Bedevaarten - zingeving
Bedevaarten
“De bedevaarten zeker op het platteland waren een belangrijk deel van het meeleven met de parochie en de kerk. Bedevaarten gebeurde in de eerste plaats in eigen omgeving en naar de nationale oorden waarbij Scherpenheuvel bovenaan stond. Ik herinner me dat we elk jaar na de oorlog met het gezin op bedevaart gingen naar een miraculeus Mariabeeld even buiten de stad. Er was een Ierse pater komen preken (met vertaling door onze pastoor). Hij was bekend voor zijn ‘Kruistocht door de Rozenkrans’. De bisschop had dit sterk gesteund en alle pastoors porden hun gelovigen aan om al biddend te bedevaarten. Ouderen mochten met een buutrtram. Er werd gebeden, gezongen. Een tweetal fanfares speelden Maria liederen die we meezongen.Vooral de Marialiedjes met veel strofen waren erg in: ‘Te Lourdes op de bergen’ en ‘Oh, Maria die daar staat Tussenin roffelden Chirojongens op de grote trommels om de cadans aan te geven. De bedevaart eindigde met een koffietafel in het parochielokaal of in de tuin.De prijs werd zo laag mogelijk gehouden, zodat iedereen mee kon aanschuiven. Voor zij die het zeer moeilijk hadden, betaalde men uit een speciale kas van de ‘goede werken’. Na de bedevaart gingen we enkele cafés in de omgeving bezoeken. Men trakteerde voor elkaar. Als men geen pintje meer moest hebben – men had genoeg of men wou iets mee doen voor thuis – dan nam men een chocola of een sigaar. Jarenlang was Perette de chocolade. Nadien kwam er meer variatie in de chocolade met verschillende smaken. Men verzamelde de prentjes die bij de repen zaten.”
Zingeving is zoeken naar diepere gronden van het menselijke bestaan, ook naar verbanden met het bovennatuurlijke. In die periode gebeurde dit in de regel in België en Nederland via godsdiensten, vooral het christendom. Zingeving is meer dan spirituele beleving vanuit de godsdienst. Niet - gelovigen geven ook zin aan hun leven. Dit kwam toen minder aan bod, hoewel de secularisering en de ontkerkelijking al stevige wortels had. Enerzijds in de arbeidersklasse waarvan een groot deel zich afkeerde van de kerk en de godsdienst, anderzijds bij een intellectuele en economische bovenlaag: loge, vrijzinnigheid.
De meeste levensverhalen die we verzamelden verwijzen naar een rooms-katholieke gezinsachtergrond. Voor sommigen waren die herinneringen positief en gemoedelijk, voor anderen eerder negatief en grimmig of neutraal. Dikwijls waren het gemengde gevoelens: positief omwille van de geborgenheid, de hoop, de deugddoende rituelen rond de levensscharnieren van geboorte tot overlijden. Negatief omwille van bepaalde praktijken: van gewetensmisvorming tot kleine en grote pesterijen, vrouwonvriendelijkheid. Vooral de sociale en de morele druk en samenhangende controle die er was in de parochie en op katholieke scholen en internaten, lag bij sommigen als een steen op de maag.

