germain droogenbroodt
uit de hooiberg der taal
heb ik de eerste regel
van een liefdesvers gelicht
broos geluk
van eigen teelt
kwetsbaar
als een akker amelkoren
vóór de oogst
roekeloos
als de purpervlinder
die steeds dichter kringt
omheen het licht:
smeulend lokvuur
dat aast
op een fellere gloed
tussen het stille lippenrood
van de avond die sterft.



