Een
staalblauwe hemel kondigt weer een mooie dag aan. Daar, aan de overkant
van de 12 kilometer brede kloof ligt de zuidrand, duidelijk en scherp
te blinken in de zon. Om er met de wagen te geraken moeten we wel een
slordige 342 kilometer rijden ! Maar de weg is uitstekend,
spectaculaire panorama's wisselen mekaar af.
Voorbij het stadje Cameron begint de eindspurt naar de Grand Canyon. We
rijden over de Little Colorado rivier, een zijrivier van de grote broer,
en slaan rechts highway 64 in. Een groot bord met daarop 'You're
entering Grand Canyon national park' kondigt aan dat we dra aan de
canyon zullen komen. Het feest kan beginnen. Voortdurend gaat onze blik
naar rechts. Verschillende uitkijkpunten nodigen uit tot stoppen,
uitstappen, bewonderen en fotograferen.
Desert view met de Watchtower, Lipan point, Moran point, Grandview point en Yavapai point
zijn plaatsen waar we telkens een subliem vergezicht hebben over een
deel van de canyon.
En zo komen we aan in het Grand Canyon village, hét toeristische
centrum aan de zuidrand. Een gans dorp, aangelegd om de toeristenstroom
op te vangen. Hier zijn alle voorzieningen voor een aangenaam verblijf.
Hotels (ondermeer het befaamde El Tovar hotel), lodges, een
kampeerplaats, een supermarkt, souvenirswinkels, geneeskundige zorgen,
een benzinestation, een postkantoor...zelfs een treinstation. Vanuit het stadje Williams, 100 kilometer ten
zuiden van de canyon, kan je in tweeënhalf uur met een far-west
stoomtrein naar de canyon sporen. Bij aankomst en vertrek horen we hem
fluiten en toeteren zoals in de goeie ouwe tijd.
We hebben twee overnachtingen geboekt in de 'Thunderbird lodge'
dichtbij de canyonrand. Hier aan de south rim is zoveel leuks te
beleven dat het doodzonde zou zijn om er maar even bij stil te staan !
De
meest overweldigende, de allergrootste, de allerbekendste canyon hebben
we voor het laatst bewaard: de Grand Canyon. Deze canyon, één van de
merkwaardigste geologische fenomenen ter wereld is enkel in
superlatieven te beschrijven. Met een totale lengte van meer dan 350
kilometer, 12 tot 16 kilometer breed en een diepte van ongeveer 1600
meter is hij inderdaad 'the biggest in the world'.
Natuurelementen en de Colorado rivier deden er miljoenen jaren over om dit natuurwonder te creëren.
We willen de canyon in al zijn glorie bekijken, ook aan de noordrand.
Slechts 10% van de miljoenen toeristen die jaarlijks de Grand Canyon
bezoeken, brengen ook een bezoek aan de north rim. Toch heeft de door
de toeristen 'vergeten' noordrand wel degelijk enkele sterke troeven.
De noordkant is hoger, kouder, groener, intiemer en veel rustiger dan
de zuidrand die we later zullen verkennen. De noordrand bevindt zich op
een gemiddelde hoogte van 2400 meter, dat is 400 meter hoger dan de
zuidkant. Van midden oktober tot midden mei zijn de noordrand en alle
faciliteiten gesloten, dan is alles meestal ingesneeuwd.
Het is een mooie, rustige rit van Lake Powell naar de noordrand van de
Grand Canyon. De uitstekende wegen voeren ons door dichte bossen van
pondorosadennen, berken, espen en sparren. Het is einde september en
vele bomen staan hier reeds in hun herfstkleuren.
We logeren in de Grand Canyon lodge, knusse houten bungalows
verspreid tussen het groen. We rijden en wandelen naar verschillende
uitkijkpunten.
Point Imperial op 2683 meter is het hoogste punt van de north rim. De Bright Angel Trail is een smal paadje waarop we een kort wandelingetje maken naar een onbeschrijfelijk mooi uitzicht.
De 'Cape Royal' wandeling brengt ons naar een 'balkon' vanwaar we weer
een ander schitterend uitzicht hebben over de canyon. Het is het enige
uitkijkpunt op de noordrand vanwaar we de Colorado rivier kunnen zien.
In de late namiddag wandelen we terug naar Bright Angel point waar we
samen met vele toeristen een prachtige zonsondergang aanschouwen.
In de luidruchtige saloon van de lodge drinken we nog een biertje maar
voor elf uur 's avonds is het aan de canyon muisstil en aardedonker.
Tijd om onder de wol te kruipen !
Vlakbij de kleine stad Page en het Powell meer ligt Antelope Canyon.
We zouden het de 'vergeten' canyon durven noemen want slechts weinige
toeristen die naar de canyons in het westen van de Verenigde Staten
reizen vinden en bezoeken deze goed verscholen canyon. Antelope Canyon
kan en mag je niet op eigen houtje verkennen. De Navajo indianen
brengen je er, mits betaling, naartoe. In 'the middle of nowhere' staat een gammele houten barak met
golfplaten dak. Dat is het visitor's center van Antelope Canyon. Hier
kopen we de inkomkaarten voor de canyon. Met even gammele open jeeps
rijden de Navajo's op vastgestelde tijden naar de inkom van de kloof.
Met een struise indiaanse vrouw aan het stuur stuiven we op een brede
zandweg richting Antelope Canyon. Het is een zeer kleine, nauwe canyon,
slechts twee meter breed en tweehonderd meter lang. Het lijkt alsof de
natuur een smalle doorgang heeft gekerft tussen hoge wanden die
naargelang de stand van de zon rood, oranje en paars kleuren. Het beste
tijdstip van de dag om deze canyon te bezoeken is rond het middaguur.
Dan staat de zon loodrecht boven de canyon en lichten de door erosie
glad geschuurde wanden het mooist op.
Het is een prachtige kloof, een uitgelezen plek voor fotografen die
hier kunstzinnige, een beetje abstracte foto's kunnen maken. We hebben
ruim de tijd om de kleine canyon enkele malen door te wandelen alvorens
met de jeep terug te keren... als die wil starten tenminste ! Enkele inzittenden van de jeep hebben zich reeds als volleerde
automecaniciens onder het vehikel gelegd om naar het defect te speuren.
Even later zullen ze met vereende krachten proberen de jeep in gang te
duwen... maar niets helpt.
Een andere jeep, van een iets recenter bouwjaar, brengt ons even later
veilig terug naar de inkom van het park. Weer een belevenis om nooit
meer te vergeten.
Voor ons is Antelope Canyon inderdaad een canyon die we nooit meer zullen vergeten, en dit voor nog een heel andere reden.
Tijdens gans de rondreis door de nationale parken hebben we met onze GSM
(bijna) nergens kontakt gehad met het thuisfront. Terug in Las Vegas
zullen we pas vernemen dat ons eerste kleinkind geboren werd, juist op
het ogenblik dat wij door deze fascinerende canyon wandelden !
We hebben vandaag een rit van ongeveer tweehonderd kilometer voor de boeg van Monument Valley tot Lake Powell.
Het bekende panorama met de roodbruine rotsformaties aan de horizon
blijft ons nog een tijdje vergezellen, terwijl we langs de rechte
eenzame highway 163 richting Kayenta rijden. Dit beeld hebben we al
vaak gezien in allerlei avonturenfilms en reklamespots. Kort na ons
vertrek uit Monument Valley rijden we de staat Arizona, ook wel de
Grand Canyon state genoemd, binnen.
Op een boogscheut van het stadje Page ligt het Powell meer, het op één na grootste kunstmatige meer in de Verenigde Staten.
Een beetje geschiedenis.
Tot voor 1957 was deze streek Navajoland, een canyon vergelijkbaar met
Canyonlands of de Grand Canyon. In 1957 besloot de overheid de enorme
Glen Canyon stuwdam te bouwen die de watermassa van de Coloradorivier
moest afdammen en die massaal elektriciteit moest produceren. Dankzij
of spijts deze stuwdam ontstond dit kunstmatige meer, met zijn
onwaarschijnlijk blauwe water. Het contrasteert fel met de oranjerode
toppen van de rotsformaties die boven het water uitsteken.
Aan de rand van de vroegere canyon rezen huizen op om onderdak te
bieden aan de massa arbeiders en ingenieurs die aan dit megaproject
werkten. Ondertussen is er veel veranderd. De stuwdam is al lang klaar
en de vrachtwagens hebben plaatsgemaakt voor waterski's, woonboten en
bootexcursies.
Het Powell meer is een drukbezochte plek. Toeristen komen de schoonheid
van het meer bewonderen, rijke Amerikanen komen er met hun boten
spelevaren.
Het is grappig en ook een beetje decadent om te zien met welk een
'konvooi' ze soms komen voorbij varen. Een luxe jacht trekt een
speedboot die op zijn beurt nog een kleiner bootje meesleept.
Wij genieten en verkennen het Powell meer met zijn grillige kusten,
grotten en fjordachtige canyons tijdens een georganiseerde boottocht.
Op een langzame grote 'cruiseboot' maken we een excursie naar de
'Rainbow Bridge'. Het is een 83 meter hoge boog uit roodbruine steen.
Het meer is soms zeer wijds, dan weer erg nauw, maar de kapitein loodst
zijn boot feilloos langs de soms veraderlijke rotskliffen. We leggen
aan en de laatste honderden meter moeten we stappen tot we vlakbij
'Rainbow Bridge' komen. Zoals al zo dikwijls deze reis hebben we hier
weer dat 'wauw' gevoel. Enorm... ruw...onwezenlijk mooi... zijn maar
enkele woorden die spontaan opkomen bij het zien van zoveel pure
natuur. De boottocht terug verloopt vredig kalm.
We avondmalen in het grote ronde restaurant van het Lake Powell resort.
Jonge uitwisselingsstudenten zorgen voor een vlotte bediening. Ze
dragen badges met daarop hun naam en hun thuisland. Wij worden bediend
door een Braziliaanse schone. Maar ook jongeren uit vele Aziatische en Europese
landen zijn er aan de slag. Ze zorgen ervoor dat de gasten in
het inmiddels bomvol gelopen restaurant keurig worden bediend.
Twee Navajo indianen begeleiden ons op een georganiseerde excursie door de vallei.
Gekleed in een knalrood hemd, een jeansbroek, hun lange zwarte haren in
een vlecht en met hun roodbruin gebrande huid zijn het onmiskenbaar
echte indianen.
We rijden door Mistery valley, een gebied in Monument valley dat je
enkel begeleid mag bezoeken. Heel regelmatig zijn er fotostops voorzien.
We rijden echt door een westerndecor. Enkel 'the good, the bad and the ugly' ontbreken in dit plaatje.
Onze goedlachse indianen animeren het bonte gezelschap. Ze vertellen
over hun leven in de vallei en over de indrukwekkende rotsen.
Drie Amerikaanse dames (leraressen op pensioen?) nemen vlijtig notities.
Weer een fotostop verder willen de indianen laten zien hoe stoer ze wel zijn.
We staan voor een hoge natuurlijke rotsboog (zoals we ze hebben kunnen bewonderen in Arches). Eén van de indianen klimt, lenig als een kat, in geen tijd tot helemaal
boven op de boog. Iedereen van ons gezelschap legt deze stunt vast op
foto of video.
De jongste van de gepensioneerde leraressen wil deze prestatie ook eens
proberen. Als dat maar goed afloopt... Op handen en voeten begint ze
aan de klim. Op een steil stuk bedenkt ze zich, durft niet meer verder,
maar ook niet meer terug. Ze probeert op haar buik af te dalen tot onze
vriendelijke indiaan ze uit haar hachelijke en belachelijke positie
komt redden.
's Middags bereiden de indianen een barbecue voor ons midden de
machtige natuur. De stukken vlees ruiken heerlijk terwijl de andere
indiaan in een zwartgeblakerde en gedeukte koffiekan koffie zet.
"John Wayne koffie" grapt hij, terwijl hij een sterk, gitzwart
brouwsel voor ons uitschenkt. Wilde paarden die in de vallei
rondzwerven komen ook onze kant uit.
We zetten onze tocht verder en komen aan de mooiste rotsformaties en vergezichten op deze avontuurlijke tocht.
's Avonds bekijken we in de 'Goulding's lodge' een diashow die ons nog
meer leert over het verleden en heden van de streek en haar bewoners. We
avondmalen in het restaurant van de lodge. Een fris biertje of glaasje
wijn zal smaken na een warme, stoffige dag. Maar dat is buiten onze
vrienden, de indianen, gerekend. Hier schenkt men géén alcohol. Ons pintje
bier is alcoholvrij en de fles wijn die onze vrienden bestellen ziet
eruit als wijn, is gebotteld in een wijnfles, draagt een mooi etiket
maar smaakt.... als fruitsap !
Raak hier maar eens boven je theewater !
Vanuit onze kamer zien we in de verte bliksemschichten aan de hemel. Een uniek lichtspel
tegen de strak afgetekende contouren van Monument Valley.
Zijn er warmteonweders op komst?
Steeds maar verder rijden we door de staat Utah, vol verwachting uitkijkend naar het volgende park.
Zoals gewoonlijk pick-nicken we 's middags op een leuke plek.
We spreiden ons tafelkleedje uit op een picknicktafel aan het
uitkijkpunt over de 'Goosenecks' van de San Juan rivier. De San Juan
rivier is een zijarm van de Coloradorivier. 'Goosenecks' betekent
ganzennekken zoals het geërodeerde rivierlandschap genoemd wordt. Het
panorama is overweldigend. We staan op een plateau, 300 meter boven de
rivier. Van hierboven schijnt de San Juan een kleine, rustige rivier
die zich in wijde bogen door een kaal en donker landschap slingert.
Even verder tekenen zich de scherpe contouren van Monument Valley aan
de horizon af. Hebben we dit prachtige landschap al eens niet eerder
gezien? Herkennen we het niet van in de bioscoop of van op de TV,
vragen we ons hardop af ? Juist, oude westerns zoals 'Stagecoach' met
John Wayne in de hoofdrol, maar ook veel recentere films zoals 'Back to
the future III' van Steven Spielberg en 'Thelma and Louise' werden hier
gedeeltelijk opgenomen.
De merkwaardige rode rotsen, soms wel 300 tot 400 meter hoog dienden als natuurlijk decor. Monument Valley is een immens grote, dorre, vlakke vallei waarin
bizarre rotsformaties, als waren het monumenten, hoog oprijzen. Vandaar
komt de naam 'Monument Valley', één van de imposantste
natuurverschijnselen in de Verenigde Staten. Met een beetje verbeelding
zie je de cowboys die vervaarlijk met hun lasso zwaaien achterna
gezeten door indianen die luidkeels hun oorlogskreten slaken.
Want we zitten wel degelijk in een indianengebied. In de uitgestrekte
vallei wonen nog altijd de Navojo indianen die leven van de landbouw,
schapenteelt en voornamelijk van het toerisme. We overnachten in de Goulding's lodge, gelegen midden in Monument Valley en uitgebaat door de Navajo's.
Vanaf het visitor's center kunnen we de vallei met onze huurwagen verkennen.
Het wordt ons echter niet aangeraden. De weg is onverhard en verkeerd in slechte staat.
De kans dat we vastrijden in het soms mulle zand is groot.
Met sterke vier maal vier terreinwagens doen de Navajo indianen
excursies door de vallei. We besluiten een dagexcursie te bestellen.
Dat is weer iets om naar uit te kijken.
Een uitgebreid Amerikaans ontbijt gebruiken we in het 'Jailhouse café'.
'Eggs sunny side up' (dat zijn spiegeleitjes), met uitgebreid garnituur
zal ons smaken. We maken even kennis met twee Belgische koppels die
bijna identiek dezelfde reisweg volgen dan wij.
Niet
ver van Moab en Arches national park ligt Canyonlands, een 1400
vierkante kilometer groot park en een van de meest woeste gebieden in
de Verenigde Staten. Canyonlands is minder gekend dan zijn grote broer
de Grand Canyon, maar volgens velen wel even mooi. Het park heeft alles
wat de grote parken van het westen zo uniek maakt; de natuurlijke bogen
van Arches, de rode pilaren van Bryce en diepe ravijnen vergelijkbaar
met die van de Grand Canyon.
De Coloradorivier, de Green river en de natuurelementen hebben dit
landschap uitgesleten tot een grote doolhof met kloven, stenen pilaren
en ravijnen.
De twee woeste rivieren verdelen het park in drie gedeelten: het meest
bezochte 'Island in the sky', 'The Needles' en 'The Maze', enkel
toegankelijk voor terreinwagens met vierwielaandrijving.
Trekkers, moutainbikers en liefhebbers die de Coloradorivier willen
afvaren komen hier ruimschoots aan hun trekken. Wij doen aan een minder
avontuurlijke sport: wandelen en genieten van de schitterende natuur.
De meest populaire wandeling is de ongeveer drie kilometer lange 'grand
view point trail' helemaal tot het uiterste punt van het 'Island in
the sky' district.
Op de voorgrond staat 'monument basin', vol met stenen pilaren.
Daarachter daalt het gekerfde landschap trapsgewijs af naar de Green -
en Coloradorivier die in de verte samenvloeien. Dit panoramische
uitzicht over het grillige landschap ervaren we als het hoogtepunt van
ons bezoek aan Canyonlands.
Een vrouwelijke parkranger geeft aan de canyonrand uitleg over het
ontstaan van Canyonlands. Als een onderwijzeres schildert de jongedame
met potjes plakkaatverf de breuken, kloven en rotsformaties op een groot
blad papier.
Na haar deskundig pleidooi zijn we toch weer iets wijzer geworden in de wondere wereld van de canyons.
De
volgende dagen verkennen we de streek rond Moab, een stadje in het
oosten van de staat Utah. Highway 191 die pal door de kleine stad
loopt, is zo te zien een drukbereden weg, vooral door grote trucks.
Onze vrachtwagens lijken wel speelgoed tegenover de supergrote,
fijnbeschilderde en felverlichte monstertrucks die hier over de wegen
denderen. Op een namiddag staan we aan een kruispunt om er enkele te
fotograferen. In hun luxueuse cabine en op 18 reuzenwielen rijden de
chauffeurs duizenden kilometers om vrachten van de ene naar de andere
staat te brengen.
Moab is ideaal gelegen om weer twee andere nationale parken te bezoeken.
Elke canyon, elk park is zo verschillend en zo uniek dat we vol energie
de 30 kilometer lange, geasfalteerde weg door het Arches park
inslaan. Het stadje is tevens een ontmoetingsplaats voor jongeren die
per mountainbike de parken bezoeken. Ook voor een avontuurlijke afvaart
van de machtige Colorado rivier is Moab de uitvalsbasis bij uitstek.
Arches, vrij vertaald 'bogen', is een beschermd natuurgebied, vooral
beroemd om zijn unieke, natuurlijke rotsbogen. Hier vindt men de meeste
bogen op zulke kleine oppervlakte, ter wereld. Er zijn er tot nu toe
meer dan tweehonderd
ontdekt. Van kleine, nauwelijks één meter brede raampjes tot
machtige
stenen poortbogen waar makkelijk een vliegtuigje doorheen kan vliegen.
De bogen ontstonden miljoenen jaren geleden door erosie.
Wind, regenwater en vorst drongen de roze zandsteen binnen en zo
vormden zich scheurtjes en speten die door de eeuwen heen steeds groter
werden.
De 'vensters' werden door de natuurelementen steeds verder uitgeslepen
en kregen geleidelijk rondere contouren, totdat er grote, sierlijk
gevormde 'bogen' waren ontstaan. Arches nationaal park was klaar !
Aangezien de bogen nu nog steeds aan sterke verwering blootstaan, zal
dit er uiteindelijk onherroepelijk toe leiden dat ze instorten.
Arches maakt het de bezoekers niet al te moeilijk. Verschillende bogen
kan je reeds van op loopafstand van de hoofdweg bewonderen. Andere
bereiken we na een lastige wandeling over soms moeilijk begaanbaar
terrein.
'Balanced rock' is één van de blikvangers in het park. Een
druppelvormig blok zandsteen staat in wankel evenwicht, dreigend naast
de hoofdweg. Geologen en parkrangers hebben uitgerekend dat het
ongeveer 3500 ton weegt.
'Landscape arch' verdient ook een speciale vermelding. De frele boog van
32 meter hoog en 89 meter lang is daarmee de grootste natuurlijke
stenen boogoverspanning ter wereld. Je moet geen geoloog zijn om te
weten dat deze boog, één van de aantrekkelijkste in het park,
ooit zal instorten. Zo dun en freel is hij geworden nadat er in de
voorbije decennia (in 1991 en 1995) grote stukken rots zijn
afgebrokkeld.
Een stevige klim brengt ons naar de meest gefotografeerde 'triomfboog'.
Het is 'Delicate arch', met in de achtergrond de met sneeuw bedekte
toppen van de La Sal mountains in de staat Colorado. In de hoofdstraat van Moab zijn er talrijke gezellige restaurants en winkels.
's Avonds ontdekken we zowaar een restaurantje met een leuk terras.
Maar een terrasje doen in de Mormonenstaat, Utah, is toch een beetje anders dan bij ons.
Alcoholische dranken mogen niet verkocht en geschonken worden zonder
dat je een maaltijd besteld.
Een beetje een rare maar makkelijk omzeilbare wet, want als we bij onze
biertjes een pakje chips, portie kaas of borrelnootjes bestellen is er
geen enkel probleem.
Kan je voorstellen met welk assortiment kaasjes, chips en andere dikmakers we na enige tijd aan tafel zaten?
De weg tussen Zion en Bryce canyon wordt omschreven als één van de mooiste
'scenic highways' in de staat Utah. De twee parken liggen een goeie
twee uur rijden, of naar Amerikaanse maatstaf een spreekwoordelijke
boogscheut, van elkaar.
We reserveerden twee overnachtingen in de historische 'Bryce canyon
lodge', gelegen in een dennenbos vlakbij de canyon. We opteerden om
tijdens deze rondreis in
de parken zelf te logeren. De lodges in de parken zijn vrij duur en
zeer lang op voorhand volgeboekt. Onze overnachtingen bijvoorbeeld zijn
ruim 9 maanden voor de afreis geboekt en bevestigd. Het is naar ons
gevoel een unieke belevenis om vanop je terras de zon te zien
opkomen boven de loodrechte wanden van Zion canyon, de contouren van
Monument Valley of uit te kijken op het blauwe water van het Powell
meer.
We nemen onze intrek in gezellige houten bungalows, wijd verspreid rondom het centrale hoofdgebouw.
We openen onze kamerdeur en een eekhoorntje springt mee de kamer in en
steelt de snoepjes die op de nachttafeltjes liggen. Het vlugge diertje
is snel weer weg.
Het is warm op de kamer maar de terrasdeur openzetten is geen goed idee. De
eekhoorn is even snel weer terug binnen op zoek naar nog meer snoepjes,
gevolgd door nog zo een lief diertje..... en nog een.....
Bryce canyon is een van de kleinste nationale parken in het westen van
de VS, maar volgens velen het allermooiste. Maar waar is Bryce canyon?
De statige, torenhoge rotsformaties van Zion canyon zie je al van ver
opduiken maar Bryce zien we (nog) niet. Dat kan ook niet want deze
canyon is een immens grote kuil waarin rotsformaties en kalkpilaren
staan. De kleur van de rotskolommen gaat van wit over okergeel tot
feloranje en dieprood. Wind, water, sneeuw, ijs en hitte sculpteerden de
meest bizarre vormen in dit labyrint van rotsen en pilaren in kalk-en
zandsteen.
In het visitor's center krijgen we allerlei informatie over het park
evenals een plannetje met wandelpaden, hoeveel tijd je voor een
wandeling moet uittrekken en hoe moeilijk ze zijn. We ontdekken het
park vanop de canyonrand, om daarna te voet af te dalen naar de bodem
van de canyon. De stoffige wandelpaden lopen door een feeërieke wereld
van rode, oranje en paars gekleurde formaties en fijne kalkpilaren in
de grilligste vormen. Velen hebben toepasselijke namen gekregen zoals
de Chinese muur, het kasteel van Gulliver, de tower bridge, Wall
street, de alligator....Met een rijke verbeelding kun je dat misschien
wel in de rotsen ontdekken. Lang
geleden woonden in de streek rond Bryce canyon de Paiute indianen. De
eerste mormoon die zich hier in 1875 vestigde, en naar wie het park
genoemd is, was Ebeneezer Bryce. Hij was veehouder en van hem is de
uitspraak over Bryce canyon: "raak hier in godsnaam je koeien kwijt".
Samen met vele andere toeristen staan we aan 'sunset point', waar we
een mooie zonsondergang bekijken. Het lijkt wel alsof er lichtjes
branden tussen en achter de rode rotsen.
We schrikken wel even als we na het avondmaal het restaurant verlaten.
Het is erg koud geworden ! Niet te verwonderen eigenlijk, Bryce canyon
ligt op een hoogte van 2400 meter. Vanaf half oktober tot laat in april
vallen hier dikke pakken sneeuw !
We
ontwaken in een stad die nooit slaapt. Het nerveuze neongeflikker is
gedoofd maar de speel en gokwoede duurt onverminderd voort, 24 uur op
24.
Van 's morgens heel vroeg, of misschien nog van gisterenavond, zitten
(gokverslaafde?) mensen voor de jackpots, een beker met jetons in de
ene en een grote cola in de andere hand.
We laten de gekke gokstad achter ons en rijden gezwind naar het eerste
nationale park op onze rondreis, Zion Canyon, gelegen in de Mormonenstaat Utah.
De afstand tussen Las Vegas en Zion Canyon bedraagt ongeveer 158 miles
of 250 kilometer. In de VS worden de afstanden in miles aangegeven.( 1
mile = 1,6 kilometer). Uitnodigend liggen de goede, soms kaarsrechte wegen voor ons open, en
dat geeft de verleiding tot snel rijden. Maar opgepast, overal geldt een
snelheidsbeperking van 55 mph, een kleine 90 kilometer per uur,
nauwlettend in het oog gehouden door de highway patrol ( onze
zwaantjes).
Zion Canyon is een ruwe, smalle canyon met huiveringwekkende afgronden,
loodrechte rotswanden en torenhoge rotspartijen. De meeste
rotsformaties kregen toepasselijke namen. Zo is er de 'Great white
throne', 'Angels landing' en 'Weeping rock'.
In 1919 kreeg Zion de status van nationaal park, en is daarmee het oudste in de staat Utah. Zion Canyon is een drukbezochte canyon. Door het jaarlijks toenemend
aantal bezoekers mogen er geen individuele wagens door de canyon
rijden, behalve die van de gasten die in de Zion lodge verblijven. Alle
andere bezoekers moeten hun wagen op de parkings achterlaten en rijden
met een hop on, hop off shuttlebus naar alle uitzichtpunten in het
park. Aan elk uitzichtpunt vertrekken talrijke wandelingen variërend
van een makkelijke vlakke wandeling tot een moeilijke klimpartij. We
kopen in het informatiecentrum een ' golden eagle pass' die ons toegang
verschaft in alle nationale parken die we zullen bezoeken.
We logeren in de Zion lodge, de enige lodge in het park, mooi
geïntegreerd in de uitbundige natuur. Onze wandelbottinnen komen goed
van pas als we enkele mooie wandelingen maken. In de late namiddag
kleurt de zon de rotsen in de mooiste kleurschakeringen.
Het avondmaal wordt in de lodge geserveerd. Op de uitgebreide menukaart
is er een ruime keuze tussen vis- en vleesgerechten. We stellen vast dat
het een fabeltje is dat je in de Verenigde Staten enkel hamburgers,
cheeseburgers en ander soort junkfood kan eten. De maaltijd smaakt
lekker en is ook nog mooi geserveerd.
Opeens krijgen we een man in 't oog helemaal alleen aan een tafel. We
krijgen spontaan de slappe lach als we zien hoe hij zijn grote steak
eet. Hij hanteert zijn mes en vork als zijn het dolken waarmee hij het
stuk vlees nog moet doden. Gierend van 't lachen kruipen we achter onze
servet weg, als hij nadat de eerste lap vlees is 'doodgedaan' en
opgepeuzeld, er doodleuk nog een tweede besteld. Tafelmanieren heeft de
man zeker niet, maar wel een heel gezonde eetlust!