bert schierbeek
hoe
als je je
met zorgeloosheid
kon omringen
en dat dat
je ruimte
was
bert schierbeekhoe
als je je
met zorgeloosheid
kon omringen
en dat dat
je ruimte
was
frank eerhartzoals een dier
je zoekt
al om de geur
en zacht tegen je aan
zo zonder iets
te willen
er te zijn
gertrude meylingregen op de tent
samen daarnaar luisteren
in een zomernacht
janos pilinszkyde kam stierf in je haar
en ook mijn strelen stokte
ik neem de kam uit je hand
alles is voorbij - we zitten arm in arm.
anton van wilderodegij zult niet eenzaam zijn. de bloemen en de kruiden
werden maar even in hun bloei gestuit
en elke lente loopt de wingerd uit
wanneer de jonge wind keert van het zuiden.
gij zult niet eenzaam zijn: de nachtegaal zal fluiten.
germain droogenbroodt
uit de hooiberg der taal
heb ik de eerste regel
van een liefdesvers gelicht
broos geluk
van eigen teelt
kwetsbaar
als een akker amelkoren
vóór de oogst
roekeloos
als de purpervlinder
die steeds dichter kringt
omheen het licht:
smeulend lokvuur
dat aast
op een fellere gloed
tussen het stille lippenrood
van de avond die sterft.
marge tindal
I must now ebb
The time has come
to sail my oceans
Rolling away from you
like the waves from the shore
rippling out to the vastness of the sea
that beckons my ship of folly
I'll not ask you
to stand the night vigil
on the shoreline
of memory
You are here
on the beaches of my memory
even though I drift the tides
If you should look
into a starlit night
and see a reflection of me
know only that
I will one day
come crashing again
to the shore
swept homeward
by the pull
of the tide
and
you
ed hoornikop school stonden ze op het bord geschreven.
het werkwoord hebben en het werkwoord zijn;
hiermee was tijd, was eeuwigheid gegeven,
de ene werklijkheid, de andre schijn.
hebben is niets. is oorlog. is niet leven.
is van de wereld en haar goden zijn.
zijn is, boven die dingen uitgeheven,
vervuld worden van goddelijke pijn.
hebben is hard. is lichaam. is twee borsten.
is naar de aarde hongeren en dorsten.
is enkel zinnen, enkel botte plicht.
zijn is de ziel, is luisteren, is wijken,
is kind worden en naar de sterren kijken,
en daarheen langzaam worden opgelicht.
edith oeyennu de stilte
als wijding is neergestreken
zal ik me beschutten
tegen duisternis
en rusteloosheid
ook dit zwijgen
kent zijn grenzen
dit vreemd onthouden
is als uitzichtloze troost
als snijden in mijn eigenheid
maar hunker groeit
naar nieuwe hoop
geheel ontdaan van twijfel zijn
is werkelijkheid
rozen uit zomertuinen
laten mijn bloed weer
langzaam stromen
jana beranova
max verhartleer mij de waarheid
vroeg ik aan het beekje
zo helder was het
k.p. kavafislaat ik mij nu tenminste misleiden met illusies,
om de leegte van mijn leven niet te voelen.
en ik was zovele malen zo dichtbij.
en hoe raakte ik verlamd, hoe werd ik laf;
en waarom bleef ik met gesloten lippen,
terwijl in mijn binnenste mijn lege leven weende,
en mijn begeerten zwarte kleren droegen.
zoveel malen zo dichtbij te zijn geweest,
bij de ogen, bij de lippen van de liefde,
bij het gedroomde, het geliefde lichaam.
zoveel malen zo dichtbij.
ellen warmondnaar men zegt is dit
het leven der wijzen:
niet meer bewegen stilstaan als een berg
zeer ouderwetse liefdesbrieven lezen
een kerkboek kopieren zonder lachen
bij willekeurige voorbijgangers
naar hun gezondheid informeren
1 boek bezitten met het alfabet
letter voor letter op een ander blad geschreven
daar lang in lezen
dan tevreden als een varen
het lichaam samenvouwen
en gaan slapen.
maria vasalisals je een landschap was waar ik doorheen kon lopen,
stil staan en kijken met mijn ogen open
en languit op de harde grond gaan liggen,
er mijn gezicht op drukken en niets zeggen.
maar 't meeste lijk je op de grote lucht erboven,
waar ruimte is voor buien licht en donkre wolken
en op de vrije wind daartussen,
die in mijn haren woelt en mijn gezicht met kussen
bedekt, zonder te vragen, zonder te beloven.
guy goffetteop het ogenblik dat ik toe wou slaan
zag ik in de ogen van de mol
mijn eigen leven opspringen
zag ik dat mijn gedicht
onder het witte blad
als aan het einde van de onderaardse gangen
de lange weg van zijn adem vond.
paula ludwigtelkens als je terugkomt
lijkt het mij
alsof ik je voor de eerste keer zie:
zilverig stuift het uit mijn ziel
zoals uit wilgenkatjes
als de voorjaarswind
ze voor het eerst beroert.
roque daltonzoals jij,
hou ik van de liefde, van het leven, van de zoete
tover der dingen, van het hemelse
landschap der januaridagen.
ook mijn bloed stroomt
en ik lach met ogen
die het opwellen van tranen hebben gekend.
ik geloof dat de wereld mooi is,
dat poëzie als brood is, van iedereen.
en dat mijn aderen niet in mij eindigen
maar in het unanieme bloed
van hen die vechten voor het leven,
voor de liefde,
voor de dingen,
het landschap en het brood
de poëzie van iedereen.
broze verwachting - germain droogenbroodtik mis je
ik mis je hart- en been doordringend
maar ik ril om de kruik
die ik zacht van zinnen
uit mijn gemoed
heb gelicht
en die nu
langs klip en rif
naar je toe
moet
zeilen
van verwachting broos.
cho byung-hwaals de wind die door de bladeren waait
zo waar jij door mijn gedachten
als een vogel die tussen de bladeren slaapt
zo slaap jij in mijn gedachte.
germain droogenbroodt…toi qui m’as consolé
gérard de nerval
tussen de stilte van je lippen
heb ik mijn tenten opgezet
op je roerloos meer
mijn zeilen blind gelegd
aan je blanke borst
mijn oud verdriet gestild
tot regen en wind gezegd:
dit is mijn nieuwe huis
niet op een rots
maar op haar lichaam gebouwd
hier zullen haar streelvingers
gries en meel tot liefde kneden
voor mij, zigeuner, ´s nachts
tussen cactus en distel geboren
waar nevelgrijs nacht
en dageraad scheidt
hier, waar ik dorst en droefheid
maar ook de eeuwigheid proefde
zal mijn schip
zijn schaardig anker werpen
als het radeloos
mast en riemen breekt.