reine wellens
van verre steden, bezocht met jouw ogen,
verzamel ik postzegels, verhalen, hertshooi
en bittere geur van klimop, haastig haastig,
een groene troost voor jarenlang afscheid.
als de deur donker zicht opent
op het glazen huis van de nacht
spinnen mijn angsten zich een weg
langs wateren waar sirenen zingen,
langs boulevards, tot in kleurloze voorsteden.
rijd ik in de ondergrondse het eindstation
voorbij en loop tegen de ochtend voorgoed verloren.
ik had ons eiland nooit mogen verlaten.

