eva - gislebertus

eva - gislebertus
marc tritsmansom vier uur opgestaan. de nok van dit dak
heroverd. op slag beginnen fluiten als een
gek. pas opgehouden toen iedereen hier
zijn plaats weer leek te kennen. vervolgens
voor het eten gezorgd voor die smekende,
zeurende, zich nooit sluitende snavels waarin
wormen eindeloos blijven verdwijnen. en weer
medelijden gevoeld met de logge, pluimloze,
niet-vliegbare monsters daar beneden in de
tuin. hoe rechtvaardigen zij toch hun bestaan?
hoe wil de zon zelfs maar schijnen op hun
tot vervelenstoe veranderende buitenkant?
rutger koplandhoe zal ik dit uitleggen, dit waarom
wat wij vinden niet is
wat wij zoeken?
laten wij de tijd laten gaan
waarheen hij wil,
en zie dan hoe weiden hun vee vinden,
wouden hun wild, luchten hun vogels,
uitzichten onze ogen
en ach, hoe eenvoud zijn raadsel vindt.
zo andersom is alles, misschien.
ik zal dit uitleggen.
naar kees winklerspreeuwen kwetteren dat het lente is
de tuinmeubelen tevoorschijn gehaald
en in de zon gaan zitten kijken naar de mieren
die een autostrada aanleggen op het terras
later, binnen, het strijklicht over de anemonen
rose en paars gloeiend in de lenteavond
ik dacht: god is een natuurkundige formule
die het licht over de bloemen breken laat
nog later gedachten over liefde
hoe men ook met een ander had kunnen zijn
met geregelde bewassing en een kopje koffie
maar deze gedachten als defaitistisch verworpen
en samen met de kat gekeken naar venus
die in conjunctie stond met de maan
j.a. emmenshet is bepaald overdreven te denken
dat het gedicht een poging betekent
om iets verstaanbaar te maken, laat staan
een uiting van priesters die god zien.
een gedicht is niet meer dan een oor, om te grijpen
wanneer men geen woorden meer heeft
in officiële gesprekken, een reling
bij zeeziekte in de salon.
toon tellegenik weet het: het mooiste zou zijn
als ik onvindbaar was
en altijd naar mijzelf bleef zoeken.
hoe interessant zou dat niet zijn!
maar ik ben zo vindbaar...
zo voor het oprapen...
doe het licht uit, struikel over mij!
ivo van strijtem
mijn woorden
maken een wandeling.
ongebonden slenteren ze
door dit beregende dorp
soms stoppen ze even,
zoals nu.
dan gaan ze weer verder
en praten wat met elkaar
ze zeggen niet veel
of eentje vertelt
een verhaal
en de anderen luisteren,
lachen licht of
wenen een beetje
achter de hand.
huub oosterhuisschitterend licht uit duizend
bewegingen water
wind over water prevelend
aanstormend opspattend water
zoals ik ziende de zon op het water
het eeuwige licht denk
zo, mijn ogen verdwalend
in waterlichtverte,
denk ik dat gij bestaat
die over donkere afgrond
licht heeft geroepen -
schittergedachte
schitterlichtverteverhaal.
naar juan ramon jiménezik ben niet ik.
ik ben zij,
die aan mijn zijde gaat, zonder dat ik haar zie,
die ik vaak bezoek,
en die ik vaak vergeet.
zij, die rustig zwijgt, als ik spreek,
die zachtmoedig vergeeft, als ik haat,
die rondzwerft, waar ik niet ben,
die recht op zal blijven staan, als ik sterf.
henry david thoreauI knew a man by sight,
a blameless wight,
who, for a year or more,
had daily passed my door,
yet converse none had had with him.
i met him in a lane,
him and his cane,
about three miles from home,
where i had chanced to roam,
and volumes stared at him, and he at me.
in a more distant place
i glimpsed his face,
and bowed instinctively;
starting he bowed to me,
bowed simultaneously, and passed along.
next, in a foreign land
i grasped his hand,
and had a social chat,
about this thing and that,
as i had known him well a thousand years.
late in a wilderness
i shared his mess,
for he had hardships seen,
and i a wanderer been;
he was my bosom friend, and i was his.
and as, me thinks, shall all,
both great and small,
that ever lived on earth,
early or late their birth,
stranger and foe, one day each other know.
teresia van avilanada te espante,
todo se pasa,
dios no se muda,
la paciencia
todo lo alcanza;
quien a dios tiene
nada le falta:
sólo dios basta.
alice nahonik heb de liefde liefgehad
daarom wellicht heeft zij me niet bemind.
zo doet de mooie minnaar
met een zeer verliefde kind.
ik heb de zon te lief gehad
en beu van beedlen
aan de deuren van de dagen
ben ik geworden als een varenblad
dat liever in de lommer leeft
dan zon te dragen.
en daarom bouwt mijn kommer aan een huis
waar lamp- en zonnelicht
getemperd zijn voor de ogen
en waar de soobre lijn van een gelaat
en waar de vrede van een vriendschap staat
lijk schaduw van een boom
over mijn hoofd
gebogen.
jovomisschien
is geluk wel
onvoorwaardelijk
aanvaarden
bram vermeulenik heb een steen verlegd, in een rivier op aarde
het water gaat er anders dan voorheen
de stroom van een rivier hou je niet tegen
het water vindt er altijd wel een weg omheen
xstilte is het antwoord,
woorden kunnen geen antwoord zijn.
waar woorden zijn is geen stilte,
waar woorden zijn is geen wijsheid,
waar woorden zijn is verwarring.
de ene vraag roept de andere op,
zo komt er geen antwoord.
denken biedt geen antwoord,
waar denken is kan alleen chaos zijn.
laat er stilte zijn...
stefan vanistendaelhumor
is als een
periscoop
die me brede
horizonten laat
zien wanneer ik
ondergedompeld zit
in de zorgen
van het
leven
germain droogenbroodt
jij
materie van de aarde
en van de droom
ster zonder nacht
over mij ontfermd
als maan over duisternis
toegeworpen licht
als baken en boei
als hij in zee dreigt te verdrinken
de horizon
uit: \'de weg naar het tegenlicht\'
jacqueline e. van de waals
U2 - Oneyou say
love is a temple
love a higher law
you ask me to enter
but then you make me crawl
and I can\'t be holding on
to what you got
when all you got is hurt
one love
one blood
one life
you got to do what you should
one life
with each other
sisters
brothers
one life
but we\'re not the same
we get to
carry each other......
marcel proust - sjef houppermansnooit had ik een mooiere en droeviger ochtend zien beginnen
denkend aan alle onverschillige landschappen die in het licht kwamen te staan
en die ik de vorige dag nog zo graag zou zijn gaan bezoeken,
kon ik een snik niet verdringen,
toen, als met een mechanisch offergebaar,
dat het verscheurende offer van alle vreugde leek te symboliseren
dat ik zelf elke ochtend zou moeten brengen,
mijn hele verdere leven lang,
waarbij mijn verdriet en het bloed van mijn wonde
telkens weer bij elke zonsopgang plechtig vernieuwd zouden worden,
toen zo het gouden ei van de zon
als voortgestuwd door een verbreken van het evenwicht dat op het moment van het dik worden
een wijziging in de samenhang met zich mee bracht,
omringd door kronkelende vlammetjes als op een schilderij,
toen dus die zon met een sprong van achter het gordijn te voorschijn kwam
waarachter je aanvoelde dat ze zich al een poosje trillend klaarmaakte om de scène te betreden,
daarbij van dat gordijn de geheimzinnige purperen voorhang wegvagend
in golven van licht.
toen hoorde ik mezelf huilen.