ashtavakra
als je verlangt naar
bevrijding mijn kind,
vermijd dan de zintuiglijke dingen
alsof ze vergif waren en kies
voor tolerantie, ernst, tevredenheid
en waarheidsliefde
alsof ze nectar waren.
ashtavakraals je verlangt naar
bevrijding mijn kind,
vermijd dan de zintuiglijke dingen
alsof ze vergif waren en kies
voor tolerantie, ernst, tevredenheid
en waarheidsliefde
alsof ze nectar waren.
theo olthuisin je hoofd kun je alles
fietsen naar de maan
op de wolken staan
strelen met je handen los
lopen door een donker bos
vechten als een tijger
dansen met een elf
afscheid nemen zonder tranen
alles gaat vanzelf
erik van ruysbeekdaal in wat stijgt
krimp in wat uitzet
nader in wat zich verwijdert
treed binnen in wat grensloos wordt.
ga verloren in uw winst
geef u over aan uw zegepraal
ontvang wat u verstoot
en als ge zien moogt, word dan blind.
zo bad ik en werd verhoord :
doof hoorde ik
gevoelloos voelde ik
en onwetend wist ik.
mark meekerstussen ergens en nergens liggen jaren
vind daar maar iets of iemand in terug
wat voorbij is hoogt zich op, je kan er
boven gaan staan en overschouwen, on-
sterfelijk uitzicht bouwen, meestal tuimel
je van herinneringen af, wordt het zelfbeeld
verschoven. je ontgon gezichtsvelden,
haalde de regenboog op je hals: hoe moet je
dat eerlijk verdelen tussen water en vuur?
met de avond komt het verdwijnen. geel
laat je het eerst in de steek en je hoort
hulpgeroep aan het einde van de wereld.
de nacht doet een laatste bod op wie nog
wakker is. je opent de spaarpot met zoe-
nen, meert bij de geliefde aan, langszij,
geeft je van daad tot dood nogmaals bloot.
anne wieringleg ik ontwakend
mijn schelp aan je schelp,
dan ruisen er vage gezangen
over elkanders gevonden verlangen
eerst ademen we de wind
van toen het kind in ons
de molens wiekte,
dan komt het gefluister
in de stilte in het duister
naar een stonde samen dood
reine wellensvan verre steden, bezocht met jouw ogen,
verzamel ik postzegels, verhalen, hertshooi
en bittere geur van klimop, haastig haastig,
een groene troost voor jarenlang afscheid.
als de deur donker zicht opent
op het glazen huis van de nacht
spinnen mijn angsten zich een weg
langs wateren waar sirenen zingen,
langs boulevards, tot in kleurloze voorsteden.
rijd ik in de ondergrondse het eindstation
voorbij en loop tegen de ochtend voorgoed verloren.
ik had ons eiland nooit mogen verlaten.
ring
| |||||||
germain droogenbroodt
de hemel hangt vol blauw
en weerloos wit
broos en waterbleek
als opgespaard verlangen
weemoedzacht
valt af en toe wat regen
het waterschuwe vogelvolk
houdt dan de stemmen stil
en kijkt verwonderd
naar mijn roekeloos gemoed
dat met zijn zeilen van papier
het anker heeft gelicht.
jana beranováje zegt dat ik keihard ben maar
mijn schoot is zacht. kneed en
smeed me, zo hou ik stand. zie je
die brug daar, lief? op handen uit
één stuk draag ik je naar de overkant.
wil je een huis, stevig en licht, dan
til ik je omhoog tot aan de hemelpoort.
hoor je de blinkende trompetten?
soms zwicht ik, terrasgewijs gestrekt,
voor de cascade die kirrend alle
lagen van mijn buik bespeelt.
wat ik nog meer kan? vraag je.
voor je 't weet strijk ik neer
op een geschikte plek
en sta je oog in oog
met mijn pinguinoog
- nee, geen droom.
een droomvogel. beton.
hendrik marsmanin de weiden grazen
de vreedzame dieren;
de reigers zeilen
over blinkende meren,
de roerdompen staan
bij een donkere plas;
en in de uiterwaarden
galoppeeren de paarden
met golvende staarten
over golvend gras.
anonvan dichten comt mi cleine bate
die liede raden mi dat ict late
yazuyosi ikeda
er ligt in deze tuin een weggegooide steen.
als je hem met je hand aanraakt voelt hij koud aan.
maar als de ondergaande zon erop schijnt,
doordrenkt en kleurt hem het rode licht.
jean-pierre rawieik weet niet welke weg je neemt;
de sterren gaan hun baan ten einde
en straks is mij het dichtsbijzijnde,
het langst gewetene weer vreemd.
maar wat bestond aan zon en maan
en wisseling van de getijden,
het was alleen opdat wij beiden
elkander niet zouden ontgaan.
wij worden nu nog slechts door tijd
en ruimte van elkaar gescheiden,
maar sta mij aan het eind terzijde
als ik de einder overschrijd.
wij hebben alles nog te goed
wat ons het leven heeft ontnomen:
uit welke verten ook, wij komen
elkaar ten leste tegemoet.
kees stipje opende de openslaande deuren:
het leek of met de rozen rond het gras
het paradijs teruggewonnen was,
alleen met nog meer kleuren en meer geuren.
wie dit gekend heeft moet maar niet meer zeuren.
de dagen van de rozen zijn zo ras
vervlogen dat ik ze na jaren pas
weer dromen kan in geuren en in kleuren.
door rozegeur word ik met open ogen
nog mooier dan door maneschijn bedrogen,
en snuif ik diep en doe mijn ogen dicht
dan gaat mijn neus, ontsnapt uit mijn gezicht,
de hortus op en wandelt door de tijd
een weg terug die over rozen leidt.
rutger koplanden toen de zomer dan toch weer was teruggekeerd
en wij dus weer zaten te drinken bij de rivier.
zijn oude armen bewogen nog, naar daar, die wereld
dat langzame, eeuwige leven van vee in de verte.
ieder mens zou een dier moeten zijn, moeten sterven
in de herfst, en in de lente weer worden geboren.
of, ieder mens zou een rivier moeten zijn, komen
zonder verlangen te blijven, gaan zonder heimwee.
zo zaten we dus weer te drinken daar, tegen de tijd,
oude verhalen, oude jenever, maar de zon ging wel onder.
en hij sliep in. omdat de wereld insliep. zwart
zat hij bij de rivier, zwart gat in het uitzicht.
ingmar heytzeik weet niet
waarvandaan het komt
dit schreeuwen
van papieren daken
de vreemde drang
om steeds te zeggen
wat ik denk
of denk te zijn
maar als jij het bent
herken je de strofen
schud stiekem
het papier de hand
als jij het bent
is het slechts drukinkt
dat ons scheidt
noch scheiden kan
lyn palmer
i walked a while with sorrow
hans andreusik hoor het licht het zonlicht pizzicato
de warmte spreekt weer tegen mijn gezicht
ik lig weer dat gaat zo maar niet dat gaat zo
ik lig weer monomaan weer monodwaas van licht
ik lig languit lig in mijn huid te zingen
lig zacht te zingen antwoord op het licht
lig dwaas zo dwaas niet buiten mensen dingen
te zingen van het licht dat om en op mij ligt
ik lig hier duidelijk zeer zuidelijk lig zonder
te weten hoe of wat ik lig alleen maar stil
ik weet alleen het licht van wonder boven wonder
ik weet alleen maar alles wat ik weten wil.
fernando pessoa
willem hussemal dat hout
bij de haard
voor één vuur
warmte vergt
jaren groei