziel lacht en lacht
ach jongen ik heb geen staart
zelfs op de zoom van mijn baljurk
daar kan je niet op trappen
ik ben stofloos en zonder materie
ik ben je geest en niet die kerel uit de fles
luister naar mijn goede raad
die hoor je als je maar wil
dan moet je niet zoeken
dan zijn we de beste maatjes
en wroeging verdwijnt
op staande voet.
Probeer me jongen lacht de ziel
en weg is ze weer
op ronde in zijn lijf.
Ingrid Lenaerts