rose ausländer
maak weer water
uit mij
stromen wil ik
in de stroom
in de zee opnieuw
uitmonden
rose ausländermaak weer water
uit mij
stromen wil ik
in de stroom
in de zee opnieuw
uitmonden
rutger koplandonze kaarten hebben we achtergelaten,
ergens, niet boos, niet weemoedig:
ze vertelden ons wat we al wisten,
waar we vandaan kwamen.
niet waar we waren.
reine wellenslangs het bruidsluierpad
wandelde hij
haar wereld binnen
ze hulde hem
in geurende kleren
dekte zijn jonge tederheid
onder zijde
bewonderde
hij verliet
door bramen haar dagen
ze staarde
weer in de nacht
vol - ledig ontbloot
rutger kopland
zo dwalen gedachten, dwalen ze zich herhalend
als beken door bergwei, altijd een beetje anders,
altijd een beetje hetzelfde, allemaal naar iets
verlangend, een ergens, elders, een herinnering
zoekend daar naartoe, en hun verlangen is niets
dan kracht van water, hun herinnering niets
dan oevers; ergens, elders zijn ze de zee.
monda de munckde beproevingen
die wij op onze weg ontmoetten
zijn niet deze die wij verwachtten
en het geluk dat ons te beurt valt
hadden wij nooit vermoed
vrees dus niet de dag van morgen
c.s. adema van scheltema
germain droogenbroodtvan alle verzen ooit geschreven
wil ik voor jou het laatste vers,
de laatste regel zijn, mijn licht,
mijn lente, mijn tastbaar leven
mijn vingers van satijn
zullen het ivoor van je lichaam bespelen
en met je streelvingers erotische tango's
en hartstochtelijke sevillanas dansen
als zoete najaarsdruiven
zal ik je haren lezen, één voor één,
en diepe meren van je ogen bevaren
ik zal me aan hun glinsters bedrinken
en aan de nectar van je onvergetelijke mond
en in je eigenste leven binnentreden
ring
![]() |
De InnerWorld Webring Sites over spiritualiteit, geneeswijzen en psychologische onderwerpen. | |
ring
![]() Webring voor spirituele sites. Volgende site | Willekeurige site | Lijst | Aanmelden Andere Webrings |
j. c. van schagenergens moet het zijn
een soort verwilderde tuin
van oude stilte
de boom voor het huis
zacht wazelt hij zijn verhaal
niemand begrijpt het
het heeft geregend
de tuin dampt goede geuren
aarde die verlangt
rutger koplandal zover weg dat je niet meer weet
of de stenen tegen de bergen nog
schapen zijn, een langzaam
omhoog rollende lawine
of al stenen,
dat je niet weet wat blijft.
achilles m. surinxjij bent mij mooier dan de zon.
jij bent mijn levend licht,
mijn warmte, mijn tegenwicht.
jij bent mij zachter dan zijde.
jij bent het die mijn naaktheid dekt.
jij bent mijn muziek,
mijn stilte, mijn slaap, mijn droom.
jij bent mij dichter dan de dood.
jij bent mijn vroomste brood,
mijn bestaan, mijn wilde waterval.
jij bent mijn glinsterend kristal.
jij bent het die mijn twijfels breekt.
jij bent mijn eeuwige echo:
mijn vrees, mijn hoop, mijn zijn!
herman de conincknevel is 't niet meer voorbijgaan
van iets moois dat al volbracht is
nevel is gelukkig haast niet meer bestaan
niet meer moeten
en nog even mogen
je was lang gebleven
nevel is even
daarna
ik zie haast nog je ogen
nevel is: nog bijna.
willem kloosnauw zichtbaar wiegen op een lichten zucht
de witte bloesems in de scheemring - ziet,
hoe langs mijn venster nog, met ras gerucht,
een enkele al te late vogel vliedt.
en ver, daar ginds, die zachtgekleurde lucht
als perlemoer, waar ied're tint vervliet
in teerheid... rust - o, wondervreemd genucht!
want alles is bij dag zo innig niet.
alle geluid dat nog van verre sprak,
verstierf - de wind, de wolken, alles gaat
al zachter en zachter - alles wordt zo stil...
en ik weet niet, hoe thans dit hart, zo zwak,
dat al zo moe is, altijd luider slaat,
altijd maar luider, en niet rusten wil.
josé saramago
[...] Ik heb geleefd, gekeken, gelezen, gevoeld, Wat heeft lezen ermee te maken, Al lezend kom je bijna alles te weten, Ik lees ook, Dan zul je ook het een en ander weten, Daar ben ik nu niet zo zeker van, Dan moet je op een andere manier lezen, Hoe, Dat is niet voor iedereen hetzelfde, ieder verzint zijn eigen manier, de manier die hem het best past, je hebt mensen die hun hele leven lezen zonder dat ze één stap voorbij het lezen zelf komen, ze blijven aan de bladzijde kleven, ze zien niet dat woorden slechts keien zijn waarover je een rivier kunt oversteken, die daar liggen om je naar de andere oever te brengen, de andere oever, daar gaat het om, Tenzij, Tenzij wat, Tenzij zulke rivieren niet twee oevers hebben maar een heleboel, tenzij iedere lezer zijn eigen oever is en de oever waar hij heen moet de zijne en strikt de zijne [...]
uit het schijnbestaan
frans kuipers
bert schierbeek
hummingbird
lau-tzewat in rust is, is licht te houden
wat nog komen moet, is licht te voorkomen,
wat bros is, is licht te verbreken,
wat klein is, is licht te verstrooien.
behandel de dingen voor ze bestaan
beheers ze voor ze tot wanorde komen.
pia de blok
Er is een zwaan waar altijd de zon uit schijnt. Hoe kan dit?
Dat laat het volgende sprookje je zien.
De Glazen Zwaan dreef over het water tussen twee oevers. Voor haar zag ze water, achter haar, onder haar, en boven haar de stralende zon. Als ze naar de ene kant keek zag ze een oever met helemaal niets. Niets te horen, niets te zien, niets te voelen.
Aan die kant heerste Koning Stilte. Er was niemand die dat zag, behalve zij.
Aan de andere kant, op die andere oever was het een drukte van belang. Drommen mensen hoopten zich op, op bepaalde plaatsen alsof daar iets bijzonders te zien was.
'Welke kant van de twee oevers zal ik eens opgaan: de stille of de drukke,' dacht ze.
'Laat ik de drukke maar eens proberen,' en als vanzelf gleed ze zo de oever van de drukke kant op.
Daar zag ze een grote ouderwetse grammofoon, zo één met een koperen hoorn waar het geluid uit komt. Die bleef maar vertellen wat hij allemaal in zijn leven voor muziek had gedraaid. 'Wat een druk mannetje.' En een fluitketel die maar bleef vertellen voor wie ze allemaal water voor de thee had gekookt. En ook nog een kiezelsteen die maar bleef vertellen over wie er over hem heen had gelopen. 'Wat een drukte,' verzuchtte de Glazen Zwaan.
Toen zag ze nog meer mensen in een kring om iemand heen staan en ze besloot ook te gaan kijken. Naderbij gegleden zag ze een jongetje met vuurrood haar en gekleed in rode en gele kleren. Hij riep: 'Kom eens kijken. Ik heet Vuur, ik kan deze strohalm zo in de brand zetten!'
Iedereen wilde dat wel eens zien. Maar hoe hij ook probeerde en probeerde, met hard praten, met kwaad zijn, met gekke gezichten te trekken, met op zijn handen te gaan staan, met hocus-pocus. Het lukte hem niet.
Op een andere plek, waar ook veel mensen omheen stonden was nog een jongen bezig. Hij had wit haar en nevelkleurige kleding aan en riep: 'Kom eens kijken wat ik kan. Ik heet Lucht en ik kan alles op de hele wereld wegblazen.' Terwijl hij het zei dwarrelde er een strohalm voor zijn voeten. 'Blaas die strohalm dan maar eens weg,' riepen de mensen lachend. Maar tot zijn eigen verwondering en die van de mensen om hem heen, met hocus-pocus ging het niet.
De Glazen Zwaan keek het allemaal eens aan en dacht: 'Wat een druktemakers allemaal.'
Toen kwam er een man naar haar toe met heel grote spierballen. Ze zag zo al dat hij geweldig sterk was en iedereen in de omgeving zag zijn kracht en was vol bewondering en ontzag.
'Dag Zwaan,' zei hij, 'begrijp jij dit allemaal?'
'Ja zeker,' zei de Zwaan. En met galmende stem, zodat iedereen haar hoorde zei ze: 'In de drukte kan niets geschapen worden, omdat het daarin al helemaal vol is met allerlei dingen. Niets kan er dan meer bij.
Vanuit de Stilte worden de dingen geschapen, gebeuren de wonderen zoals het waaien van de wind en de geboorte van de vlam, het vuur.'
Toen zei Glazen Zwaan: 'Wie wil kan met me mee gaan naar de andere kant van de oever, dan gaan we thee drinken bij Koning Stilte.'
En iedereen ging mee naar de andere kant van de oever, ze liepen achter de glijdende Glazen Zwaan aan. Zij zagen ineens de zon uit haar schijnen; zij straalde.
Zo, vol helderheid, hielp ze de mensen de overkant over. Ze mochten op haar rug zitten en voeren zo mee.
Bij Koning Stilte is het stil, zo stil dat hij eigenlijk niet bestaat. Maar toch is hij er wel.
Tegen de jongens met het vuurrode en witte haar zegt hij: 'Het wonder kan niet uit drukte komen. Het komt uit Stilte. Denk eens aan niets, aan niet iets.'
En de jongens doen wat hen gezegd wordt.
En ... de strohalm verbrandt en de andere strohalm word hoog de lucht in geblazen.
'Zie je,' zegt de Koning, 'je bént het vuur al en je bént de wind al. Je hoeft er niet over na te denken.'
Dan is iedereen stil. En dat is prachtig.
De Glazen Zwaan en de zon met iedereen samen, blijven voortaan wonen bij Koning Stilte en als we nu gaan slapen gaan we vannacht allemaal theedrinken: in stilte bij Koning Stilte.
Wel - te - rusten
uit Advaita Sprookjes