Onderstenboven


haast breekbaar tussen het stugge gras,
en ik krijg hier vanbinnen zo'n warm gevoel
er ontstijgt uit mijn wezen zo'n blij gejoel
dat ik zou willen dat ik een schilder was.
Dan penseelde ik jouw prille aanwezigheid
in teder wit, haast breekbaar als porselein
en een tikje magie van nog sluimerend groen
waarvoor ik haast een wonder zou doen
want jouw schoonheid maakt me zo klein.
Maar aan mij ging een kunstenaar verloren
ook al ben ik hoteldebotel van jou
jouw schoonheid kan ik enkel bezingen
omdat mijn ogen terug open gingen
en ik nu van vervoering in zwijm vallen zou.
©










