berm
Op de ruwe berm
verwelkt langzaam bereklauw
triest in de herfstzon.
Ingrid Lenaerts
bermOp de ruwe berm
verwelkt langzaam bereklauw
triest in de herfstzon.
Ingrid Lenaerts
lichtHij vroeg het licht klaar te worden
het liet zich niet pramen
en verscheen in helder gewaad.
sindsdien hangt een gele zon
aan het uitspansel te stralen
Wij zien haar slechts nu en dan
met mondsjesmaat van een mooie dag
Het leven is de noodzaak
als dagelijks brood
van groei en warmte
dat onze condities bepaalt
Heer en meester
van begin en einde
geboorte en dood
.Ingrid Lenaerts
Ik heb je lief
waterdruppelHet is geen nieuwe belevenis
bedacht de waterdruppel triest
terwijl hij schoof en schoof
over het raam tussen klevend stof
hij moest neerwaarts ritsen
want de zwaartekracht bood
geen andere keuze ,dat wist de druppel
hij was liever rechtsreeks in zee gevallen
waarbij hij onmiddellijk weer verbonden was
met zijn vrienden de overige druppels
Nu liept hij maar eenzaam
uit te dunnen in meanders
over een oud raam van een herberg.
Bij de eerste zonnestralen droogde hij op
verdampend in de blauwe lucht.
Dat was dan een banale variante
in zijn heel korte bestaan.
Ingrid Lenaerts

graslandHet gras groeit niet meer
de sprieten verbeurd verklaard
na de eerste vorst
Ingrid Lenaerts
je ziet
hulstAl klaar voor het feest
pronkt de hulsteboom met rood
op zijn doorntakken
Ingrid Lenaerts
tussen
jachthuisIn het herftbos rookt
de schouw van het jachthuis bruin
buiten schalt een hoorn
de groene jagers
drinkebroers en stamtafel
klinken op succes
arme dieren daar
rennen er amechtig weg
de rode dood wacht
Ingrid Lenaerts