ring

![]() |
De InnerWorld Webring Sites over spiritualiteit, geneeswijzen en psychologische onderwerpen. | |
ring
![]() |
De InnerWorld Webring Sites over spiritualiteit, geneeswijzen en psychologische onderwerpen. | |
ring
![]() Webring voor spirituele sites. Volgende site | Willekeurige site | Lijst | Aanmelden Andere Webrings |
j. c. van schagenergens moet het zijn
een soort verwilderde tuin
van oude stilte
de boom voor het huis
zacht wazelt hij zijn verhaal
niemand begrijpt het
het heeft geregend
de tuin dampt goede geuren
aarde die verlangt
rutger koplandal zover weg dat je niet meer weet
of de stenen tegen de bergen nog
schapen zijn, een langzaam
omhoog rollende lawine
of al stenen,
dat je niet weet wat blijft.
achilles m. surinxjij bent mij mooier dan de zon.
jij bent mijn levend licht,
mijn warmte, mijn tegenwicht.
jij bent mij zachter dan zijde.
jij bent het die mijn naaktheid dekt.
jij bent mijn muziek,
mijn stilte, mijn slaap, mijn droom.
jij bent mij dichter dan de dood.
jij bent mijn vroomste brood,
mijn bestaan, mijn wilde waterval.
jij bent mijn glinsterend kristal.
jij bent het die mijn twijfels breekt.
jij bent mijn eeuwige echo:
mijn vrees, mijn hoop, mijn zijn!
herman de conincknevel is 't niet meer voorbijgaan
van iets moois dat al volbracht is
nevel is gelukkig haast niet meer bestaan
niet meer moeten
en nog even mogen
je was lang gebleven
nevel is even
daarna
ik zie haast nog je ogen
nevel is: nog bijna.
willem kloosnauw zichtbaar wiegen op een lichten zucht
de witte bloesems in de scheemring - ziet,
hoe langs mijn venster nog, met ras gerucht,
een enkele al te late vogel vliedt.
en ver, daar ginds, die zachtgekleurde lucht
als perlemoer, waar ied're tint vervliet
in teerheid... rust - o, wondervreemd genucht!
want alles is bij dag zo innig niet.
alle geluid dat nog van verre sprak,
verstierf - de wind, de wolken, alles gaat
al zachter en zachter - alles wordt zo stil...
en ik weet niet, hoe thans dit hart, zo zwak,
dat al zo moe is, altijd luider slaat,
altijd maar luider, en niet rusten wil.
josé saramago
[...] Ik heb geleefd, gekeken, gelezen, gevoeld, Wat heeft lezen ermee te maken, Al lezend kom je bijna alles te weten, Ik lees ook, Dan zul je ook het een en ander weten, Daar ben ik nu niet zo zeker van, Dan moet je op een andere manier lezen, Hoe, Dat is niet voor iedereen hetzelfde, ieder verzint zijn eigen manier, de manier die hem het best past, je hebt mensen die hun hele leven lezen zonder dat ze één stap voorbij het lezen zelf komen, ze blijven aan de bladzijde kleven, ze zien niet dat woorden slechts keien zijn waarover je een rivier kunt oversteken, die daar liggen om je naar de andere oever te brengen, de andere oever, daar gaat het om, Tenzij, Tenzij wat, Tenzij zulke rivieren niet twee oevers hebben maar een heleboel, tenzij iedere lezer zijn eigen oever is en de oever waar hij heen moet de zijne en strikt de zijne [...]
uit het schijnbestaan
frans kuipers
bert schierbeek
hummingbird
lau-tzewat in rust is, is licht te houden
wat nog komen moet, is licht te voorkomen,
wat bros is, is licht te verbreken,
wat klein is, is licht te verstrooien.
behandel de dingen voor ze bestaan
beheers ze voor ze tot wanorde komen.
pia de blok
Er is een zwaan waar altijd de zon uit schijnt. Hoe kan dit?
Dat laat het volgende sprookje je zien.
De Glazen Zwaan dreef over het water tussen twee oevers. Voor haar zag ze water, achter haar, onder haar, en boven haar de stralende zon. Als ze naar de ene kant keek zag ze een oever met helemaal niets. Niets te horen, niets te zien, niets te voelen.
Aan die kant heerste Koning Stilte. Er was niemand die dat zag, behalve zij.
Aan de andere kant, op die andere oever was het een drukte van belang. Drommen mensen hoopten zich op, op bepaalde plaatsen alsof daar iets bijzonders te zien was.
'Welke kant van de twee oevers zal ik eens opgaan: de stille of de drukke,' dacht ze.
'Laat ik de drukke maar eens proberen,' en als vanzelf gleed ze zo de oever van de drukke kant op.
Daar zag ze een grote ouderwetse grammofoon, zo één met een koperen hoorn waar het geluid uit komt. Die bleef maar vertellen wat hij allemaal in zijn leven voor muziek had gedraaid. 'Wat een druk mannetje.' En een fluitketel die maar bleef vertellen voor wie ze allemaal water voor de thee had gekookt. En ook nog een kiezelsteen die maar bleef vertellen over wie er over hem heen had gelopen. 'Wat een drukte,' verzuchtte de Glazen Zwaan.
Toen zag ze nog meer mensen in een kring om iemand heen staan en ze besloot ook te gaan kijken. Naderbij gegleden zag ze een jongetje met vuurrood haar en gekleed in rode en gele kleren. Hij riep: 'Kom eens kijken. Ik heet Vuur, ik kan deze strohalm zo in de brand zetten!'
Iedereen wilde dat wel eens zien. Maar hoe hij ook probeerde en probeerde, met hard praten, met kwaad zijn, met gekke gezichten te trekken, met op zijn handen te gaan staan, met hocus-pocus. Het lukte hem niet.
Op een andere plek, waar ook veel mensen omheen stonden was nog een jongen bezig. Hij had wit haar en nevelkleurige kleding aan en riep: 'Kom eens kijken wat ik kan. Ik heet Lucht en ik kan alles op de hele wereld wegblazen.' Terwijl hij het zei dwarrelde er een strohalm voor zijn voeten. 'Blaas die strohalm dan maar eens weg,' riepen de mensen lachend. Maar tot zijn eigen verwondering en die van de mensen om hem heen, met hocus-pocus ging het niet.
De Glazen Zwaan keek het allemaal eens aan en dacht: 'Wat een druktemakers allemaal.'
Toen kwam er een man naar haar toe met heel grote spierballen. Ze zag zo al dat hij geweldig sterk was en iedereen in de omgeving zag zijn kracht en was vol bewondering en ontzag.
'Dag Zwaan,' zei hij, 'begrijp jij dit allemaal?'
'Ja zeker,' zei de Zwaan. En met galmende stem, zodat iedereen haar hoorde zei ze: 'In de drukte kan niets geschapen worden, omdat het daarin al helemaal vol is met allerlei dingen. Niets kan er dan meer bij.
Vanuit de Stilte worden de dingen geschapen, gebeuren de wonderen zoals het waaien van de wind en de geboorte van de vlam, het vuur.'
Toen zei Glazen Zwaan: 'Wie wil kan met me mee gaan naar de andere kant van de oever, dan gaan we thee drinken bij Koning Stilte.'
En iedereen ging mee naar de andere kant van de oever, ze liepen achter de glijdende Glazen Zwaan aan. Zij zagen ineens de zon uit haar schijnen; zij straalde.
Zo, vol helderheid, hielp ze de mensen de overkant over. Ze mochten op haar rug zitten en voeren zo mee.
Bij Koning Stilte is het stil, zo stil dat hij eigenlijk niet bestaat. Maar toch is hij er wel.
Tegen de jongens met het vuurrode en witte haar zegt hij: 'Het wonder kan niet uit drukte komen. Het komt uit Stilte. Denk eens aan niets, aan niet iets.'
En de jongens doen wat hen gezegd wordt.
En ... de strohalm verbrandt en de andere strohalm word hoog de lucht in geblazen.
'Zie je,' zegt de Koning, 'je bént het vuur al en je bént de wind al. Je hoeft er niet over na te denken.'
Dan is iedereen stil. En dat is prachtig.
De Glazen Zwaan en de zon met iedereen samen, blijven voortaan wonen bij Koning Stilte en als we nu gaan slapen gaan we vannacht allemaal theedrinken: in stilte bij Koning Stilte.
Wel - te - rusten
uit Advaita Sprookjes
erik menkveldik voel me zo verantwoordelijk vandaag.
die duif bij voorbeeld, in de dakgoot
van het huis hier tegenover, kijkt
me telkens vragend aan.
ik waarschuw hem: nu
moet je gaan, dan kom je niet te laat.
en goddank, inderdaad,
hij slaat zijn vleugels uit.
als ik er toch niet was.
maar nu de bomen nog.
die halen het nooit.
toon hermanskruip wat dichter bij elkaar
geef elkaar een pakkerd
als opeens van binnen uit
de liefde volop flakkert
en vind je niet de woorden om
van alles uit te leggen
geen nood, het lijf kan af en toe
de mooiste zinnen zeggen
zijn, alleen zijnstil zijn, afwachten, geduld hebben
vertrouwen op wat er komen gaat
niets moeten, laten komen
loslaten, verwachtingen loslaten
alleen jezelf, alleen met jezelf
anderen laten, anderen loslaten
angst voor niets, angst voor alles
een met jezelf, een met de natuur
de natuurlijke omgeving om je heen
een met de eenzaamheid
alleen met je eenzaamheid
een met de heelheid in jezelf
een met het moment, niet afwachten
bewustwording van het moment
in het moment
alleen zijn
koos geerdswereld, ik leef in het domein
van lichte taal in wintertijd
de gangen leeg, de kamers ruim
en zonder grens de binnentuin
einder, bedaar, ik heb een huis
dat mij bevrijdt; onder dit dak
ben ik een mens die adem krijg
pol sturtewagenalles wat in de ruimte is,
ís de ruimte – en niet.
dus noem mij:
schermutseling, versierde galg.
noem mij grap in de oorlog,
en witte magnolia.
noem mij lichaam, scheiding,
of molecule in de muur.
ik ben het – en niet.
wijs dan met de vinger ergens :
naar de wandelende tak, de verborgen agenda.
naar de zee die haar krullen imiteert,
het geurspoor, de galop, de lach.
en hoor hoe de stilte
de vervoeging van grenzen reciteert:
eerste persoon meervoud:
ik ben nergens niet.
lau-tzebetracht niet-doen
werk aan niet-werken
geniet aan het niet-genieten
uw groot zij als klein
uw veel als weinig
vergeld kwaad met deugd
ontwerp het moeilijke als het nog licht is
doe het grote als het nog klein is
het moeilijke onder de hemel komt voort uit het lichte
het grote onder de hemel komt voort uit het kleine
daarom: de wijze doet nimmer groot
daardoor vermag hij het grote te doen
...
ashtavakraals je verlangt naar
bevrijding mijn kind,
vermijd dan de zintuiglijke dingen
alsof ze vergif waren en kies
voor tolerantie, ernst, tevredenheid
en waarheidsliefde
alsof ze nectar waren.