Eventjes
Verbaasd keek ik haar aan, maar in feite wist ik al wel hoe ze hier over dacht want het was niet de eerste keer dat ze me dit toevertrouwde. Het logische gevolg voor haar van een baby krijgen is dat je, net zoals haar mama bij de geboorte van haar broertje vorig jaar, naar het ziekenhuis dient te gaan.
Bij opa en oma logeren is erg leuk en ze doet dat zoveel als ze kan, maar wel liefst op die ogenblikken dat ze zelf mag kiezen. Als je mama echter naar het ziekenhuis dient te gaan om een baby te verwelkomen en je moet haar missen gedurende bijna een ganse week, dan lijkt dat heel wat minder aangenaam. Alhoewel haar grootouders haar altijd wel hebben vertroeteld en opgevangen, ze heeft zich toen ongetwijfeld iedere dag wel weer afgevraagd of haar mama wel terug zou komen en haar nog even graag zou zien met die nieuwe baby. Daar ben ik nu van overtuigd.
Ziekenhuizen, ze moet er niet van weten. Die deugen volgens haar langs geen kanten.
Haar opa heeft er chemo gekregen enkele jaren geleden en die grote snede in zijn buik: dat zijn de cadeautjes die je in een ziekenhuis krijgt.
Ze is vijf jaar maar in haar jonge leventje heeft ze al wel het één en ’t ander moeten meemaken.
Noodgedwongen. Wat weet een kind van 5 nu eenmaal ook over de ware toedracht van ziekenhuizen in ’t algemeen en dokters in ’t bijzonder.
Al die keren was haar opa, haar ‘troetelpaard’ van dienst van toen ze nog zo klein was. Hij was het die ze aaide en ‘te eten gaf’ toen hij ziek was en diende te rusten na zijn zware operatie. Haar ‘paardje’ dat niet anders kon, te moe was om andere dingen te doen en die zij op haar eigen kinderlijke manier heeft verzorgd en helpen genezen.
Ze is schrander, denkt veel na en redeneert logisch. Té logisch soms vind ik, maar in haar herken ik zoveel van mezelf, hoe ik was als kind en hoe ik zelfs nu nog veel te veel blijf overdenken.
“Ik wil ook geen auto leren rijden later” vervolgde ze. “Ik hou niet van autorijden. Als ik ergens naar toe moet dan ga ik wel te voet of neem ik de fiets. En ik ga ook niet werken!”
“Wil je niet gaan werken later?” vroeg ik haar lachend. “Nee, ik ga niet werken.”
“Maar als je dan geen baby’s wil en je wil niet werken later, dan ga je je vervelen hoor”, zei ik haar. “Wat ga jij dan de hele dag doen als je niet meer naar school moet? En je gaat ook geen centjes verdienen als je niet gaat werken om eten te kopen en klederen.”
“Ach, oma, er zijn zoveel dingen die ik zal doen net als jij en ik heb ook al zoveel centen in mijn spaarpot die ik allemaal heb gekregen. Ik kan maar best ook wat centjes geven aan Haïti. Ik heb er toch zoveel en de aarde heeft daar zo erg geschud. Mama heeft het ook gedaan. Ze heeft het zelf gezegd. We hebben zoveel en die mensen hebben zelfs geen huizen meer.”
De denkwereld van een kind kan toch zo eenvoudig zijn en bijgevolg ook zo logisch.
Ze heeft het hart op de goede plaats zitten. Dat weet ik al langer. Wat ik ook al langer weet is dat ze binnenkort wel vergeten zal zijn dat wij zoveel meer hebben dan die arme kindjes, als ze weer eens iets anders wil eten als ik haar een bepaalde groente voorschotel of liever een snoepje zou hebben.
Onze kinderen zijn zo verwend en weet je, we hebben het hen zelf allemaal zo aangeleerd.
Alle luxe, de keuzes in overvloed, het niet altijd ja knikken en zeggen als men je vraagt om iets tegen je zin te doen.
We hebben hen geleerd om het goed te hebben; om het beter te hebben dan wij zelf en zoveel meer te hebben dan onze ouders, grootouders, dan de mensen die ‘de oorlog hebben meegemaakt”.
Hebben wij hieraan goed gedaan? Ik geloof het wel, al moet ik eerlijkheidshalve zeggen dat ik soms versteld sta van wat bepaalde kinderen in deze tijd allemaal niet durven ‘eisen’ van hun ouders en omgeving.
Wij mogen niet klagen, onze kinderen en kleinkinderen hebben het lang niet slecht. Ze zijn ook vriendelijk als ik de mensen zo hoor zeggen. Dàt vind ik persoonlijk een goede verdienste. Wij hebben er voor gezorgd dat onze ‘nakomelingen’ bijzondere mensen zijn met het hart op de juiste plaats.
Bijzonder in de betekenis van goed en bereidwillig om anderen een plezier te doen; om er te zijn als men ze nodig heeft.
Ze dienen wèl te gaan werken. Ze hebben niet het geluk gehad om zoveel centjes te hebben gekregen van hun ouders dat ze nooit meer hoeven te ‘presteren’ om te voorzien in hun dagelijkse behoeften en de luxe die wij hun ongetwijfeld hebben gegeven.
Ze hebben het nooit zo ver geschopt dan mijn kleindochter, die haar toekomst heel anders tegemoet ziet.
Maar één ding hebben ze wel met haar gemeen: ze zien mij graag en laat dat voor mij nu net het bijzonderste cadeau zijn dat ik mij in heel mijn leven maar kan wensen.

















2 reacties op dit bericht
Jij kan heel vlot schrijven
groetjes uit het Haagje van sonnepon