Kinderogen
Kinderogen
Kinderogen
regenbogen
schone spiegels
van het hart
Kinderogen
nooit gelogen
zijn iets heel apart
KinderogenKinderogen
Kinderogen
regenbogen
schone spiegels
van het hart
Kinderogen
nooit gelogen
zijn iets heel apart
Tien geboden DE TIEN GEBODEN
(van de maatschappij)
TijdTIJD
Dromend van een ver verleden
van een tijd die tijdloos was
grenzend aan de dag van heden
als de dauwdrop aan het gras
Levend in de dag van heden
in een tijd die van je glijdt
verder loopt met rasse schreden
naar dat wat net het leven mijdt
Denkend aan de dag van morgen
als het heden vroeger wordt
met de angst en pijn van zorgen
wordt de tijd weer ingekort
Kort gedichtKort gedicht
Wie schrijft die blijft
een kort gedicht
aan jou
of mij
gericht
bericht
bestemd voor jou
Weet je wat ik zeggen wou?
Ik schrijf
Ik blijf
een kortgedicht
van wat mij nauw aan 't harte ligt
Ik schrijf en blijf
een kort gedicht
Het is oprecht
aan jou gericht
Met woorden toont men een gezicht
van ziel een schuwe schicht
VeranderingTel ik mee?
Ik
een druppel
en
U
de stroom
die enkel naar Uw eigen zee wil vloeien
Ik
één druppel
van de zee
Ik
als druppel
Tel ik mee?
Ik
een blad
en
U
de boom die enkel in Uw woud wil bloeien
Nog minder dan een blad in 't woud ben ik
Tel ik mee?
Ik
een woord
en
U
de zin die niet
één enkel boek kan boeien
Ik
een woord
maar
Tel ik mee?
Waarom
Waarom - waarom - waarom
Klinkt mijn vraag bij jou zo dom?
Is't omdat jij slimmer bent
en op alles 't antwoord kent?
Is 't omdat ik dommer ben
of je graag met vraag verwen?
Waarom - waarom - waarom
stel ik deze vraag aan jou?
Vind ik zelf het antwoord niet
of doe ik jou niet graag verdriet?
Toe, vooruit... wel antwoord nou ...
Waarom
zo stom
Waarom
VER-DICHT
Soms als ik
dichtbij ben
ben jij
heel ver
van mij
Soms als ik
ver weg ben
ben jij
heel dicht
bij mij
Soms als jij
dichtbij bent
ben ik
ook dicht
bij jou
Soms als jij
ver weg bent
ben ik
nog dicht
bij jou
Soms zijn wij
tezamen
dichtbij
ver weg
ik-jij
LOPEN
Ik loop
de doemnis uit mijn kop
Ik loop mijzelf voorbij
Ik loop
Een hete adem achter mij
hijgt in mijn nek volop
Ik loop
En vele ogen boren door
mijn hart dat zich verklopt
Ik loop
al dringen vele stemmen voor
mijn geest die nimmer stopt
om mij voorbij te lopen
terwijl
Ik loop
In rechte lijnen leidt
de weg waarop ik lijd
al lopend laat ik alles achter mij
Ik loop en keer het getij
GRAF
Zwarte raven
witte graven
Mensen dolen zoekend voort
Grijze wolken
rusteloos kolken
aan de blauwe hemelpoort
Rust in vrede
wordt gebeden
Niemand die de beden hoort
Enkel stilte
Enkel kilte
En een kind dat niemand stoort
CYCLUS
Begraven wordt
vervlogen tijd
in een herinneringskist
Een kist die niet meer opengaat
omdat men d' inhoud mist
Geboren wordt
de toekomsttijd
in een verwachtingswieg
Een wieg waarin men dromen vindt
Het heden is een kind
MELANCHOLIE
Zwarte raven
Witte graven
Mensen dolen zoekend voort
Grijze wolken
razen, kolken
voor een nauwehemelpoort
Rust in vrede
wordt gebeden
Niemand die gebeden hoort
Enkel stilte
Enkel kilte
En een kind
dat niemand stoort
Bedenkelijk
Wijzer
De
grote
wijzer
draait zijn
cirkels rond
de kleine ... die
is ook wijzer draait
trager rond dan de grote
die bij het kiezen de minuten
belangrijker vond dan een uur van
de kleine ...Wijzer?
De grote ... zit nu
elk uur te kniezen
omdat de kleine..
vindt dat zestig
minuten van de
grote minder
belangrijk zijn dan
een uur van de
kleine Wijzer?
Persoonlijk vind ik
de secondenwijzer
nog wijzer dan de
grote en kleine ...
samen ... Wijzer?
Hoed
Met de hoed in de hand
Komt men door het ganse land
Maar met het hoedje op de kop
Doet men geen verkoudheid op
Tuinman
Als de tuinman rozen snoeit
Dan wil het wel eens lukken
Dat een roos die achter hem bloeit
Hem hindert bij het bukken
Weg
Alle wegen leiden naar Rome
Geen enkele weg leidt dus naar jou
Kan je niet naar Rome komen?
Want ik ben echt weg van jou ...
ZootjeDe uil
Een uil met spitse oren
zat boven op een tak
Daar kon hem niemand storen
Hij zat op zijn gemak
Hij knipperde met d' ogen
meteen met 't ander weer
Hij was zeer opgetogen
en pinkte nog een keer
En toen, zo rond een uur of elve
werden de muizen bang
Toen dacht de uil lui bij zichzelve
't wordt tijd dat ik een uiltje vang ...
Poezemie
Poezemie, een grote kat
die dronk het bier recht van het vat
Zij was tevreden, 't smaakte goed
en 't joeg de warmte in haar bloed
Maar, ja, je weet, hoe gaat het dan?
Al spoedig werd z' er dronken van
Maar Poezemie die gaf niet op
al kreeg ze reeds een zware kop
Ze zoog en zwolg haar buikje vol
en nog steeds klonk 't vat niet hol
Ze tolde, bolde, maakte pret
maar had niet op haar maag gelet
Toen werd ze plots heel ongesteld
Het bier had onze poes geveld
Ze lag daar zielig op de grond
en alles draaide haar in 't rond
En toen ze bijkwam, heel veel later
zat ze met een grote kater
En, ja, voorwaar, geloof me maar
Die kater drinkt nu bier met haar
Nachtmerrie
Ik heb een nachtmerrie gehad
Mensenlief, wat was me dat
Ik had ze beter niet gekregen
Want, onder ons, gezegd-gezwegen:
Ik zit verveeld met dat geval ...
Ik heb geen wei en ook geen stal
Parkiet
Parkiet, parkiet
Gij, deugeniet
Een lustig lied
dat kent ge niet
Parkiet, parkiet
Zo kwettert gij
De ganse dag
Da's niks voor mij
Parkiet, parkiet
En zwijgt ge niet
Dan ruil ik u
voor een kanariepiet ...
't Vlinderke
't Vlinderke fladderde flink voor mij uit
Ik wou het eens pakken, ik, kleine schavuit
Mijn pakgrage pollekes plukten er naar
Maar 't dansende dierke kende 't gevaar
Het fladderde flodderde sloeg op de vlucht
En kartelde dartelde licht door de lucht
Ik trippelde huppelde daar door de wei
Het was in de mooie maand mei