
Vlak na de overgave was het allerminst duidelijk wat de bezetter met de overwonnenen van plan was. Dagenlang lieten de Duitsers het Belgisch leger ongemoeid, terwijl ze verder oprukten tegen de Britten en Fransen aan de kust.
Her en der besloten soldaten de bevelen van hun oversten te negeren en naar huis te gaan. Meer dan eens gaven de officieren trouwens zelf het voorbeeld. Meestal bleef deze desertie beperkt tot individuele gevallen.
In de buurt van het front lagen de zaken anders : de chaos was er groot en de Duitsers konden grote groepen ex-vijanden die de verbindingslijnen door hun aanwezigheid bemoeilijkten, missen als de pest. Daarom gaven zij de Belgische soldaten vaak zelf het bevel om naar huis te gaan.
Wie thuis raakte zonder opgepakt te worden, was nog niet veilig. Hier en daar werden teruggekeerde soldaten opgespoord, en wie geen officieel “ Entlassungsschein “ kon voorleggen, stuurden ze zonder pardon naar Duitsland. Teruggekeerde soldaten kregen soms de aanmaning door aanplakbrieven zich over te geven. Wie braaf gehoorzaamde, kon zich verheugen op een reis naar Duitsland. Wie het bericht aan zijn laars lapte, liet men met rust.
De meeste soldaten bleven gewoon waar ze waren en wachtten verdere bevelen af. Enkele moedige zielen probeerden aansluiting te vinden met 200.000 Belgische militairen in Frankrijk of bij de Engelsen, hoewel deze kans op slagen praktisch nihil was. De legerleiding was deze ontsnappingspogingen niet gunstig gezind: verscheidene groepen vroegen eerst toestemming aan hun oversten maar meestal was het antwoord negatief.
De Duitsers dachten er niet aan de hele Belgische troepenmacht naar het Derde Rijk te sturen.
Ze wilden overgaan tot een demobilisatie en “ slechts “ de actieve militairen en de Waalse soldaten naar de Stalags ( Mannschaftsstammlager, voor onderofficieren en soldaten ) en de Oflags ( Offzierslager, voor officieren ) sturen.
Tijdens de tochten naar de verzamelplaatsen ontsnapten er enigen uit de rangen aan de Duitse bewakers, leenden ergens een burgerpak en geraakten ook thuis.
Eind 1940 kwamen er al ongeveer 100.000 Vlaamse krijgsgevangenen naar huis. Onder hen bevonden zich ook heel wat Franstalige Brusselaars en enkele Walen die erin geslaagd waren de taalcommisie te verschalken.
Deze uit Duitsers en Vlaamse collaborateurs bestaande jury moest, op basis van woonplaats van de betrokkene en aan de hand van een paar vragen, over hun effectief Vlaming zijn oordelen. ( Dit alles gebeurde in het kader van wat Hitler de “ Flamenpolitik noemde )
Zo heeft ook H. Casteleyn op 9 juni in Gent zijn “ Entlassungsschein ontvangen ( Afb.8.) en kon hij naar huis.
|
|












