robert anker
droefenis van grassen
na gestilde regen
als het land met schemer volloopt
tussen sloot en kant luistert
de reiger
robert ankerdroefenis van grassen
na gestilde regen
als het land met schemer volloopt
tussen sloot en kant luistert
de reiger
j. kernerkönnt'ich dich in liedern preisen
säng ich dir das längste lied
ja ich würd'in allen weisen
dich zu singen nimmer müd
doch was immer mich betrübte
ist, dass ich nur immer stumm
tragen kann dich, herzgeliebte
in dieses busens heiligtum
dieser schmerz hat mich bezwungen
dass ich sang dies kleine lied
doch von bitter'm leid durchdrungen
dass noch keins auf dich geriet.
martin brilwat we willen:
momenten
van helderheid
of beter nog: van grote
klaarheid
schaars zijn die momenten
en ook nog goed verborgen
zoeken heeft dus
nauwelijks zin, maar
vinden wel
de kunst is zo te leven
dat het je overkomt
die klaarheid, af en toe
w.j. van der molenhet regent buiten
met de intense stilte
die ook in mij is
gerrit wassingde vlier gaat bloeien
het meisje maakt van haar bloesje
een knoopje los
ryûshidie grote stilte!
je hoort een vogel stappen
door 't gevallen blad
willem elsschot…want tussen droom en daad
staan wetten in den weg en praktische bezwaren,
en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren,
en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat.
anna blamanik droomde dat ik met haar in een duinpan lag
en eerst haar handen begroef en toen haar voeten
en toen ik haar geboeid en weerloos zag
begroef ik ook mezelf om haar weer te ontmoeten
de duinpan werd dieper dan de schoot der zee
en het zand liep op tot hoge golven
ik dacht dat ze verdronk en ik dook mee
en stervend hervond ik me diep ingedolven
en leunend aan haar als het verdronken wier,
als tooi om haar borsten, zeedierwelpen,
en in haar oksels, wiergrotten, en dan ook hier --
haar dijen uiteengeweken zeeschelpen.
kobayaski issahet jonge hertje
huivert een vlinder weg
en slaapt weer in
bert schierbeekhoe
als je je
met zorgeloosheid
kon omringen
en dat dat
je ruimte
was
frank eerhartzoals een dier
je zoekt
al om de geur
en zacht tegen je aan
zo zonder iets
te willen
er te zijn
gertrude meylingregen op de tent
samen daarnaar luisteren
in een zomernacht
janos pilinszkyde kam stierf in je haar
en ook mijn strelen stokte
ik neem de kam uit je hand
alles is voorbij - we zitten arm in arm.
anton van wilderodegij zult niet eenzaam zijn. de bloemen en de kruiden
werden maar even in hun bloei gestuit
en elke lente loopt de wingerd uit
wanneer de jonge wind keert van het zuiden.
gij zult niet eenzaam zijn: de nachtegaal zal fluiten.
germain droogenbroodt
uit de hooiberg der taal
heb ik de eerste regel
van een liefdesvers gelicht
broos geluk
van eigen teelt
kwetsbaar
als een akker amelkoren
vóór de oogst
roekeloos
als de purpervlinder
die steeds dichter kringt
omheen het licht:
smeulend lokvuur
dat aast
op een fellere gloed
tussen het stille lippenrood
van de avond die sterft.
marge tindal
I must now ebb
The time has come
to sail my oceans
Rolling away from you
like the waves from the shore
rippling out to the vastness of the sea
that beckons my ship of folly
I'll not ask you
to stand the night vigil
on the shoreline
of memory
You are here
on the beaches of my memory
even though I drift the tides
If you should look
into a starlit night
and see a reflection of me
know only that
I will one day
come crashing again
to the shore
swept homeward
by the pull
of the tide
and
you
ed hoornikop school stonden ze op het bord geschreven.
het werkwoord hebben en het werkwoord zijn;
hiermee was tijd, was eeuwigheid gegeven,
de ene werklijkheid, de andre schijn.
hebben is niets. is oorlog. is niet leven.
is van de wereld en haar goden zijn.
zijn is, boven die dingen uitgeheven,
vervuld worden van goddelijke pijn.
hebben is hard. is lichaam. is twee borsten.
is naar de aarde hongeren en dorsten.
is enkel zinnen, enkel botte plicht.
zijn is de ziel, is luisteren, is wijken,
is kind worden en naar de sterren kijken,
en daarheen langzaam worden opgelicht.
edith oeyennu de stilte
als wijding is neergestreken
zal ik me beschutten
tegen duisternis
en rusteloosheid
ook dit zwijgen
kent zijn grenzen
dit vreemd onthouden
is als uitzichtloze troost
als snijden in mijn eigenheid
maar hunker groeit
naar nieuwe hoop
geheel ontdaan van twijfel zijn
is werkelijkheid
rozen uit zomertuinen
laten mijn bloed weer
langzaam stromen
jana beranova
max verhartleer mij de waarheid
vroeg ik aan het beekje
zo helder was het