Het Aanvaarden


|
Het Aanvaarden

|
De oplichter
Gedreven door mijn valse sluwheid
Schreed ik op het laagste niveau
Verminkt achterlatend verboden zones
Maar dan gleed ik uit door de herkenning
Struikelend smakte ik op het granieten geheel
Mijn gezicht haakte de richel van fatsoen
Scheurde mijn schranderheid en liet los
Om meegevoerd door de frisse wind
In het duistere ravijn af te dwarrelen
Naar daar waar men niets meer vindt
Mijn kop verminkt tot bloedens toe
Mist nu de gladde aanschouwelijkheid
Raven ontfermen zich over mijn resten
Zij scheuren gedreven mijn ogen los
Angstig om slachtoffer te worden
Ivan Grud
AidsGiftige dampen begeleidden het samen smelten
Het kwaad aangezet door passie was in wording
Dan duldde het moeras het embryo niet langer
Stuwde het omhoog en braakte het op de oever
En slijmerig begon jij aan jouw dodelijk bestaan
Fluisterend met liefdevolle woorden penetrerend
Dwangmatig ongeremd razend verspreid je gif
Wetend dat verlustiging geilheid brengt gebruik jij
Keer op keer zaai jij dood en verderf in gemeenschap
Grijpt niets en niemand ontziend kwijlend om je heen
Bevrucht laat jij hen achter een nieuwe bron is geboren
En vervolgt onstuitbaar jouw weg in weg weg weg
OverlevenVerhit staat hij te praten
de woorden zijn ongeremd
De ogen gloeien koortsig gelig
In zijn hand de plastic tas
zoals men dat van hem kent
Het is niet te geloven man
zijn stem is laag noch hoog
Wanhoop doet hem schreeuwen
de lippen gesprongen
Hoe angstig klinkt zijn betoog
Ik ging voor een radiootje
ruitje tikken zoals het moet
stond zo op de achterbank
een nieuwe fax met telefoon
en niemand die je wat doet
Mot je kijken hij is gloed nieuw
een geeltje mag je hem hebben
Bevend trekt hij de veroverde buit
Hoogste tijd hij moet opschieten
Hij is ten einde hij moet een spuit
Schamper wordt er geboden
de helft dan ben je hem kwijt
Hij moet door pijnen overmand
De tas gegrist van gebogen schouders
Dan drukt iemand het geld in zijn hand
Weer staat hij buiten rillend en ziek
zijn ogen loerend naar nieuwe buit
hij moet scoren het is niet genoeg
daar een fiets met kinderzitje
snel haast geboden de volgende kroeg
En als hij 's avonds het overleven moe
zich rillend tegen de warme buis drukt
weet hij niets meer van de koortsige jacht
Die dag als ieder ander reeds vergeten
om plaats te maken voor die pijnlijke nacht
Meedogenloos harde wind
doet herfst bladeren roeren
spottend als een lauwerkrans
dartelend rond zijn hoofd
Zijn mond wijd open
een niet gehoorde schreeuw
Een melodrama gezongen
toonloos in de hoogste nood
De omhoog geschonden vragende arm
als een baken van de dood
Ivan Grud
Liefdeshaat
Jouw levenslied kent geen melodie
Een toonloos gehuil over kale vlakten
Rollende kille mist voortgestuwd door de wind
Gruwelijke afspiegeling van jouw minzaamheid
Rottend gaapt je versteende mond in de verte
Wellustig kronkel jij voort aanziend mijn leed
En verlicht door het vuur van palmtakken
Gloort aan de horizon de eeuwige hoop
Rust is mij niet gegund
Moge u eeuwig dwalen over die vlakten
Schrijver: Ivan Grud
VriendschapGeduld mijn goede vriend
Laat mij u ter zijde staan
Uw geliefde die u verdiend
Zal ik beminnen voortaan
Zo u mij blind vertrouwde
Naïef het konkelen liet begaan
Leidde ik haar naar het altaar
Troonde haar ver bij u vandaan
Maar nu ik haar mag bestijgen
Frigide lui fatterig als zij is
Had ik beter kunnen zwijgen
U kunt haar met alle plezier krijgen
Schrijver: Ivan Grud
Dodelijke omarming
Dodelijke omarmingAdder gilde jij en kronkelde rond mijn armEn terwijl je het gif in mijn onderlip spoot Voelde ik vloeiend de warmte in mijn lendenen Mijn angel vulde zich klaar om toe te steken Het strekken van jouw slanke schoonheid Bevochtigde mijn hand en onderarm En rusteloos gleden mijn vingers in jou weg Je ontspande en gleed slijmerig onder mij in Sissend bedreef jij jouw zwarte mystieke liefde Na mijn verkramping volgde jouw intense ontlading Rondom sloot de nacht je huid achterlatend Schrijver: Ivan Grud |
Zinloos geweldPilsje pakken
Het was zo de gewoonte
een pilsje na het werk
de kroeg was druk en overgoten
de ruimte beperkt
de druppel was de aanstoot
het sorry ongewenst
En voor hij het wist stond hij buiten
praten wilden zij niet gedogen
hij kon zich nauwelijks weren
de klap zag hij niet aankomen
het werd duister voor zijn ogen
Zij kletsten zich op de dijen
zoveel pret en lol lachen joh
zijn schoenzool was los gelaten
de drankwalm steeg hier ten top
zag je dat sprak hij verhit
die een penalty voor zijn kop
Maar even goed jij kreeg toch een klets
tot ik er in sprong toen ging hij wel
ja het was natuurlijk maar een mietje
even een kopstoot er overheen
gevolg door het bekende knietje
Moet je hem nou zien liggen
kijkt hij bloed uit zijn oor
zal ik hem er nog een geven
klets boven op zijn kanis
hij vraagt erom hij licht ervoor
Kom op we gaan maar naar binnen
hij beweegt toch niet meer
geen lol meer aan te beleven
hij was toch met die gozer daar
die gaan wij zo proberen
misschien wil die ook een keer
Het drama was reeds voltrokken
niemand die iets merkte
zwaai lichten in het duister
uniformen in de nacht
zij moeten gaan vertellen
dat hij niet meer thuis zal komen
aan hen die op hem wacht
Ivan Grud
GastenDe tafel wit gedekt tafelzilver kaarsen aan
genodigden doordacht selectief toch spontaan
deze keer kon het niet stuk wisten zij zeker
de disk rijkelijk als altijd overvloedig gedekt
wijnen franse origine drinken zij uit de beker
Smoking avondjapon vereist zoals het hoort
portiers klassiek gekleed buiten bij de poort
controlerend alleen uitnodiging toegelaten
eenmaal binnen herkenning van weleer
kwam de borrel vooraf die bracht meteen sfeer
Alcohol met gulle hand geschonken ging er dorstig in
Jonker niet vies ervan sloeg hem in een keer achterover
hij en de hooggehakte opzichtig geklede dame
die hij bij zich had hadden het nodige al op
dat wilde de dokter die de derde nam beamen met rode kop
hapjes werden geserveerd
het was gezellig er werd druk geconverseerd
De gastheer hevig vermaand door vrouw des huize
liep met zijn derde glas lekker slobberend rond
vrolijk grappend dat van thee kreeg je maar luizen
slinks glurend in decolletés om hier en daar een bibs te beroeren
argwanend nagestaard door mevrouw die hem stond te beloeren
Gezelligheid het kon niet op zij van de rechter flirtte flink en ongeremd
hij zelf eerloos beest had met dreigende smoes de keukenmeid getemd
en zo verstreek tijd een ieder ging zich aan drank te buiten
plotseling een enorm knal gerinkel opa keilde met een dame door de ruiten
scherven bijeen geveegd opa vlug weer binnen getild waar men hem verbond
men kon er heimelijk om lachen omdat opa zijn gulp openstond
Alleen mevrouw die had het niet men moest toch echt aan tafel
zocht steun bij dokter keek hem zwoel aan vond een gewillig oor
of hij het nu goed begreep of niet zijn hand ging er in ieder geval voor
trok haar mee de hal in betastte haar zoals een dokter dat doet
zij nam toen ook maar een flinke slok maande hijgend tot spoed
vlug vlug sprak zij met hese stem ogen wild trok hem in een kast
de soep werd dadelijk opgediend daar hoorde zij bij dat was gepast
Menig hoofd reeds verfrommeld haren verward
souperen heeft een rumoerige rommelige start
de notaris anders zo beleefd begint te zingen
niemand kijkt er eigenlijk van op
men begint wat mee te deinen
zodat de tafel langzaam verschuift
als wil deze het gezang belonen
en zie het hoofd van jonkheers wulpse vriendin
wordt hevig schokkend
in gastheers schoot waargenomen
Dit kon toch echt niet al moest men er wel om lachen
allen verwachtten de vermaning van mevrouw
doch haar stoel was leeg zij had nog niet aangezeten
de dokter kreeg het warm excuseerde zich
wist opeens hij had haar in de kast vergeten
Toen alles was geklaard kon men verder dineren
nooit was er een beter diner begon een ieder te lallen
ieder was het er mee eens zij konden er wat van leren
och een stukje ongeregeld hoorde er bij zo zij allen meenden
het foutje van de gastheer kon eigenlijk niemand wat deren
Maar de moraal van dit hele gebeuren de dames
opgewonden wat verlegen zich niet meer in de hand
benaderden zij mevrouw discreet heel beleefd gepast
vroegen naar de romance en de sleutel van de kast
Schrijver: Ivan Grud
EigenwaardeEigenwaarde
Sterven is niet erg
Maar creperen liever niet
Janken vrolijk toegestaan
Zielig doen dat weer niet
Er zijn zo velen die voor gaan
Naar een duister en ongekend gebied
Tijd is dan ook zo betrekkelijk
Zodat men elkaar nooit echt mis, niet ziet
Het kan ook een troost zijn als men de ogen sluit
En men ontspannen de zucht slaakt ik ga er even tussen uit
Het enige vervelende banale wat erna dan weer komt
De theedoek rond het hoofd voor het sluiten van de mond
Want zelfs na het verlichtend sterven
Weet men nog zijn binnen pret te bederven
Dat men moet staren in die gapende mond
Met van het pruimen bruine tanden
Die men afschuwelijk vond
Nee nu klinkt het hij ligt er netjes bij
Als een opgepoetst fluitketeltje hij kijkt zelfs blij
Ellendelingen weg die theedoek dit ben ik dus helemaal niet
Laat mijn bek open zodat je weer mijn bruine tanden ziet
Ivan Grud
Dodelijke omarmingAdder gilde jij en kronkelde rond mijn arm
En terwijl je het gif in mijn onderlip spoot
Voelde ik vloeiend de warmte in mijn lendenen
Mijn angel vulde zich klaar om toe te steken
Het strekken van jouw slanke schoonheid
Bevochtigde mijn hand en onderarm
En rusteloos gleden mijn vingers in jou weg
Je ontspande en gleed slijmerig onder mij in
Sissend bedreef jij jouw zwarte mystieke liefde
Na mijn verkramping volgde jouw intense ontlading
Rondom sloot de nacht je huid achterlatend
Schrijver: Ivan Grud
de MoedersMoeders van Argentinië
Als de stilte van de nacht
Door een auto wordt verstoord
Giert de angst door vele kelen
Hoort men gehuil en rauwe kreten
Voorbode van een nieuwe moord
Blind weggevoerd naar waar geen waar is
Vormloos gebonden in verstikt protest
Verheven door wentelende wieken
Blind verminkt gedropt de dood die rest
En terwijl de moeders nog altijd smeken
Handen machteloos ten hemel gespreid
Wisten en weten wij maar willen niet horen
Want willens wetens gedoogden wij dat beleid
Nog altijd vloeien verbitterde moeders tranen
Een woedende schreeuw om gerechtigheid
Waarom ondergingen zij dat vreselijke lot
Minachtend ontkennen de Generaals
Verwijzen en beroepen zich op God
Schrijver: Ivan Grud
RechtspraakToen de linke, linkse rechter
recht rechts verwoordde
Sprak de linke rechter, rechts recht,
totdat links het hoorde.
Dan stuurde een linke linkse rechter,
de linke rechtse rechter, rechts,
waar men hem slinks vermoordde
-----------------------------------------------
rechtspraak in Rusland ten tijde van Stalin
Schrijver: Ivan grud
SocialismeAanstormend door mij nimmer gehoord
komen doden gedachten wreed vermoord
klinken hol en leeg mijn klanken van heden
bekende terreinen op de tast betreden
Glijden zinnen gespiegeld glad in alle vormen
om warrig zoekende hun rode draad los te tornen
Verwachtingen laat in tijd steeds voorbij te staren
misgrijpend zoekende ondergane levens jaren
Trotse bouwstenen zo mijn muren het wilden
brokkelen zij af gestaag doch ongecontroleerd
Zo verankerde woorden geketend in mij gilden
worden muzen der jaren sociaal berekend verteerd
Schrijver: Ivan Grud
Terreur
TerreurWervelend doet het beloofde de rondeEeuwige tijden bruiden ongekend Het hoogste streven meedogenloos ongeremd Wee hen die niet deelnemen zij vergaren vuur Het beoogde is het heilige streven Gezegend te verlaten het leven ieder uur Verkondigd door verheven geleerden de wijzen Het geschrevene daar kon men niet omheen Predikers van het hoogste de gelauwerde grijzen Het doel is te sterven zo brengt men in gezang Dan ontvangt men bloedend de rijkdom Dan leeft men voort in zaligheid eeuwig lang Het moment aangebroken de borst reet uiteen De bodybag ritst snerpend open Geen opwachtenden of licht wat er verscheen Gespierde armen tillen plastic de belt zwelt aan Geronk van motoren met grof geweld Geofferd leven zo zal het altijd blijven gaan Blindelings en nederig volgde men en onderging Het streven was het eeuwige leven Nimmer getuigde hij die al ontving En altijd knielt men neder Schrijver: Ivan Grud |
De V.Nde V.N
Wederkerig het lover altijd weer verdort
Zo ook de mensheid altijd weer moordt
Zullen wij altijd om het gelijk blijven kijven
Al bezongen in lang vervlogen tijd
In het lied van de wagen vol oude wijven
Geen raden ter wereld luisterden er naar
Resoluties en altijd weer nieuwe besluiten
Dikke koppen krakelen zonder inhoud
Luisterden niet naar die ratelende oude kar daar buiten
Nimmer meer dan ooit in mijn levens dagen
Horen zij die nutteloze in die wagen
Ivan Grud
WaaromWaarom, waarom, de vraag vol van smart
De zon brandt op zijn verbrande huid
Waarom mijnheer, moest zij sterven
De onschuld, mijn voorbestemde bruid
Betast door vele handen in de straat
De omwikkeling getuigt het leed
Haar eens feestelijk bruidsgewaad
Nu haar smetteloze witte doodskleed
En hoog in de met rook besmeurde lucht
Wacht de zwarte vogel op haar ziel
Hij brengt haar naar hoge hemelen
Bevrijd spreidt zij haar vleugels
En ontwijkt nog enkele raketten
Schrijver: Ivan grud
Het parkbankjeHaar zucht was grenzeloos
Doorgezakt na al haar dragen
Vermaard zoals zij was geweest
Had zij warm alle emoties gedragen
Maar nu vertoonde zich het schraal
Toonde naakt haar bladderend oppervlak
Vermoeid kreunde zij nu bij elke beroering
Wetend weldra was haar mooie tijd geleden
En mijmerend over die luisterrijke tijden van weleer
Gefluisterde woorden van liefde in die sterrennachten
Mengt zij verregend tranen met het aangehoorde levenslied
Afstandelijk aangestaard door hen die op hun liefde wachten
En stervende weet zij zich geliefd bij velen
Schrijver: Ivan Grud
De ontgoochelingDoor media belagend
danste zij jong over het scherm
Blondgelokte borsten vragend
heupen wellustig vooruit verwrongen
wulps beeld tastbaar bezongen
Drang niet stillend werd sterk
dwingende lust thuis op het werk
zijn passie rijkelijk betastend
Obsessie speelde met geweten
het beeld niet uit te zweten
Dromen teisteren ongekend
gedreven lustmoment
Fel hormonen genereren
erotische gedachten fel
gierend krachtig protesteren
Het rode licht verdoezelend
voluptueuze heupen borsten vlezig
binnen geen weg terug
Gespreide benen vette plooien
wenkten liggend op haar rug
Stuntelig roede weigert negerend
de uitgestoken helpende hand
Brengt hem uiteindelijk de daad
signalen afschuw verdringend
Met gebogen hoofd verlaat hij de straat
Schrijver: Ivan Grud
ZeemansgrafOlijftak omrande viermaster
oogde verbleekt
alsof zij reeds rouwden
Anker op de hand verschrompelt
eens krachtig
kon niets meer houden
Stoere tatoo
trots teken van weleer
nu een spookschip
de olijftak een veer
De oude zeeman
sleet dagen langs de maas
Vermoeid betraande ogen
turend in de verte getaand gelaat
miste schip en maat
Altijd trekt het water
gekrijs van meeuwen Jan van Gent
gure wind ruisen der golven
dat hij zo goed kent
Zijn leven lang op zee gezworven
avonturen de wilde vaart
zij was zijn grote liefde
geen vrouw die het evenaart
De zee met haar herinneringen
die hij altijd bij zich draagt
graag had hij op haar willen sterven
als zij het had gevraagd
Zijn vrienden nimmer wederkerend
vertrokken met hemelen schip
hij had hen allen weggebracht
om nooit meer aan te meren
uit het duister van de nacht
Vermoeid zet hij zich neder
daar op die verlaten ka
daar hoort hij de zang
der meerminnen in zijn gehoor
zoet zalvend zijn de woorden
velen gingen hem reeds voor
Berustend glijdt hij in het water
omarmt door de nimf die hem kust
boven hem sluiten zich de golven
hij ervaart de serene rust
De stilte is te horen
slechts onderbroken
door een witte schreeuw
de drager van zijn ziel
vertrokken is de meeuw
Schrijver: Ivan Grud