Naar de inhoud

Gedenkt de onzichtbaren

voor hen die willen zien
akke.beakke.be
Ivan Grud, geboren in Rotterdam 18-11-1940, de idealist, humorist, pessimist, atheïst, en niet te vergeten de waarnemer, die voor u waarnam van hetgeen er in de wereld afspeelt, en al waar hij een geheel eigenwijze kijk op heeft, en dit zeker niet altijd op een fijnzinnige manier vertaald. Zoals gezegd, geboren rotterdammer, en wel in het jaar 1940 Een jaar waarin hij waarschijnlijk al in de moederschoot tijdens het bombardement op de binnenstad van Rotterdam, besefte dat, wilde hij zijn kop boven water houden, dit maar meteen waar moest maken, en hij liet zich dan ook in deze roerige tijd geboren laten worden. Het fijt dat hij reeds op vijftien jarige leeftijd naar zee vertrok was niet direct het gevolg van trek in avontuur, als wel om een steentje bij te dragen in deze verschrikkelijk tijd van armoede, die deze na de oorlog mee zich mee bracht. Ivan Grud heeft eigenlijk nooit echt binding gehad met welke natie dan ook, dan was hij weer in Nederland, of hij vertrok al weer naar elders. Indonesië is het land waar hij het langs achtereen vertoefde, dat is ook het land, met de cultuur die hem het meest geïnspireerd heeft, en aangezet tot de dichtkunst. Hij heeft een dichtvorm die soms als verwarrend en filosofisch beschreven wordt, maar dan toch al lezende, het beoogde bij de lezer weet over te brengen, niet in de laatse plaats door zijn beeldende manier van dichten. Ivan Grud wens u dan ook veel leesplezier. Ivan Grud. Rikus Kiers, de grote dichter wijde het volgende gedicht aan deze Rotterdamse schrijver. Ivan de realist Ivan de gevoelige voelspriet Van grove misdaden Bevechter van het kwaad Die niets echt zitten laat Zijn taal is zeer apart De zinnen soms verward De boodschap helder wit Rozen in maatje kwart Bloed gruwel wreedheid Wilde de brave mijden Zekerlijk niet meiden Zijn preek gerechtigheid Niet af te laten vreugde Die alle droefheid doodt De man die deugde Verjaagt het avondrood Ivan de bewogen realist Die nooit zijn idealen mist Heeft werkelijkheid bevroed En is nog lang niet uitgewoed Schrijver: Rikus Kiers, 19-10-2006

Indonesië Baturaden part 4





Indonesië  Baturaden          part 4

 

Het hotel was net als de meeste hotels in Indonesië,

uitstekend. Men weet echter wel de prijs te vragen, zeker als men s-avonds laat aankomt en eigenlijk nergens meer terecht kan. Maar dat nam ik maar voor lief, blij als ik was heerlijk te kunnen douchen en een bed te hebben. De volgende ochtend besloot ik na het ontbijt, dat uiteraard uit nassigoreng met een spiegeleitje bestond, per taxie naar het schitterende

Batu Raden te gaan, een soort keuroord midden in de bergen.

Daar ik de chauffeur aansprak in het Indisch, lukte het mij, om een ritprijs overeen te komen, dus verwachte ik geen verassing achteraf.

De wagen had airconditie dus veel last van de warmte zou ik niet hebben, hij zat nog redelijk in de veren. Nu moet ik erkennen dat de broeierige warmte zoals in Jakarta (west Java), hier in het oosten, veel en veel verdraaglijker is.

Juist wilde wij wegrijden, toen er een lange kalende jongeman voor de wagen stapte van in de veertig, die vragend zijn hand op stak.

Ik vroeg de chauffeur te stoppen en opende mijn raam.

De man stelde zich keurig voor als Peter Nederlander, die net als ik in zijn eentje door Java trok, hij vroeg of ik soms naar Baturaden ging. En of hij dan mee mocht rijden, ik zei hem in te stappen. Na zijn rugzak in de kofferbak naast die van mij te hebben gedeponeerd, nam hij plaats op de achterbank.

Peter was een gezellige reisgezel met veel interesse voor alles wat wij tegen kwamen, een stevige prater.

Hij vertelde mij dat hij al meer dan negen jaar in Indonesië woonde, verschillende vriendinnen heeft gehad, soms gehuwd. Zelfs met één slechts drie maanden getrouwd was geweest.

Ook vertelde hij mij gedurende de rit, hoe en waarom het een en ander niet lang had geduurd. Er waren verschillende oorzaken, maar de meest bizarre situatie, zo het mij voorkwam, was toch wel de Javaanse waar hij drie maanden mee getrouwd was geweest. Hij vertelde mij dat het aanvankelijk een innemende en lieve vrouw was geweest. Veel jonger dan hij zelf, maar toch, een schat van een meid.

Totdat hij eenmaal zijn intrek bij haar genomen had, en zij opmerkelijke keuren van vreselijke jaloezie naar voren bracht.

Deze aanvallen gingen zo ver, dat zij enkele malen een aanslag op zijn leven uitvoerde. Hij had het mee gemaakt dat zij zonder enige vorm van aanleiding, hen geprobeerd had door een groot slaapkamerraam te duwen en, wel zo onverhoeds van achter, dat hij zich ternauwernood staande wist te houden. Hierop zo ging hij verder kwam dan de gebruikelijke huilbui en dan werd alles weer met de mantel der liefde afgedekt, maar het ging door.

De tweede en zo u wilt ergere, gebeurde toen hij met familie in de trein zat naar midden Java voor een bezoek aan Yokjakarta.

Na wat gegeten te hebben in de restauratie wagen, waar de bediening uiteraard door een lieftallig meisje werd gedaan, die vriendelijk lachte toen hij haar om een biertje had gevraagd, barste inwendig de bom bij de Javaanse.

Peter zich van geen kwaad bewust, ging na verloop van tijd het toilet opzoeken.

Daar het druk was moest hij even op zijn beurt wachten.

Dat is waarschijnlijk zijn geluk geweest. In de sluis tussen de twee treinstellen bevonden zich de toiletten.

De deuren staan hier wijd open, om zoveel mogelijk frisse wind naar binnen te krijgen.

Hij had haar niet zien aankomen, maar voelde in zijn rug een harde duw, met de bedoeling hem uit de trein te werken.

Het scheelde maar weinig of hij was uit de trein gevallen,

de andere wachtende wisten dat echter te voor komen,

en hielden de hevig worstellende en gillende Javaanse stevig vast.

Die na verloop van tijd te kennen gaf zich weer zelf te zijn, en na het report van de conducteur te zijn opgemaakt, weer mocht gaan zitten met Peter, ook al omdat hij geen aanklacht wilde indienen.

De laatste keer deed de das om, hij vertelde mij, dat zij het uitgevogeld had om ineenkeer van hem af te zijn,

een elektrisch ongelukje.

Het was wel tevens de laatste poging, want hierna besloot hij haar te verlaten.

Het ging als volgt, hoe ze er opgekomen is tot op heden voor hem nog altijd een raadsel.

 

 

Het was vlak voor de kerstdagen. Daar Peter christen was besloot zij, hoe lief, om een kerstboom te kopen, om een beetje aan kerst te doen, het kon net wel, in het overwegend islamitische Indonesië, maar toch, heel attent van haar.

Nu had hij in Jakarta in huis tegels op de vloer, nep marmer maar mooi en goed schoon te houden.

Niet dat mevrouw dat zelf deed, nee daarvoor had zij een Bibi ( dienstmeisje) in huis, een leuk meisje van even achttien jaar, door haar zelf aangenomen nota bene.

Fout, want het dienstertje had de gewoonte om wel eens vriendelijk te lachen tegen Peter.

 

Wordt vervolgd

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Ivan Grud om 00:00 Stuur door Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Indonesië Jakarta in de Trein part 3




Indonesië   Jakarta      in de Trein part 3

 

Nadat wij het station uitgerold waren reed de trein zeer traag door Jakarta. Wij stopten nog enige malen, waarom, ik zou het niet weten. Of het zou moeten zijn omdat het hele traject uit een enkelvoudig spoor bestaat.

Ook was het zo dat de trein soms zo ver overhelde, dat ik het idee had hij ieder ogenblik om zou donderen, wonderbaarlijk genoeg gebeurde dat niet.

Daar ik bij het raam zat, kon ik alles goed overzien.

De onophoudelijke krottenwijken langs het spoor,

waar de ellende en armoede van afstraalt, liet een  onaantrekkelijk uitzicht zien, maar het ergste moest nog komen. Als wij aan de rand van de stad rijden, zie ik daar de wijk Kelincing liggen, een krottenwijk met duizenden bouwvallige huisjes met daken van golfplaten, plastiek en platen van hout. De wijk welke gebouwd is boven een moeras, is zo vreselijk armoedig dat ik geloofde mijn ogen niet. Later zou ik vernemen dat hier de meest vreselijke ziekten voortkomen, overgebracht door ratten die tyfus verspreiden, en een zeer dodelijke Jamuk (mug), herkenbaar aan een geelgestreept lijf. Kinderen en ouderen gestoken door dit afschuwelijke insect, zijn meestal niet meer te redden.

Maar we rolden verder, na een goed uur verlieten wij de stad, het begon al wat landelijker te worden.

De warmte in de trein nam ook gestaag toe, daar de Indonesiërs het niet zagen zitten om een raam open te draaien, vermoedelijk waren zij bang voor tocht. De ventilatoren, waarvan drie in totaal aan het plafond, gaven eerst nog wel wat verkoeling, maar omdat alles dicht zat, verspreide zij later nog enkel warme lucht. Ik vroeg mij af hoe of dat het verder zou gaan.

De man die naast mij zat, probeerde een gesprek in het Engels met mij aan te knopen, maar dat lukte niet.

Dat ik redelijk het Bahasa Indonesia, (Indonesische taal), machtig ben, had ik nu geen zin in om hem dat te vertellen, dus ging hij maar zitten slapen. Nu zult u zich afvragen, waarom dat?.

 

 

 

De vriendelijkheid van de Javanen, is mijn ervaring, gaat gepaard met een kinderlijk ongeremde nieuwsgierigheid.

Vragen als, bent u gehuwd, hoeveel kinderen, hoe oud is u vrouw, waar komt zij vandaan, was zij Kadis ( maagd), hoelang bent u getrouwd, kinderen van u zelf?.

Hebt u werk, hoe oud bent u, wat zijn u inkomsten, waar woont u, heeft u meer dan één vrouw, bent u moslim, nee, wat dan, geen geloof, óh, dan bent u communist.

En ondanks de vriendelijke glimlach die bij het bijna onbeschofte vragen vergezeld gaat, had ik daar nu even geen zin in.

Het uitzicht werd steeds aantrekkelijker, echter met weinig afwisseling, rijstvelden en nog eens rijstvelden, met af en toe een Kampung, (dorpje).

Maar het was allemaal nieuw voor mij, dus ik hield het wel vol.

Het had trouwens ook wel iets, de ploegende mannen met het typische grote rond gevlochten Javaanse hoofddeksels als beschutting in de brandende zon.

Zij liepen tot aan hun knieën in de drassige grond, achter die de door karbouwen getrokken ploeg, waarachter de witte reigers in vers getrokken vore naar insecten zochten.

Het landschap was oneindig uitgestrekt en vlak, ik begreep dat dit het noorden van Java was en dit waarschijnlijk zo blijven, tot de stad Ciribon.

Het is onbegrijpelijk hoe tolerant en verdraagzaam de mensen onderling zijn, ondanks het overvolle gangpad met ieder plekje bezet, geen ongetogen woord, noch duwen of trekken aan elkaar.

En als er al iemand naar het toilet moest, was het een amusant gezicht, om redenen daar deze zoveel capriolen uit moest halen en dat onder hoge nood.

Maar ook ik zou toch ook eens moeten.

Dan rolden wij het station van Ciribon binnen, met jawel weer honderden mensen op het perron, die allemaal werden meegenomen, hoe? Ik weet het echt niet, maar toen de trein weer vertrok was het perron op de verkopers na van, water en gedroogde bananen, sigaretten, de bekende kruidnagel saffies, (kretek) weet ik wat al niet meer, leeg.

Nu zou het spoor afbuigen naar het zuidoosten.

Ik verwachte een meer afwisselend landschap.

 

En inderdaad het begon na enige tijd toch aanzienlijk te veranderen, en reeds doemde  in de verte eerste bergen op.

Een schitterend gezicht, ik vergat opslag de tragedie van het station in Jakarta, hier had ik voor geleden.

Hoe verder wij vorderde werd het landschap steeds mooier.

Het is werkelijk niet te omschrijven de pracht die men tegen komt. Schitterende terrassen met rijstbouw tegen de berghellingen, met in de dalen palmplantages.

Ook plantages met rubberbomen passeerden wij, bomen met een witte bast, waaruit door in de stam inkepingen te maken het latex in blikjes druppelde.

Ravijnen werden genomen over immens smalle bruggen, die zo hoog zijn dat de rivier in het dal slechts een glinsterend lint is. De kleur schakeringen in het groen, zijn als flonkerende smaragden, nu eerst begreep ik de uitdrukking,

De Gordel van Smaragd.

Dan komen wij aan in Purwokerto de eerste grote stad in het oosten van midden Java. Hiervandaan is het slechts een steenworp afstand, naar het prachtige midden in de bergen gelegen vakantieoord Batu Raden, (de koningssteen).

Ik besloot hier de trein te laten voor wat het was, daar het inmiddels al bij twaalven was, nam ik de eerste beste taxie naar een hotel.

 

Ivan Grud         (wordt vervolgd)

 

  

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Ivan Grud om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Indonesië Jakarta part 2 de Trein







Indonesië   Jakarta     part 2   de Trein


Het centrum van de stad is als een moderne, met brede wegen

veel stoplichten en hoge flatgebouwen

Met toch ook weer hier en daar een krotenwijk, die men indien er voor de grond waar deze op gebouwd zijn, een andere bestemming heeft, met de regelmaat van de klok in brand gestoken worden, daders onbekend. De hotels, zijn zonder meer schitterend, met veel personeel en een aantree waar je stil van wordt. Soms speelt er een Gamalang orkestje met huilerig gezang, maar passende bij het geheel, je bent gelijk in Indonesië.

Bedienend personeel in traditioneel Java kledij, brengen na ingecheckt te zijn, glimlachend de koffers naar je schitterende kamer. Het eten is zoals je dat mag en kunt verwachten van de Indonesische keuken en indien men er van houd, een verrukking.

Ik had mij voorgenomen, om het allemaal zo intens mogelijk te beleven. Ik besloot dan ook, de volgende dag met de trein naar midden Java te gaan. Om een bezoek te brengen aan de beroemde Burubudur, in de buurt van Yogyakarta.

Het tempelcomplex ter ere van Budha in het jaar 1300 gebouwd, met zijn enorme klokvormige Stupa’s waarin een Budha gezeten.

De Stupa’s zijn voorzien van ruitvormige openingen, waardoor men dan naar binnen kunt rijken, indien men dan de daar zittende Budha kan aanraken, dit een waarborg zou zijn voor levenslang geluk. Nu dat geluk zou ik wel nodig hebben, zo zou later blijken. Na navraag te hebben gedaan in het hotel, aangaande de dienstregeling van het spoor, vertelde men mij dat het zoveel beter was om per touringcar naar het wereldwonder toe te gaan. Eigenwijs als ik was en ben, wist ik het beter, ook al omdat ik wat wilde wat zien en meemaken, nu dat zou ik. Ik deed dan ook maar niet moeilijk toen men mij vertelde dat het Ramadan was.

Men vertelde mij dat, in deze tijd van het jaar, zeermoeilijk is om te reizen per spoor, omdat hele families naar midden Java reizen.

 

 

 

Zodat er praktisch geen kaartje te krijgen is. Indien ik toch wilde gaan, dan moest ik s-nachts om twee uur op het station zijn, voor de trein van achtuur die zelfde ochtend.

De taxichauffeur keek mij hoogst verbaasd aan, toen ik hem vroeg mij naar het station te brengen, het ”kurang bagu’s”,

(niet goed), werd door mij uiteraard niet verstaan, nog begrepen, om dat ik het niet wilde begrijpen.

Dat loste zich vanzelf op bij aankomst van het station.

Ik stond, of liever gezegd zat perplex, bij aankomst

in de taxi. Honderden, ja zelfs misschien wel ettelijke duizenden mensen, waren alle drukdoende voor het station.

De Badjay’s en Bedjak’s, (fietstaxie) waren met honderden op het plein aanwezig, later zou ik horen dat tussen dit gewoel, de dieven en rippers hun slag wisten te slaan.

De chauffeur welke ik van een goede fooi voorzag, regelde eerst een oppas voor zijn taxie, hij liep daarna met mij mee het station in. Het lukte hem om met wat extra geld, onjuist maar zeer westers uiteraard, om voor mij een kaartje te kopen. Ik bedankte de man, die ijlings naar zijn wagen terug keerde in de hoop deze nog in goede staat terug te vinden.

Dan ging ik voor de ticketcontrole in de rij. Wat voor een rij. meer dan twee uren zou het duren voordat ik naar binnen kon en het perron op.

Het was inmiddels al bij vieren geworden,

Dus het schoot aardig op, dacht ik dus, de trein zou immers om acht uur vertrekken. Ik maakte het mij zo comfortabel mogelijk, door op de betonnen grond te gaan zitten met mijn rugtas tussen de benen geklemd, met de rug tegen de muur van een gebouwtje wat er stond.

Ik had eigenlijk ook geen andere keus.

Het werd een nachtmerrie, het gebouwtje was het enige toilet van het hele perron.

De lucht was verschrikkelijk, als of men direct zijn behoefte op mij losliet. Ik moest daar weg, maar waar ik ook keek , nergens was er plaats, overal lagen of zaten mensen in groepjes bij elkaar. Soms waren zij aan het eten, en leek het perron dan ook op een betonnen park, alwaar men vrolijk keuvelend de picknick hield. Dit moest ik nog vier uur vol houden begreep ik.

 

 

 

 

Nu ook dat was mis gerekend.

Ik begreep het al niet, dat de mensen niet onrustig werden.

Zij begonnen zo langzamerhand hun picknickspullen op te ruimen, daar de klok toch al aangaf dat het half acht was.

Ook rolde er nog steeds geen trein het station binnen.

Dat werd dus tien uur, leeg? Niet op zijn minst.

Ik begreep het niet, moesten al deze mensen in die halfvolle trein?. Gewapend met een paar honderd Rupia en mijn kaartje in mijn hand, ging ook ik maar de strijd aan.

Ik worstelde mij naar een, naar ik aannam conducteur,

gaf hem mijn kaartje met de Rupia’s, wat wel resulteerde in een vrijbaan, vraag niet hoe, maar in tien minuten zat ik in de trein. En, op de het kaartje vermelde plaats.

Immens blij verlost te zijn van de lucht van enkele honderden uitwerpselen, was ik even gelukkig, maar dan ook maar even, wel te verstaan. De trein stroomde vol tot overvol, overal zaten, stonden, lagen mensen. Op het dak, zou ik later zien, in de passage tussen de treinstellen, geiten, kippen zaten op schoot, alle ruimte was bezet.

De Indonesische mensen zijn rustig, gelaten, zonder agressie.

Maar wel in hun eenvoud ook, voor ons westerlingen, ongemanierd. Zo schromen zij niet in de trein op de grond te spuwen, het zich zo comfortabel mogelijk te maken.

Of dit nu ten koste van de mede reizigers gaat, wordt niet gezien als dusdanig, nee, het is allemaal gewoon.

Ik vroeg mij af wat mij nog allemaal te wachten was,

elf uur, we stonden nog steeds in Jakarta.

Maar dan, daar klonk het fluitje van vertrek, we gingen, onvoorstelbaar, het geheel zette zich in beweging.

 

Ivan Grud      (wordt vervolgd)

 

 

 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Ivan Grud om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Jakarta Indonesia deel 1






Jakarta Indonesia    1 de aankomst

 

Na een vermoeiende en vooral lange vlucht van ruim zestien uur, landen wij eindelijk op de Airport van Jakarta, Sukarno Hatta.

Het eerste wat mij opviel na het verlaten van het toestel, waren de kakiuniformen van gezag dragers, die rijkelijk waren voorzien van sterren, strepen en balken, alsof zij allemaal individueel een oorlog hadden gewonnen.

Nu is dat in deze tijd niet zo heel verwonderlijk meer, daar we het met een beetje praktijk op p.c,  het allemaal wel voor elkaar krijgen, maar zo als gezegd, alleen op de computer. Nu zijn het ook bijna alleen de uniformen die men ziet, want deze overheersen de drager volkomen.

Zij wijzen je ongewild de weg naar de passencontrole, waar gelijk al de corruptie begint. Aziatische reizigers veelal van Chinese oorsprong met nota bene de Indonesische nationaliteit, worden er uit gelicht, en meegenomen door een Generaal, er klopt altijd wel iets niet, en dat kost geld. De Nederlanders, die hebben liggen slapen bij het uitrijken van de landingskaarten, en deze niet ingevuld, en of niet hebben, worden stug en zonder uitleg teruggestuurd, zo van zoek het maar uit. De wachttijd in de rij is dan ook heel erg lang.

Er is nog altijd een afkeer tegenover Nederlanders, maar dat kan ook niet anders, want dat wordt systematisch in leven gehouden. Het bevrijding feest, en de capitulatie, met op de televisie, aanverwante Indonesische oorlogfilmproducties, wordt ieder jaar nog gevierd. Met marcherende geüniformeerde kinderen, voorzien met rood witte vlaggen, en het scanderen van Merdekka, is die dagen dan ook niet van de lucht, later kom ik hier op terug.

Maar als je dan alles zo’n beetje hebt doorlopen, en je koffer hebt,

zie je bij de douane het zelfde patroon, buitenlanders mogen zondermeer doorlopen, maar eigenvolk, en dan vooral weer de Aziatische allochtonen, hun bagage wordt binnenstebuiten gekeerd.

En alles, letterlijk alles, wat maar even onder de invoerwet valt, daar worden afschuwelijke hoge bedragen aan invoer rechten voor gevraagd. Wat uiteraard deze stakkers, die na een of twee jaar hard werken in het middenoosten, als dienstmeid of wat dan ook, niet kunnen betalen. Dus wordt het oude t.v tje, radiootje, of camera vriendelijk lachend door de Generaals in beslag genomen.

Geen enkel pardon, gezien het harde werken, dan wel misbruikt te zijn geweest van de veelal jonge vrouwen, wordt in aanmerking genomen.

Maar dan sta je toch buiten, en het eerste wat je ervaart is de klamme warmte, die als een deken over je heen valt.

Het is verstikkend, en men begint dan ook onmiddellijk te zweten alsof je zojuist een marathon achter de rug hebt.

Dan wordt het opletten geblazen, want van alle kanten komen ze aan, de koffer belegeraars. De kruier die ze op het karretje gezet heeft en naar buiten gereden, is na het ontvangen van zijn fooi, ijlings naar binnen vertrokken, voorhem zit het er dan op.

Dus de volgende fooi jagers zijn aan de beurt, gadegeslagen door,

ja je raadt het al,  in andere uniformen, Generaals, die uiteraard hun graantje hiervan mee pikken. Een taxi wordt er dan gewenkt, ook deze geeft weer geld om daar te mogen zijn.

Dan na alles ingeladen te hebben, en uiteraard de fooi gegeven, in de hand die je achtervolgt tot op de achterbank, kun je eindelijk vertrekken.

Nu dan ben je blij als je zit met de airconditie aan, dat kan ik u verzekeren.

Van het vliegveld naar de stad gaat over een redelijke met beton

afgewerkte tolweg, met aan de beide kanten ervan wat sawa’s, (rijstvelden), in de verte wat krottenwijken, en hier en daar een paar palmbomen, al met al nu niet direct een uitzicht wat een schoonheidsprijs verdiend.

Daarin tegen zijn de billboards kleurig, geen vrouwelijk bloot zoals wij dat kennen, het is uiteindelijk een Islamitische staat, waarvan de bevolking 90% vertegenwoordigd.

Weliswaar is het zo, dat men de schitterende spreuk,

” eenheid in verscheidenheid” in het landswapen handteerd,

maar wat gezien de huidige ontwikkelingen, het elkaar afslachten van de verschillend geloofsgroeperingen, nooit wordt nageleefd, dat kan ook niet, want dat staat het geloof niet toe.

Aan het eind van de tolweg een soort welkomstoog, met daarop de tekst Slamat Datang (welkom), waar je dan onderdoorrijdt.

Dan van de tolweg rijden we de stad in, en worden direct geconfronteerd met de verkeerchaos van Jakarta, een compleet gekkenhuis.

Van alle kanten, en kriskras door elkaar, met het recht van de brutaalste, rijd alles door elkaar, weliswaar de zelfde kant op, maar toch.

Oud tot zeer oud, (lees wrakken), maar ook nieuwe auto’s.

Langs de zijkant van de wegen de rode badjay’s,  (motorfietsen met daaraan een bak voor twee passagiers gemonteerd), sputterend rokend die de meest onvoorspelbare manoeuvres hanteren om toch ook maar op de plaats van bestemming te komen. Het toeteren van alle voertuigen, maar dan ook allemaal, is niet van de lucht. Niet dat iemand zich daar iets van aantrekt, het hoort nu eenmaal zo.

Dan plotseling uit het niets, loopt daar, tegen het verkeer in,

een spiernaakte broodmagere man in het midden van de weg.

Als het niet zo droevig zou zijn, zou men er hartelijk om kunnen lachen.

Maar hier gaat het niet om een stunt, nee maar om een al gehele verdwazing, voortkomend uit een uitzichtloze sociale situatie,

de man wilde gewoon dood.

Ook werd ik nog geconfronteerd met een verkeerslachtoffer, die dood

op het midden van de weg lag, het bleek een oudere vrouw te zijn, die met wat kranten toegedekt wachtte tot dat men haar zou ophalen.

Een ieder reed er gewoon omheen, geen afzetting of politie, nee rustig laten liggen, en niet kijken.

 

Ivan Grud         (wordt vervolgd)

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Ivan Grud om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Adzhemyshkaiy

 














Adzhemyshkaiy

Steen groeve

Van uit krochten ondergronds
Vochten zij tegen overmacht
Die onmacht vals wraakte
Injecteerden gas erna de bom
Voorwaar de strijd staakte

Zielen eeuwig geborgen delen
In de duisternis van de schacht
Hoort de schreeuw van velen
Nimmer geborgen altijd op wacht

-------------------------------------------------------
Vijftien duizend Partizanen, vochten bij Kerch, Grimea Ukraine
Tegen een overmacht van nazies, 1940/45 ondergronds verzet,in de steen groeve,
werd gebroken met gas. 1942 Slechts enkele overleefden deze massa moord.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Ivan Grud om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Incest

Incest

 

Waar eigen bloed

Misbruikt in ongeremd gijl besef

Nacht na nacht opnieuw vermoord

Wordt de stille kreet nimmer gehoord

 

Achter hermetisch gesloten deuren

Kan steeds het vunzige gebeuren

Gesmoord verstikkend in ademnood

Is de liefde voor altijd dood

 

Ivan Grud

 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Ivan Grud om 09:42 Reageer op dit bericht Stuur door

De Media

De Media

 

De media met rapportages van oorlogen en geweld

De media is het die het ons steeds maar weer verteld

De media met beelden van rampen honger en verdriet

De media brengt het in geloof dat iemand het nog ziet

 

Is er eigenlijk wel iets wat de mensheid kan deren

Is er eigenlijk nog wel iets waarvan wij willen leren

Is er eigenlijk nog wel iets wat ons op fouten kan wijzen

Is er eigenlijk nog wel iets dat ons vervult met afgrijzen

 

En lusteloos hangen wij altijd weer voor de buis

En lusteloos knabbelen wij chips in ons veilige huis

En lusteloos verveeld geeuwen wij het zappen moe

En lusteloos gaan wij volgevreten weer naar bedje toe

 

Op C.N.N laat men de bom nog maar eens exploderen

Opgezwollen van bier en chips kan het ons nog weinig deren

 

Ivan Grud

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Ivan Grud om 09:33 Reageer op dit bericht Stuur door

Te Laat

Het is nog niet over fluistert zij
Ik heb je liefde nog altijd nodig
We hebben nog die kans
Haar hand streelt vragend mijn dij

Rillend onderga ik dit alles
Verstard kijk ik haar aan
Zie haar vreemd liefde bedrijven
Gepassioneerd was zij vreemd gegaan

En terwijl mijn lendenen verstijven
Doet geilheid verdoven mijn venijn
Dring ik diep verdwaasd in haar
Wetend het zal nimmer het zelfde zijn

Ivan Grud

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Ivan Grud om 09:47 Reageer op dit bericht Stuur door

Geboorte

Het maagdelijk stof ons aller begin
Verzamelde rest van miljarden sterren
Geperst gebald tot blauwe planeet
Gaf en geeft het leven van verre

En gedreven willen wij geloven
Altijd zoekend iets van daar boven
Wat zich nimmer aan ons ontbloot
Ontgaat ons 's nachts de moederschoot

Schrijver: Ivan Grud



Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Ivan Grud om 09:50 Reageer op dit bericht Stuur door

Het Aanvaarden



Er vertoonden zich kloven aan het oppervlak
Grauwe groeven ongekend
Droog en dor ineen komend
Om uit te monden in een gapende kloof
Verwondingen met een niet aflatende pus

De spiegel geeft geen bedrog
En wanneer ik mij aanstaar
Voel ik hem achter mij
Ervaar de zwart omrande nagel
Snijdend in mijn wang

De geest is verbijsterd
Tijd sticht verwarring
Een koude bries doet mij rillen
De adem stokt
Verstijft wacht ik het af
dend in mijn wang


Hier vraagt geen kalender om uitleg
Hier past geen rouw
Te aanvaarden is wat rest
Angst is mij te gaan
En in de ogen welt een traan

Schrijver: Ivan Grud



Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Ivan Grud om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

De oplichter

 

Gedreven door mijn valse sluwheid

Schreed ik op het laagste niveau

Verminkt achterlatend verboden zones

Maar dan gleed ik uit door de herkenning

Struikelend smakte ik op het granieten geheel

 

Mijn gezicht haakte de richel van fatsoen

Scheurde mijn schranderheid en liet los

Om meegevoerd door de frisse wind

In het duistere ravijn af te dwarrelen

Naar daar waar men niets meer vindt

 

Mijn kop verminkt tot bloedens toe

Mist nu de gladde aanschouwelijkheid

Raven ontfermen zich over mijn resten

Zij scheuren gedreven mijn ogen los

Angstig om slachtoffer te worden

 

Ivan Grud

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Ivan Grud om 14:27 Reageer op dit bericht Stuur door

Aids

Giftige dampen begeleidden het samen smelten
Het kwaad aangezet door passie was in wording
Dan duldde het moeras het embryo niet langer
Stuwde het omhoog en braakte het op de oever
En slijmerig begon jij aan jouw dodelijk bestaan
 
Fluisterend met liefdevolle woorden penetrerend
Dwangmatig ongeremd razend verspreid je gif
Wetend dat verlustiging geilheid brengt gebruik jij
Keer op keer zaai jij dood en verderf in gemeenschap
Grijpt niets en niemand ontziend kwijlend om je heen
 
Bevrucht laat jij hen achter een nieuwe bron is geboren
En vervolgt onstuitbaar jouw weg in weg weg weg

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Ivan Grud om 11:25 Reageer op dit bericht Stuur door

Overleven

 

Verhit staat hij te praten
de woorden zijn ongeremd
De ogen gloeien koortsig gelig
In zijn hand de plastic tas
zoals men dat van hem kent

Het is niet te geloven man
zijn stem is laag noch hoog
Wanhoop doet hem schreeuwen
de lippen gesprongen
Hoe angstig klinkt zijn betoog

Ik ging voor een radiootje
ruitje tikken zoals het moet
stond zo op de achterbank
een nieuwe fax met telefoon
en niemand die je wat doet

Mot je kijken hij is gloed nieuw
een geeltje mag je hem hebben
Bevend trekt hij de veroverde buit
Hoogste tijd hij moet opschieten
Hij is ten einde hij moet een spuit

Schamper wordt er geboden
de helft dan ben je hem kwijt
Hij moet door pijnen overmand
De tas gegrist van gebogen schouders
Dan drukt iemand het geld in zijn hand

Weer staat hij buiten rillend en ziek
zijn ogen loerend naar nieuwe buit
hij moet scoren het is niet genoeg
daar een fiets met kinderzitje
snel haast geboden de volgende kroeg

En als hij 's avonds het overleven moe
zich rillend tegen de warme buis drukt
weet hij niets meer van de koortsige jacht
Die dag als ieder ander reeds vergeten
om plaats te maken voor die pijnlijke nacht

Meedogenloos harde wind
doet herfst bladeren roeren
spottend als een lauwerkrans
dartelend rond zijn hoofd
Zijn mond wijd open
een niet gehoorde schreeuw
Een melodrama gezongen
toonloos in de hoogste nood
De omhoog geschonden vragende arm
als een baken van de dood

Ivan Grud

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Ivan Grud om 09:32 Reageer op dit bericht Stuur door

Liefdeshaat

 

Liefdeshaat



Jouw levenslied kent geen melodie
Een toonloos gehuil over kale vlakten
Rollende kille mist voortgestuwd door de wind
Gruwelijke afspiegeling van jouw minzaamheid

Rottend gaapt je versteende mond in de verte
Wellustig kronkel jij voort aanziend mijn leed
En verlicht door het vuur van palmtakken
Gloort aan de horizon de eeuwige hoop

Rust is mij niet gegund
Moge u eeuwig dwalen over die vlakten

Schrijver: Ivan Grud

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Ivan Grud om 19:49 Reageer op dit bericht Stuur door

Vriendschap

 

Vriendschap

Geduld mijn goede vriend
Laat mij u ter zijde staan
Uw geliefde die u verdiend
Zal ik beminnen voortaan

Zo u mij blind vertrouwde
Naïef het konkelen liet begaan
Leidde ik haar naar het altaar
Troonde haar ver bij u vandaan

Maar nu ik haar mag bestijgen
Frigide lui fatterig als zij is
Had ik beter kunnen zwijgen
U kunt haar met alle plezier krijgen

Schrijver: Ivan Grud


Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Ivan Grud om 09:38 Reageer op dit bericht Stuur door

Dodelijke omarming

Dodelijke omarming

Adder gilde jij en kronkelde rond mijn arm
En terwijl je het gif in mijn onderlip spoot
Voelde ik vloeiend de warmte in mijn lendenen
Mijn angel vulde zich klaar om toe te steken

Het strekken van jouw slanke schoonheid
Bevochtigde mijn hand en onderarm
En rusteloos gleden mijn vingers in jou weg
Je ontspande en gleed slijmerig onder mij in

Sissend bedreef jij jouw zwarte mystieke liefde
Na mijn verkramping volgde jouw intense ontlading
Rondom sloot de nacht je huid achterlatend

Schrijver: Ivan Grud
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Ivan Grud om 09:54 Reageer op dit bericht Stuur door

Zinloos geweld

Pilsje pakken

 

Het was zo de gewoonte

een pilsje na het werk

de kroeg was druk en overgoten

de ruimte beperkt

de druppel was de aanstoot

het sorry ongewenst

 

En voor hij het wist stond hij buiten

praten wilden zij niet gedogen

hij kon zich nauwelijks weren

de klap zag hij niet aankomen

het werd duister voor zijn ogen

                   

Zij kletsten zich op de dijen

zoveel pret en lol lachen joh

zijn schoenzool was los gelaten

de drankwalm steeg hier ten top

zag  je dat sprak hij verhit

die een penalty voor zijn kop

 

Maar even goed jij kreeg toch een klets

tot ik er in sprong toen ging hij wel

ja het was natuurlijk maar een mietje

even een kopstoot er overheen

gevolg door het bekende knietje

 

Moet je hem nou zien liggen

kijkt hij bloed uit zijn oor

zal ik hem er nog een geven

klets boven op zijn kanis

hij vraagt erom hij licht ervoor

 

Kom op we gaan maar naar binnen

hij beweegt toch niet meer

geen lol meer aan te beleven

hij was toch met die gozer daar

die gaan wij zo proberen

misschien wil die ook een keer

 

Het drama was reeds voltrokken

niemand die iets merkte

zwaai lichten in het duister

uniformen in de nacht

zij moeten gaan vertellen

dat hij niet meer thuis zal komen

aan hen die op hem wacht              

 

Ivan Grud

 

 

  

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Ivan Grud om 08:22 Reageer op dit bericht Stuur door

Gasten

 

Gasten

De tafel wit gedekt tafelzilver kaarsen aan
genodigden doordacht selectief toch spontaan
deze keer kon het niet stuk wisten zij zeker
de disk rijkelijk als altijd overvloedig gedekt
wijnen franse origine drinken zij uit de beker
Smoking avondjapon vereist zoals het hoort
portiers klassiek gekleed buiten bij de poort
controlerend alleen uitnodiging toegelaten
eenmaal binnen herkenning van weleer
kwam de borrel vooraf die bracht meteen sfeer

Alcohol met gulle hand geschonken ging er dorstig in
Jonker niet vies ervan sloeg hem in een keer achterover
hij en de hooggehakte opzichtig geklede dame
die hij bij zich had hadden het nodige al op
dat wilde de dokter die de derde nam beamen met rode kop
hapjes werden geserveerd
het was gezellig er werd druk geconverseerd
De gastheer hevig vermaand door vrouw des huize
liep met zijn derde glas lekker slobberend rond
vrolijk grappend dat van thee kreeg je maar luizen
slinks glurend in decolletés om hier en daar een bibs te beroeren
argwanend nagestaard door mevrouw die hem stond te beloeren

Gezelligheid het kon niet op zij van de rechter flirtte flink en ongeremd
hij zelf eerloos beest had met dreigende smoes de keukenmeid getemd
en zo verstreek tijd een ieder ging zich aan drank te buiten
plotseling een enorm knal gerinkel opa keilde met een dame door de ruiten
scherven bijeen geveegd opa vlug weer binnen getild waar men hem verbond
men kon er heimelijk om lachen omdat opa zijn gulp openstond
Alleen mevrouw die had het niet men moest toch echt aan tafel
zocht steun bij dokter keek hem zwoel aan vond een gewillig oor
of hij het nu goed begreep of niet zijn hand ging er in ieder geval voor
trok haar mee de hal in betastte haar zoals een dokter dat doet
zij nam toen ook maar een flinke slok maande hijgend tot spoed
vlug vlug sprak zij met hese stem ogen wild trok hem in een kast
de soep werd dadelijk opgediend daar hoorde zij bij dat was gepast

Menig hoofd reeds verfrommeld haren verward
souperen heeft een rumoerige rommelige start
de notaris anders zo beleefd begint te zingen
niemand kijkt er eigenlijk van op
men begint wat mee te deinen
zodat de tafel langzaam verschuift
als wil deze het gezang belonen
en zie het hoofd van jonkheers wulpse vriendin
wordt hevig schokkend
in gastheers schoot waargenomen
Dit kon toch echt niet al moest men er wel om lachen
allen verwachtten de vermaning van mevrouw
doch haar stoel was leeg zij had nog niet aangezeten
de dokter kreeg het warm excuseerde zich
wist opeens hij had haar in de kast vergeten

Toen alles was geklaard kon men verder dineren
nooit was er een beter diner begon een ieder te lallen
ieder was het er mee eens zij konden er wat van leren
och een stukje ongeregeld hoorde er bij zo zij allen meenden
het foutje van de gastheer kon eigenlijk niemand wat deren
Maar de moraal van dit hele gebeuren de dames
opgewonden wat verlegen zich niet meer in de hand
benaderden zij mevrouw discreet heel beleefd gepast
vroegen naar de romance en de sleutel van de kast

Schrijver: Ivan Grud



Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Ivan Grud om 10:41 Reageer op dit bericht Stuur door

Eigenwaarde

Eigenwaarde
 
Sterven is niet erg
Maar creperen liever niet
Janken vrolijk toegestaan
Zielig doen dat weer niet
 
Er zijn zo velen die voor gaan
Naar een duister en ongekend gebied
Tijd is dan ook zo betrekkelijk
Zodat men elkaar nooit echt mis, niet ziet
 
Het kan ook een troost zijn als men de ogen sluit
En men ontspannen de zucht slaakt ik ga er even tussen uit
Het enige vervelende banale wat erna dan weer komt
De theedoek rond het hoofd voor het sluiten van de mond
 
Want zelfs na het verlichtend sterven
Weet men nog zijn binnen pret te bederven
Dat men moet staren in die gapende mond
Met van het pruimen bruine tanden
Die men afschuwelijk vond
 
Nee nu klinkt het hij ligt er netjes bij
Als een opgepoetst fluitketeltje hij kijkt zelfs blij
Ellendelingen weg die theedoek dit ben ik dus helemaal niet
Laat mijn bek open zodat je weer mijn bruine tanden ziet
 
Ivan Grud
   

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Ivan Grud om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Dodelijke omarming

 

Dodelijke omarming

Adder gilde jij en kronkelde rond mijn arm
En terwijl je het gif in mijn onderlip spoot
Voelde ik vloeiend de warmte in mijn lendenen
Mijn angel vulde zich klaar om toe te steken

Het strekken van jouw slanke schoonheid
Bevochtigde mijn hand en onderarm
En rusteloos gleden mijn vingers in jou weg
Je ontspande en gleed slijmerig onder mij in

Sissend bedreef jij jouw zwarte mystieke liefde
Na mijn verkramping volgde jouw intense ontlading
Rondom sloot de nacht je huid achterlatend

Schrijver: Ivan Grud


Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Ivan Grud om 16:01 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Gedenkt de onzichtbaren

↑ Terug naar de berichten