je kinderen zijn je kinderen niet.
zij zijn de zonen en dochters van 's levens
hunkering naar zichzelf.
zij komen door je, maar zijn niet van je,
en hoewel zij bij je zijn, behoren ze je niet toe.
jij moogt hun geven van je liefde, maar niet van je gedachten.
want zij hebben hun eigen gedachten,
jij moogt hun lichamen huisvesten, maar niet hun zielen,
want hun zielen toeven in het huis van morgen, dat
je niet bezoeken kunt, zelfs niet in je dromen.
je moogt proberen hun gelijk te worden, maar
tracht hen niet aan je gelijk te maken.
want het leven gaat niet terug, noch blijft het dralen bij gisteren.
jullie bent de bogen, waarmee je kinderen als
levende pijlen worden weggeschoten.
de boogschutter ziet het doel op de weg van het
oneindige en hij buigt je met zijn kracht, opdat
zijn pijlen snel zullen vliegen.
laat het gebogen worden door de hand van de
boogschutter een vreugde voor je zijn:
want zoals hij de vliegende pijl liefheeft, zo mint hij
ook de boog die standvastig is.