frans kuipers
Wat blijft is de weide waarin
hun kleine bazuinen ten hemel geheven,
blinkend, geel en veel,
de boterbloemen staan - wat blijft
is de wind op de grasharp spelend.
onder het dorre blad van de dovenetel,
in windsels als een mummie, de mug
meedeinend in de flard van een web.
wat blijft is de wolkenherders hemellicht
het bankroet van alle benul.
tot in je goudzwijgen verbabeld
jij die uit de onzee komt.

