breyten breytenbach
als een dier dat kan pronken met een nieuwe pels
al is het nog winter en de aarde nog koud
er komt een soepelheid een vermoeden van lauwheid
en in sommige gebouwen branden de lichten laat
zodat een losser lachen door de binnenplaatsen glipt
mijn vrouw, worden we weer jong zoals in vroegere
gedichten? ik voel mijn huid en mijn bloed
en ben blij
ik hoor vrachtauto's ronken als snorkende vogels
ver weg op een heuvel worden pijlen afgevuurd
ik lig binnen de kring van jouw komen-en-gaan-komen
adem
je bent hier en ik verlang naar je


