Te veel


Uit de herinneringen van mijn leven
puur ik de broodnodige kracht
koesterend, om de spinsels van gedachten
waardoor ik mezelf soms zou verachten
in tergend snelle dagen en eindeloze nachten
toch nog wat energie te kunnen geven.
Ik proef de wrange smaak van 't heden
dat bitterzoet en vaalrood sijpelt
in de wonden van mijn slopende lijf
en weet niet waar ik met m'n tranen blijf
als ik die verzengende vermoeidheid binnenrijf
omdat ik te vaak faalde in 't verleden.
Uit pure onmacht geef ik een luide gil
die ijzig snijdt door merg en been
en ik voel dat ik naar mijn verdomde adem snak
omdat die indringer weer eens binnenbrak
die mij doet voortbewegen als een hinkende slak
en mij maakte tot iemand die ik niet wil zijn.
©


