AFWEZIGE MOEDER

- AFWEZIGE MOEDER.pps (2.6 MB)
AFWEZIGE MOEDER
MIDDENINMIDDENIN
Het leven is een lange proef
Soms is het leuk, soms droef
Het leven heeft heel weinig zin
Maar ja, wij zitten er nu middenin
Dat “middenin” is al lang voorbij
En toch maakt het leven ons soms blij
Dan kijken wij naar de huidige jeugd
Waarvan het grootste deel toch wel deugt
En dan gebeurt er weer een ramp
Een teen trekt samen in een kramp
Daarover klagen heeft geen enkele zin
Dat is het leven voorbij het stadium middenin
De kramp is weg, maar nu fluiten de oren
Dat kwam langzaam; wij zijn zo niet geboren
Middenin het leven hadden wij daarvan geen last
Nu houden wij ons stoer, maar zijn bijna verkast
Wij zijn al blij dat wij hier nog mogen vertoeven
Zelfs als het leven niet één is, maar vele proeven
Misschien geven die proeven aan het leven zin
Wij weten het allemaal, achter ons ligt middenin
Jefken
03.12.2011
VROEGER EN VANDAAGVROEGER EN VANDAAG
Wij kruipen weeral naar het einde van het jaar
Ik krijg de stuipen en verlies mijn haar
Wat gaan wij eten en wie mag er komen ?
Gaan wij nog eens van Nieuwjaar dromen ?
Vroeger waren wij blij want wij kregen kip
Vandaag de dag kijken de meesten daarvan sip
Vroeger was men blij want men dronk wijn
Vandaag moet dat een grand cru wijn zijn
Vroeger kwam men samen in het ouderlijk huis
Vandaag staren ze met zijn allen naar de buis
Vroeger was men vrolijk en men deed wat gek
En nu luistert men naar die met de grootste bek
En het nieuwe jaar zal wel terug beginnen
Over het voorbije jaar kan men zich bezinnen
Maar al dat diep gemijmer leidt echt tot niets
De politieker rijdt per auto en wij met de fiets
Wij zullen allemaal met minder moeten leven
Tevreden zijn met wat de Heer ons zal geven
Wie niet tevreden is met wat hij heeft, misschien weinig
Die gaat het nieuwe jaar in, verdrietig en chagrijnig
Jefken
29.11.2011
IK HAAT POLITIEKERSIK HAAT POLITIEKERS
Politiekers doen niet wat zij ons beloofden
Hun lafheid zal ons allemaal onthoofden
Die hooghartige pipo’s praten er maar op los
En op het einde is ons spaargeld total loss
Een politieker heeft van het leven geen benul
En als het er op aankomt zijn ze echt crapuul
Ze vullen hun eigen grote zakken iedere dag
Maar zwaaien nog altijd de nationale vlag
Wij moesten hard werken en lang sparen
Alleen zo konden wij dan iets vergaren
De meesten van ons hebben dat altijd gedaan
Nu dreigt de politiek om alles aan te slaan
Wij zijn onnozelaars die van niets wisten
En nu zeggen vooral die klotensocialisten
“Wie iets heeft vergaard, zal moeten betalen”
“Bij onze aanhangers kunnen wij het niet halen”
Een Limburgse socialist gaf alles voor niets
Maar zelf vergaarde hij veel meer dan niets
Zoals veel rode leiders is hij tamelijk rijk
Vragen daarover vindt die man jaloers gezeik
Bij de blauwen zitten er ook grote boeven
Die graag in het warme Italië vertoeven
Die kerels hebben gans België uitverkocht
Dat wij daarvoor betalen, hebben wij zelf gezocht
Dan zijn er de groenen, ogenschijnlijk idealisten
Maar zij denken ook zoals de rode socialisten
Ook zij brengen ons naar heel hoge pieken
En dat beweren ook die hypocriete katholieken
Je hebt het al begrepen, ik haat die idioten
Men had ze beter allemaal al neergeschoten
Maar ja, dat is verboden door de wetten
Ik zal dus maar verder mijn wonden betten
Jefken
16.11.2011
AAN DE ANDERE KANTAAN DE ANDERE KANT
Met de dood gaat niets verloren
Aan de andere kant wordt je herboren
Daar kan je dan opnieuw beginnen
Om je over de dood te bezinnen
Elk einde is een nieuw begin
Misschien gelooft ook jij daarin
Je moet dat allemaal niet geloven
Niets hieronder en niets hierboven
Ooit geloofde ik in hemel en hel
En dus was de aarde van geen tel
Maar, ik stelde mij vragen op den duur
En toen sprak de pater over het vagevuur
Al die dingen zijn hier op aarde
Maar men schat ze niet naar waarde
De hemel is hier, maar dat weet je wel
In het Zuiden leven mensen in de hel
Wie in het Zuiden sterven mag, is blij
Over een dode in het Noorden, treuren wij
Maar daarover moet men zich bezinnen
Aan de andere kant kunnen beiden herbeginnen
Misschien waren wij beter niet geboren
Dan ging er ook later niets verloren
Zelf ben ik ooit op de aarde neergezet
Tot vandaag heeft niemand ooit daarop gelet
Jefken
06.11.2011
FRUSTRATION - FRUSTRATIE
VERGETELHEIDVERGETELHEID
Jij kijkt naar mij en ik weet
Dat jij mij langzaamaan vergeet
Je grote ogen staan op onbestemd
Een toestand waaraan ik ben gewend
Je beweegt nog, maar je leeft niet meer
Ik zeg iets dwaas en dan lach je weer
En dan, dan verdwijn je weer van hier
Ik kijk bezorgd, maar jij vertrekt geen spier
Je schaarse woorden klinken als een hol vat
Omdat je alles van vroeger tijden al vergat
Mensen worden alsmaar ouder en ouder
Ze gooien het eigen leven van hun schouder
Die mensen worden steeds meer afhankelijk
Wij met zijn allen zijn evenveel vergankelijk
Wat is de zin van het leven als men alles vergeet ?
Elkeen weet dat, maar berust en vergeet
Jefken
21.10.2011
MACHTELOOSHEIDMACHTELOOSHEID
Wij beleven met zijn allen rare tijden
Men probeert de waarheid te vermijden
Vandaag is het het redden van een bank
Die is vol van onkunde, stront en stank
De meesten van ons blijven kalm en beleefd
En zien dat de macht geen macht meer heeft
Al die dames en heren hebben het gehad
Nadat ze ons beetje spaargeld hebben gejat
Ze kakelen maar, die hanen en kloeken
Terwijl ze naar een ander jobken zoeken
Daarnaar gevraagd zeggen ze domweg “hoezo ?”
En dan vluchten zij naar hun zetel bij de OESO
Het is simpel; de spaarders zullen betalen
Waar anders kan men het nog gaan halen ?
Iedereen moet gelijk zijn, werken of niet
Naar de braven schuift men nu de Zwarte Piet
Jefken
17.10.2011
WEES OP JE HOEDEWEES OP JE HOEDE
Je mag zuchten en je mag janken
Maar ze blijken rot, al die banken
Bij een rotstreek geven zij geen krimp
Van hun ware aard tonen zij geen glimp
Zij lenen geen geld aan andere banken
En dat hebben zij aan zichzelf te danken
Geef aan de bank geen blind vertrouwen
Binnenkort hangen ze toch in de touwen
De politiekers vertellen mooie praatjes
Maar daarmee vult men geen gaatjes
Het zijn geen gaatjes, maar diepe kloven
En alle burgers zal men daarin verdoven
Alleen de superrijken zullen ontsnappen
En die zullen aan ons hun laarzen lappen
De chaos is groot, niemand weet raad
Wij leven nu al in een failliete staat
Wees op je hoede voor de officiële macht
Zij komt als de dood, diep in de nacht
De politiek zal onze zielen raken
Zij zullen met de banken verder kwaken
Jefken
12.10.2011
DE LAATSTE BENENDE LAATSTE BENEN
Het einde komt dichter en dichter
Het hoofd wordt lichter en lichter
Misschien zijn de gedachten nu leeg
Omdat je gans je leven te veel zweeg
Niemand vraagt nog wat je nu denkt
Ook Piet niet die met zijn zeisje wenkt
Men kan zuchten en men kan wenen
Maar wij lopen op onze laatste benen
Vlug nog een sterk kopje koffie gezet
Wij roken misschien de laatste sigaret
Niemand meer om tegen te praten
Lege stoelen waar de anderen zaten
Aan vroeger denken, heeft geen zin
Vroeger is weg, vandaag is het begin
En als morgen komt, zoals wij hopen
Zullen wij op onze laatste benen lopen
En ben jij nu een beetje gedeprimeerd
Dan heb jij misschien toch iets geleerd
Iedereen loopt op zijn laatste benen
Als je wil, zal ik je die van mij eens lenen
Jefken
07.10.2011
OUDJES EN SENIORENOUDJES EN SENIOREN
Er zijn oudjes en er zijn senioren
Ze voelen zich blij of soms verloren
Sommigen weten echt niet wat te doen
De meesten hebben recht op een pensioen
De oudjes praten alleen over het verleden
Senioren genieten iedere dag van het heden
Allen beseffen het verloop van een lange tijd
Senioren voelen vreugde, oudjes voelen spijt
Oudjes zeuren en zeuren de ganse dag
Een senioor is blij dat hij nog leven mag
Beiden hebben soms een stramme spier
Het oudje wordt dan een mekkerende klier
Het oudje klaagt over de hedendaagse jeugd
Voor hem of haar is er geen jongere die deugt
Die jeugdige vreugde kan de senioor niet hinderen
Dat jong plezier gunt hij of zij de eigen kinderen
Een kleinzoon vroeg wat ik van het leven vind
Maar, ja, hoe legt men dat nu uit aan een kind ?
Ik probeerde het met woorden die hij kon verstaan
Hij glimlachte en keek mij heel indringend aan
Na een poosje van stilte opende hij zijn jonge mond
Hij probeerde het met woorden die ook ik verstond
“Opa”, zei hij,”ik begrijp je woorden door en door”
“Jij bent niet oud, jij bent een kind in een senioor”
Jefken
11.09.2011
HET GA JE GOEDHET GA JE GOED
Alles komt van hierboven
Het huis van veel beloven
Het regent dat het klettert
Wij worden weer verkettert
Zo gaat het ook in de politiek
Op kop één of andere komiek
Daarnaast een bende gekken
Die gesprekken oneindig rekken
De rooie rakkers zijn pakkers
De oranje tjeven zijn kakkers
De blauwen lullen er op los
De groenen lopen in het bos
Die zeikerds zullen voor ons zorgen
Niet vandaag, maar misschien wel morgen
Wie heeft gespaard, zal moeten betalen
Want waar kan men het anders halen ?
Ondertussen zijn er brood en spelen
Voor de blinden, en zo zijn er velen
Zij schreeuwen met het vuistje in de lucht
Inmiddels slaan de politiekers op de vlucht
Zij vluchten naar het Europese parlement
Omdat geen enkel mens hen daar nog kent
Van daaruit leveren zij dan zwaar kritiek
Op die klojo’s van de nationale politiek
En dan zijn er al die gele extremisten
Die al jaren alle nationale treinen misten
Zij baseren alles op de nationaliteit
En willen alle vreemdelingen kwijt
In Antwerpen is het koud; het is er “winter”
In Brussel “balkt” men over de Vlaamse splinter
In Limburg verscheen en verdween in het niets
Een onnozelaar die reed op een “gratis” fiets
Vergaderen is het enige dat nog telt
Over B.H.V. en het gebrek aan geld
Aan de zijkant schreeuwt “Niets Van A”
In het Latijn roept men :”Oui! Oui! Ja!Ja!”
Ondertussen is er regen, wind en donder
Allen samen gaan wij dan ten onder
Aan dat “samen” heeft een mens toch schijt
Maar politiekers noemen dat “solidariteit”
Met zijn allen zitten wij gevangen
Het einde van het groot sociaal verlangen
Men zong het zelfs in oude heilige gezangen
Wie veel heeft, zal nog meer ontvangen
Wie niets heeft….wel, die blijft gevangen
Jefken
21.08.2011
HET VERTREKHET VERTREK
Het is stilaan tijd om te vertrekken
Men moet het hier niet langer rekken
Wij gaan allen naar hetzelfde verre oord
Waarover iedereen zwijgt zoals vermoord
De weg naar ginder is eigenlijk niet lang
Maar hij is donker en dat maakt ons bang
Voorbij de verste sterren is de eeuwigheid
Wie daar verblijft, is voorbij de sterfelijkheid
Wij worden geboren en beginnen te sterven
Een lange weg om eeuwigheid te verwerven
Men zegt:”Elk einde is een nieuw begin”
Maar die lange weg, heeft die dan wel zin ?
Aan het einde moeten wij dus opnieuw vertrekken
Waarom zouden wij dan die reis nog langer rekken ?
En waarom doet men ons die reis toch beginnen ?
Daarover kan een mens zich wel eens bezinnen
Jefken
09.08.2011
AAN EN UITAAN EN UIT
Soms slaat de eenzaamheid toe
Is men het leven ietwat moe
Wij zijn al ver gevorderd in de tijd
Wij lijden aan vergeetachtigheid
God de Heer schiep alles op eigen houtje
Bij het creëren van de tijd maakte Hij een foutje
Vanuit zijn huis klikt hij op donker en klaar
Maar, waarom gaf Hij aan ons geen schakelaar ?
Met een schakelaar klikt men aan en uit
Maar onze tijd loopt altijd maar vooruit
Waarom is er geen knopje “uit” en “aan” ?
Om bij het heden even stil te staan ?
Wij hollen vooruit op de lijn van de tijd
Als een trein die op twee sporen rijdt
Met een druk op de knop staat de trein stil
Maar “wij” kunnen niet stoppen, zels als men dat wil
Daarom heb ik bij de Heer een schakelaar besteld
Maar tot vandaag heeft Hij zich nog niet bij mij gemeld
Hij weet beslist wat alle mensen zouden willen
Hij denkt misschien:”Vergeet Mij en neem jullie pillen”
Maar, Hij zorgt er voor dat het klaar en donker wordt
En ooit drukt hij op onze knop op zijn groot schakelbord
Dan klikt Hij op de “uit”en nooit meer op de “aan”
“Ach, Lieve Heer, wat hebben wij U misdaan ?”
Het antwoord van de Heer willen wij echt niet weten
En als wij het weten, willen wij het vlug vergeten
Plots wordt er aan de deur gebeld, de postbode is daar
Die man geeft mij een pakje met…een tijdschakelaar
Jefken
31.07.2011
TON OF VAATJETON OF VAATJE
Het leven is als een ton
Gans leeg als het begon
En later, met enig geduld
Wordt die ton gevuld
Ieder krijgt een ton of een vat
Maar wat ieder ook ooit had
Een grote ton of een klein vaatje
In beide is er onderaan een gaatje
Het leven lekt langs het gaatje
De inhoud daalt elk jaartje
Het peil zakt steeds maar lager
En de kwaliteit wordt ietwat mager
De leegloop van een ton duurt langer
Die van het vaatje wordt wat banger
Op het einde is de inhoud weggelopen
Vandaag kan men alleen maar hopen
Het gaatje lekt en gaat nooit dicht
Lekken is des vaatje’s levensplicht
Ton en vaatje lopen langzaam leeg
Niemand sprak ervan, iedereen zweeg
Jefken
29.07.2011
MOED VAN HET LEVENMOED VAN HET LEVEN
Soms verlangt men naar de dood
Bij een diepe emotionele nood
Dan wil men weg van deze aarde
Dan heeft het leven echt geen waarde
Meestal komt alles toch weer goed
En schept een mens weer frisse moed
Ach ja, het leven gaat op en neer
Wij zijn een speelbal van de Heer
De Schepper heeft zich zwaar vergist
Vele dingen die die man niet wist
Hij schiep ons naar zijn gelijkenis en beeld
En soms zit hij met zijn schepping echt verveeld
Waarom moeten vele mensen zò diep lijden
Kon Hij dat in zijn schepping niet vermijden?
Soms willen mensen echt niet verder gaan
Soms verlangen zij naar het einde van hun bestaan
De mens is waarschijnlijk een proefproject
Een probeersel dat soms veel afkeer wekt
Maar misschien is dat allemaal perceptie
En zijn wij alleen maar een illusie of reflexie
Jefken
27.07.2011
RENNEN MAARRENNEN MAAR
Zie ze lopen, zie ze rennen
Dwaze hanen, dwaze hennen
Weg van de soms grijze lucht
Allemaal slaan ze op de vlucht
Met de wagen volgepropt
Rijden maar en niet gestopt
Naar de bergen of de zon
Verder nog, als het effen kon
Thuis voelen ze zich niet goed
Weg!Weg! Alsof dat moet
Over bergen of water turen
Verder gaan dan de naaste buren
Van vakantie moet men toch genieten
Thuis blijven is voor saaie Pieten
Ver weg kan niets hen hinderen
Weg van thuis en met de kinderen
Waarom lijkt huis toch zo overbodig?
Is dat dure weggaan echt zo nodig?
Ze zijn moe en moeten dus rusten
Hoewel, ver weg vieren zij hun lusten
En dan keren ze terug, gans berooid
Ze zijn moe, leeg en voelen zich gekooid
Ze hebben geen geld meer en gaan naar huis
En thuis lijkt voor hen een gevangeniskluis
Velen kunnen niet meer van de rust genieten
En de vraag is dus:”Wie zijn de saaie Pieten?”
Zij die indruk willen maken op de buren ?
Of zij die thuis naar de bloemetjes turen?
Jefken
10.07.2011
DE ONTSNAPPINGSROUTEDE ONTSNAPPINGSROUTE
Soms verlangt een mens naar slapenstijd
Om te ontsnappen aan de werkelijkheid
Het leven wordt steeds leger en lichter
En zo ontstaat het leven van een dichter
De pen in de hand en hij wacht en wacht
Bij donker schijnt het licht in de nacht
Dan verschijnen hem de juiste woorden
En zo kan hij de realiteit vermoorden
De dichter zweeft op een hoge wolk
Daar overstijgt hij het gewone volk
En plots valt dan de druilerige regen
En dan komt hij weer de anderen tegen
De werkelijkheid kan men niet ontlopen
Zelfs met geld kan men dit niet kopen
En dus kijkt men uit naar slapenstijd
De ontsnappingsroute uit de werkelijkheid
Jefken
03.07.2011
PLOMPVERLORENPLOMPVERLOREN
Ik reed met mijn wagen op een lange baan
Wist niet waar naartoe of waar vandaan
Ik stapte uit en hoorde een zacht geruis
Deze vreemde weg nam ik zeker per abuis
Daar stond ik dan, totaal verdwaald
Hoe had ik deze rit toch uitgehaald ?
De ganse situatie zat mij toch wel dwars
Was ik nu op aarde of was ik op Mars ?
Een klein mannetje kwam vanuit het groen
Het vroeg mij wat ik daar kwam doen
Wist ik veel ! Ik reed plompverloren !
Het mannetje spitste zijn grote oren
Het mannetje keek mij aan met ogen van glas
Zijn mond zei dat ik zopas herboren was
Mijn wagen was verdwenen en ik lag in een bedje
Het mannetje grijnsde en gaf mij een zetje
Toen nam het mannetje mij mee naar het bos
Ik spartelde tegen, maar het liet mij niet los
Het bracht mij binnen in een groene grot
Duizend mannetjes riepen:”Jozef, jij bent zot!”
De baas van de mannetjes sprak mijn taal
Zijn stem weerklonk luid in die groene zaal
Hij zei:”Jozef, hier heb je geen enkele waarde”
“Daarom stuur ik je terug naar moeder aarde”
Terug op aarde voelde ik mij wat verward
Mijn verloren wagen kreeg ik weer opgestart
Ik reed weg en volgde mijn lange levensbaan
Waar het einde is, weet ik niet. Ik kom wel aan
Ach ja, in het leven weet men niet waarheen
En soms klagen wij allen steen en been
Soms verliezen wij onszelf in het verleden
En rijden wij plompverloren in het heden
Onwezenlijk lijkt ons soms het bestaan
Weten wij niet in welke richting gaan
Ik praat zelfs tegen muggen en vliegen
En je weet dat ik daarover niet zou liegen
Als je verward bent, triestig of ontstemd
Weet dan dat je eigenlijk jezelf niet kent
Aanvaard de dingen zoals ze komen
En wees blij dat je nog kan dromen
Jefken
21.06.2011
SPIJTSPIJT
Veel mensen stoppen niet met klagen
Mekkeren en brommen godganse dagen
Hun leven is verzuurd met haat en nijd
Over wat ze niet deden, voelen ze nu spijt
De jongeren gunnen zij geen enkele vreugd
Volgens hen is er geen jongere die deugd
Jaja, het was zòveel beter in de oude tijd
Daarom gaan ze nu kapot van grote spijt
De buurman heeft weeral een nieuwe wagen
Die krijgt ook alles zonder het te vragen
En zie eens hoe galant mevrouw daar rijdt
Dat is niet eerlijk, wat voelen zij een spijt
Zo ’n mensen hebben zelfs spijt vooraf
Zoniet dan komt die spijt wel achteraf
Aan niemand dat zij ook maar iets gunnen
Zij hebben spijt dat zij zo weinig kunnen
Op deze aarde loop ik al een lange tijd
En als ik omkijk, voel ik echt geen spijt
Ik deed domme dingen, voelde mij een kemel
Maar wat kan er mij gebeuren? Ik ga toch naar de hemel !
Jefken
12.06.2011
1 reactie op dit bericht
Fijne nieuwe week
Nikki