jovo - icarus
l'amour est un soleil
qui m'a souvent chauffé le coeur
quand il brille trop fort
il me brûle les ailes.
jovo - icarusl'amour est un soleil
qui m'a souvent chauffé le coeur
quand il brille trop fort
il me brûle les ailes.
nic van bruggenik ben een maker van punten en
komma's - mijn woorden staan daartussen.
ik stamel poëzie naar het einde van
mijn zinnen, wanneer ik smachtend zing
aan de waanzin van dit bestaan.
ik rijg prachtig dit alles vol zin aan
mekaar, nagelaten als een slangevel
voor de gelukkige vinders van zeldzaam
wrakhout. of een handgranaat.
ik denk ook wel eens dat het anders is,
maar dat hoef ik niet te schrijven.
mijn potlood wordt te zacht dan.
en er is al verdriet genoeg op aarde.
marinus van den bergzoon,
dat je mensen mag blijven ontmoeten
die jou genegen zijn, van wie je warmte ontvangt....
dat je mensen mag blijven ontmoeten
die naar je blijven omzien, die naar je blijven luisteren....
dat je mag ervaren dat je nu ook de moeite waard bent,
dat je leven nu ook zin heeft....
dat je mag ervaren dat je als mens kunt blijven groeien,
dat je kunt toenemen in menselijkheid....
dat je innerlijke kracht mag hebben om
ook aandacht en interesse uit te stralen.
dat je niet alleen afhankelijk bent maar ook onafhankelijk kunt zijn, jezelf....
dat je er tussen kunt blijven.
dat je graag gezien mag blijven.
dat je verbonden mag blijven met de mensen om je heen.
hennie van eewaar de hemel hoger is
en het licht de scherpe
tonen kiest
de aarde anders ruikt
anders voelt
en het anders loopt
daar is mijn land
waar de mensen buiten zijn
leven met luide stemmen
en grote gebaren
de klanken het lichaam
binnengaan
ogen vlammen
en het hart huilt
daar is mijn land
anon - patrick lateurde koude noorder heeft je eeuwen in een kil
portaal gepijnigd en de breuklijn van de tijd
sneed ijzig door je frêle lijf. nu hang je stil
tussen de lovers als een kat die zich vermeit.
want in de stroomlijn van je haren plukt je hand
nog steeds de vrucht der kennis die de slang je wees.
je weet je naakt en mooi en teder in dit land
van eden. uit je ogen bijt de onrust in je vlees.
wie kijk jij na? wie heeft je schoonheid mogen raken?
toen gislebertus jou versteende, lag een schijn
van vrede in de groeven van zijn oud gelaat en
zijn handen beefden. nu wil ik je adam zijn.
eva - gislebertus
marc tritsmansom vier uur opgestaan. de nok van dit dak
heroverd. op slag beginnen fluiten als een
gek. pas opgehouden toen iedereen hier
zijn plaats weer leek te kennen. vervolgens
voor het eten gezorgd voor die smekende,
zeurende, zich nooit sluitende snavels waarin
wormen eindeloos blijven verdwijnen. en weer
medelijden gevoeld met de logge, pluimloze,
niet-vliegbare monsters daar beneden in de
tuin. hoe rechtvaardigen zij toch hun bestaan?
hoe wil de zon zelfs maar schijnen op hun
tot vervelenstoe veranderende buitenkant?
rutger koplandhoe zal ik dit uitleggen, dit waarom
wat wij vinden niet is
wat wij zoeken?
laten wij de tijd laten gaan
waarheen hij wil,
en zie dan hoe weiden hun vee vinden,
wouden hun wild, luchten hun vogels,
uitzichten onze ogen
en ach, hoe eenvoud zijn raadsel vindt.
zo andersom is alles, misschien.
ik zal dit uitleggen.
naar kees winklerspreeuwen kwetteren dat het lente is
de tuinmeubelen tevoorschijn gehaald
en in de zon gaan zitten kijken naar de mieren
die een autostrada aanleggen op het terras
later, binnen, het strijklicht over de anemonen
rose en paars gloeiend in de lenteavond
ik dacht: god is een natuurkundige formule
die het licht over de bloemen breken laat
nog later gedachten over liefde
hoe men ook met een ander had kunnen zijn
met geregelde bewassing en een kopje koffie
maar deze gedachten als defaitistisch verworpen
en samen met de kat gekeken naar venus
die in conjunctie stond met de maan
j.a. emmenshet is bepaald overdreven te denken
dat het gedicht een poging betekent
om iets verstaanbaar te maken, laat staan
een uiting van priesters die god zien.
een gedicht is niet meer dan een oor, om te grijpen
wanneer men geen woorden meer heeft
in officiële gesprekken, een reling
bij zeeziekte in de salon.
toon tellegenik weet het: het mooiste zou zijn
als ik onvindbaar was
en altijd naar mijzelf bleef zoeken.
hoe interessant zou dat niet zijn!
maar ik ben zo vindbaar...
zo voor het oprapen...
doe het licht uit, struikel over mij!
ivo van strijtem
mijn woorden
maken een wandeling.
ongebonden slenteren ze
door dit beregende dorp
soms stoppen ze even,
zoals nu.
dan gaan ze weer verder
en praten wat met elkaar
ze zeggen niet veel
of eentje vertelt
een verhaal
en de anderen luisteren,
lachen licht of
wenen een beetje
achter de hand.
huub oosterhuisschitterend licht uit duizend
bewegingen water
wind over water prevelend
aanstormend opspattend water
zoals ik ziende de zon op het water
het eeuwige licht denk
zo, mijn ogen verdwalend
in waterlichtverte,
denk ik dat gij bestaat
die over donkere afgrond
licht heeft geroepen -
schittergedachte
schitterlichtverteverhaal.
naar juan ramon jiménezik ben niet ik.
ik ben zij,
die aan mijn zijde gaat, zonder dat ik haar zie,
die ik vaak bezoek,
en die ik vaak vergeet.
zij, die rustig zwijgt, als ik spreek,
die zachtmoedig vergeeft, als ik haat,
die rondzwerft, waar ik niet ben,
die recht op zal blijven staan, als ik sterf.
henry david thoreauI knew a man by sight,
a blameless wight,
who, for a year or more,
had daily passed my door,
yet converse none had had with him.
i met him in a lane,
him and his cane,
about three miles from home,
where i had chanced to roam,
and volumes stared at him, and he at me.
in a more distant place
i glimpsed his face,
and bowed instinctively;
starting he bowed to me,
bowed simultaneously, and passed along.
next, in a foreign land
i grasped his hand,
and had a social chat,
about this thing and that,
as i had known him well a thousand years.
late in a wilderness
i shared his mess,
for he had hardships seen,
and i a wanderer been;
he was my bosom friend, and i was his.
and as, me thinks, shall all,
both great and small,
that ever lived on earth,
early or late their birth,
stranger and foe, one day each other know.
teresia van avilanada te espante,
todo se pasa,
dios no se muda,
la paciencia
todo lo alcanza;
quien a dios tiene
nada le falta:
sólo dios basta.
alice nahonik heb de liefde liefgehad
daarom wellicht heeft zij me niet bemind.
zo doet de mooie minnaar
met een zeer verliefde kind.
ik heb de zon te lief gehad
en beu van beedlen
aan de deuren van de dagen
ben ik geworden als een varenblad
dat liever in de lommer leeft
dan zon te dragen.
en daarom bouwt mijn kommer aan een huis
waar lamp- en zonnelicht
getemperd zijn voor de ogen
en waar de soobre lijn van een gelaat
en waar de vrede van een vriendschap staat
lijk schaduw van een boom
over mijn hoofd
gebogen.
jovomisschien
is geluk wel
onvoorwaardelijk
aanvaarden
bram vermeulenik heb een steen verlegd, in een rivier op aarde
het water gaat er anders dan voorheen
de stroom van een rivier hou je niet tegen
het water vindt er altijd wel een weg omheen
xstilte is het antwoord,
woorden kunnen geen antwoord zijn.
waar woorden zijn is geen stilte,
waar woorden zijn is geen wijsheid,
waar woorden zijn is verwarring.
de ene vraag roept de andere op,
zo komt er geen antwoord.
denken biedt geen antwoord,
waar denken is kan alleen chaos zijn.
laat er stilte zijn...