wil becker
wieg me zachtjes
op de lentewind
nog even.. en de
vlinders ontwaken
kom.. dans met mij
het voorjaar in
wil beckerwieg me zachtjes
op de lentewind
nog even.. en de
vlinders ontwaken
kom.. dans met mij
het voorjaar in
johan-martijn velijnde speelsheid van de kalme snaren
bouwt harmonie tot melodie
in springende triolenparen
bedwongen door haar evenknie
- door noten overmaats vergaren -
spint de syncoop haar eigen harmonie
de klanken komen tot bedaren
een vaste streek verkrijgt de monodie
in overwachte cellotranen
du fubij de dofgroene rivier zijn de vogels nog witter,
bloemen vlammen op tegen grijze bergen
dit is lente: wat je ziet is alweer weg
en welk jaar keer jij terug?
kristien janssenvoor kristien
tranen onder lange wimpers
tranen van de verliefde
naar het hart van de geliefde
druppels van extase,
verrukking
val in de nacht
val uit de bloemen
val uit mijn ogen
en gij, mijn hart, wees
de zachte, rustige stroom
die, rijk van de verleden schat
in lege urnen, een grote trieste
droom volgt naar een zee van
eenzame avonden
bart fm droogben niet geschikt voor dagelijks gebruik
ga voorbij aan liefde; ken lust
en vooral de lasten die dit
gehavend lijf torst, dag op dag
en de vrouw die ik me herinner
was niet jij, maar jij op die heuvel
nabij de zwarte zee, ik weet
je lachen en de wind -
hoe alles aan me voorbij gaat
ook jij, keer me naar
verre landen en terug
vloeit water over stranden.
copyright Bart FM Droog
uit de bundel Benzine (Passage, 2000)
jeanne wesseliuszeven uur en nog geen dag - de nachtlamp
bij de buren schijnt drie tuinen ver
speelgoed op het gras, koper prunusblad.
de kat wil uit – wat is het koud – de
maan spookt glas-in-lood door kale takken
een enkele ster, ver weg verkeer
als het ruisen van nabije branding.
ochtendschemering kruipt langs de huizen
bouwt silhouetten, omspoeld door dunne
wolken reist de maan, onmerkbaar bijna
naar het westen - een licht springt aan,
een merel slaat alarm, de kat komt thuis.
de dag ontwikkelt kleur en leven - een
onontkoombaar keren van het negatief.
jovonacht van de duisternis
wie het duister niet kent
zal het licht niet vinden
atheo l\'apostat
seul face au monde, seul devant soi,
d\'autant plus seul que je n\'y sois pas...
que reste-il alors ?
ne reste que la pure présence silencieuse du réel,
cet arbre qui ondule au vent,
cette eau qui s\'écoule,
ce soleil qui échauffe mon visage,
ne reste que l\'éternité, présent perpétuel de l\'impermanence,
la vérité, l\'éternité, la présence, le silence, le réel... cette table,
y trouver quelque bonheur ? pourquoi pas...
allez jusqu\'au bout de soi, effacement de soi devant le vrai,
oh quel silence ! quelle paix ! quelle plénitude ! quelle béatitude !
aurais-je besoin d\'un autre monde ? d\'une autre vie ?
d\'ailleurs, que reste-il de moi sinon un souvenir ?
shiraishi kazukoik zei: je moet maar weggaan.
ik zei: vanavond wil ik niet met je samen zijn,
je moet maar weggaan.
en snikkend ben je weggegaan:
ik heb geen woning om naar terug te gaan.
ik wreef telkens opnieuw
over het spoor waarmee je, snikkend,
uit mijn hart was weggegaan. de vlekken
van jouw tranen bleven overal in mij vastzitten.
zij waren een vijver geworden.
door het gewicht van deze vijver was mijn hart
zwaarder dan anders.
zo ben ik die nacht,
onder het gewicht van mijn hart,
ingeslapen.
bertus aafjeswant wie bemint, neemt ook de droefheid over
die zich in ’t andere, zo geliefde leven
genesteld heeft als schaduw in ’t lover
rutger koplandGa nu maar liggen liefste in de tuin,
de lege plekken in het hoge gras, ik heb
altijd gewild dat ik dat was, een lege
plek voor iemand, om te blijven
roel richelieu van londerselevoorbij de avond heb ik de gebogen tuin gevonden
waar de bomen mager zijn van herfst en van verlangen
ik heb er de kleren van de merel lief
die zwart en eenzaam op het landschap wegen
hier kom ik de zachte gebreken van je leven kleden
met de veren van allen die me verlaten hebben
hier woont de twijfel in mijn handpalm
om overal dichtbij te zijn
het gras is bang
want ik leer struikelen
steve kirchhoff - henri thijs
enkel dit – enkel deze vrijheid
van de dingen in hun wezen,
wat zijzelf niet zijn
maar wel hun gratie.
het geluid van water is niet vloeibaar
maar geluk dat te beurt valt, omdat,
omdat…
de wind is geen kracht, maar
het geluk dat beweegt, de takken
die zweven en buigen, opgezweept
door het geluk, bladeren klimmend,
de roestige hopen naalden en vuil
die composteren, bijeenkoeken,
en vormen en gevolgen voorstellen
van onherstelbare
vreugde.
doe niet maar enkel dit
het geluid van water scherend
over de dingen, een stemmen
van het vitale instrument, nooit gelukt
tenzij in het zijn, in dit tintelen alleen.
geen herkomst, noch aankomst
of vertrek, alleen maar beweging die
niet is, maar die wordt gevoeld, nabij is,
hier is en toch weer niet, een flits,
een steen, een besef van wolken.
ida gerhardtdit wordt ons niet ontnomen: lezen
en ademloos het blad omslaan,
ver van de dagelijksheid vandaan.
die lezen mogen eenzaam wezen.
zij waren het van kind af aan.
hen wenkt een wereld waar de groten,
de tijdelozen, voortbestaan.
tot wie wij kleinen mogen gaan;
de enigen die ons nooit verstoten.
max verharteen spiegelglad meer
aan de rand van de hemel
graast eenzaam een paard
xVreugde en verdriet
ze stromen uit dezelfde bron
ze behoren allebei
tot de volheid van het leven
ze kunnen mekaar niet ontlopen
wanneer verdriet naar je toekomt
kan je alleen maar aanvaarden
en als je huilen moet
dank dan de hemel
voor het geschenk van je tranen
zij zijn de rivier
waarlangs je verdriet
naar de oerzee kan stromen
weer deel wordt
van de grote kringloop van het leven
zij zijn de sleutel
die je hart opent en bevrijdt
en ruimte schept
voor de vreugde van morgen
huil maar wanneer je verdrietig bent
en dank de hemel
voor het geschenk van je tranen.
jovoeen sneeuwklok en een krokus
na de winterslaap
lokt de tuin
edith oeyenis zij die daar zo staat
een argeloze vrouw
die zoekt naar de
eeuwigheid van blauw
of is zij een twijfelaarster
die luistert naar
het zingen van haar bloed
of mogelijk iemand
die is uitgedanst
en wegvlucht uit de realiteit?
wie het ook mag zijn
waar zij zich ook bevindt
in het licht voor haar
ligt nog toekomst
en in de schaduw
achter haar kijken
verleden dagen haar na.
wislawa szymborskaTrue love. is it normal
is it serious, is it practical?
what does the world get from two people
who exist in a world of their own?
placed on the same pedestal for no good reason,
drawn randomly from millions but convinced
it had to happen this way - in reward for what?
for nothing.
the light descends from nowhere.
why on these two and not on others?
doesn\'t this outrage justice? yes it does.
doesn\'t it disrupt our painstakingly erected principles,
and cast the moral from the peak? yes on both accounts.
look at the happy couple.
couldn\'t they at least try to hide it,
fake a little depression for their friends\' sake?
listen to them laughing - its an insult.
the language they use - deceptively clear.
and their little celebrations, rituals,
the elaborate mutual routines -
it\'s obviously a plot behind the human race\'s back!
it\'s hard even to guess how far things might go
if people start to follow their example.
what could religion and poetry count on?
what would be remembered? what renounced?
who\'d want to stay within bounds?
true love. is it really necessary?
tact and common sense tell us to pass over it in silence,
like a scandal in Life\'s highest circles.
perfectly good children are born without its help.
it couldn\'t populate the planet in a million years,
it comes along so rarely.
let the people who never find true love
keep saying that there\'s no such thing.
their faith will make it easier for them to live and die.
prelude tot valentijn