moonen
verloren in het lover klinkt
der nachtegalen slagen,
dat zacht het avonduur omringt
met melodieus versagen.
nu ginds de late zon verpoost
door moeheid kromgebogen,
toe, blozend rode rozenkroost,
toon thans uw mededogen:
gelijk dit woord dat is gestelpt
nog voor het werd ontstoken,
ligt in het lommer van een kelk
de winter doorgebroken.

