marcel proust - sjef houppermans
nooit had ik een mooiere en droeviger ochtend zien beginnen
denkend aan alle onverschillige landschappen die in het licht kwamen te staan
en die ik de vorige dag nog zo graag zou zijn gaan bezoeken,
kon ik een snik niet verdringen,
toen, als met een mechanisch offergebaar,
dat het verscheurende offer van alle vreugde leek te symboliseren
dat ik zelf elke ochtend zou moeten brengen,
mijn hele verdere leven lang,
waarbij mijn verdriet en het bloed van mijn wonde
telkens weer bij elke zonsopgang plechtig vernieuwd zouden worden,
toen zo het gouden ei van de zon
als voortgestuwd door een verbreken van het evenwicht dat op het moment van het dik worden
een wijziging in de samenhang met zich mee bracht,
omringd door kronkelende vlammetjes als op een schilderij,
toen dus die zon met een sprong van achter het gordijn te voorschijn kwam
waarachter je aanvoelde dat ze zich al een poosje trillend klaarmaakte om de scène te betreden,
daarbij van dat gordijn de geheimzinnige purperen voorhang wegvagend
in golven van licht.
toen hoorde ik mezelf huilen.


1 reactie op dit bericht
tranen