bart stouten
een regendruppel die je ziel weerspiegelt
kristallen in vaders wereldrijk
onnavolgbaar meerdimensionale polyfonie
de donkere kamer die verscheen
de spiegel van arnolfini
bart stouten
een regendruppel die je ziel weerspiegelt
kristallen in vaders wereldrijk
onnavolgbaar meerdimensionale polyfonie
de donkere kamer die verscheen
de spiegel van arnolfini
kahlil gibran
je kinderen zijn je kinderen niet.
zij zijn de zonen en dochters van 's levens
hunkering naar zichzelf.
zij komen door je, maar zijn niet van je,
en hoewel zij bij je zijn, behoren ze je niet toe.
jij moogt hun geven van je liefde, maar niet van je gedachten.
want zij hebben hun eigen gedachten,
jij moogt hun lichamen huisvesten, maar niet hun zielen,
want hun zielen toeven in het huis van morgen, dat
je niet bezoeken kunt, zelfs niet in je dromen.
je moogt proberen hun gelijk te worden, maar
tracht hen niet aan je gelijk te maken.
want het leven gaat niet terug, noch blijft het dralen bij gisteren.
jullie bent de bogen, waarmee je kinderen als
levende pijlen worden weggeschoten.
de boogschutter ziet het doel op de weg van het
oneindige en hij buigt je met zijn kracht, opdat
zijn pijlen snel zullen vliegen.
laat het gebogen worden door de hand van de
boogschutter een vreugde voor je zijn:
want zoals hij de vliegende pijl liefheeft, zo mint hij
ook de boog die standvastig is.
hagar peeters
genoeg gedicht over de liefde vandaag
want al schrijvend heb ik de liefde niet bedreven
het leven laat zich maar al te graag
liever beschrijven dan beleven
luuk gruwezzo ik de vriend was van mezelf,
dan noodde ik mijzelf veelvuldig uit;
ik bracht incognito bonbons en bloemen mee
en ook een beeldig meisje voor de nacht
en zo ik de vriendin was van mezelf
dan zond ik mij soms anonieme zoenen
ontblootte ik de taalrijkdom van dijen
tot aan het wingewest van de begeerte
zo ik mijn vijand was, mij naar het leven stond,
verkocht ik mij een aandeel in het sterven;
dan kwam ik langs - een heer in sneeuwwit pak -
verzekeringen veinzend in het heimwee
maar van mijzelve ben ik niets
mijn kamer is een ballingsoord
dat wel zo groot als heel de wereld is
en met een inboedel van louter lucht
ralph fabri

Vervuld onder de sterren staan
vervulde dag voorbij zien gaan
toch telkens door de vraag ontdaan
waarom?
grasreuk en grond en groenend graan
in banen van ontstaan - vergaan
bezeren je met onvoldaan
waarom?
geschroeid door zon bekoeld door maan
het wisselend groeien ondergaan
van twijfel pijn verdriet en waan
waarom?
schroomvallig langzaam licht breekt baan
leven is onverstoord begaan
met de vervulling van bestaan.
daarom, daarom....
picasso - jan hanlo

Schilders schilderen
wanneer zij 't kunnen
't engelgezicht van
wie zij beminnen
maar ik die niet schilder
wat moet ik beginnen
in lied in muziek klinken
tonen van liefde
die 't luisterend oor van
beminden bekoren
maar ik die niet speel
kan mij niet laten horen
anderen zijn er die fijn kunnen spreken
en schalks en levendig wat zij bedoelen
kunnen vertellen
ik kan 't alleen voelen
want mij werd tot nu toe het lot slechts beschoren
om ver van je weg en in somber verlangen
met onzichtbare draden
aan je beeltenis te hangen.
paul rigolleWie zal zeggen wat ons beweegt
is het de ziel
die stroomt, het mirakel van het hart dat in ons
zeurt en klopt, een specht op een holle boom
is het de geest die men moet geven, de kracht,
de klem van een natuur die ons te boven gaat...
toon hermans\'ik leef\', zei ik, \'ik leef\'
en ik hoorde dat ik het zei
maar plots\'ling dacht ik:\'neen niet ik
maar er leeft \'iets\' in mij...\'
het is dat wonderbaarlijk \'iets\'
dat zorgt dat ik besta
en ik? nou ja, ik ben er wel
maar ach... ik kom en ga
want als mijn \'tikje\' niet meer slaat
dan staat mijn \'ikje\' stop
maar het grote \'iets\' dat blijft en blijft
het \'iets\' dat houdt niet op
en of ik zing of fluit of fiets
rechtop zit in mijn bed
ik voel vanbinnen steeds dat \'iets\'
mij in beweging zet
roel richelieu van londerseleomdat er niemand nadert
wil ik niet meer leven maar vertellen
gerucht zijn in mijn eigen wandelgangen
omdat er niemand nadert
maken de handen van mijn hart
gebaren die ik niet verzwijgen kan
omdat er niemand nadert
weten alleen de planten
waar mijn woorden in goede aarde vallen
wil beckerwieg me zachtjes
op de lentewind
nog even.. en de
vlinders ontwaken
kom.. dans met mij
het voorjaar in
johan-martijn velijnde speelsheid van de kalme snaren
bouwt harmonie tot melodie
in springende triolenparen
bedwongen door haar evenknie
- door noten overmaats vergaren -
spint de syncoop haar eigen harmonie
de klanken komen tot bedaren
een vaste streek verkrijgt de monodie
in overwachte cellotranen
du fubij de dofgroene rivier zijn de vogels nog witter,
bloemen vlammen op tegen grijze bergen
dit is lente: wat je ziet is alweer weg
en welk jaar keer jij terug?
kristien janssenvoor kristien
tranen onder lange wimpers
tranen van de verliefde
naar het hart van de geliefde
druppels van extase,
verrukking
val in de nacht
val uit de bloemen
val uit mijn ogen
en gij, mijn hart, wees
de zachte, rustige stroom
die, rijk van de verleden schat
in lege urnen, een grote trieste
droom volgt naar een zee van
eenzame avonden
bart fm droogben niet geschikt voor dagelijks gebruik
ga voorbij aan liefde; ken lust
en vooral de lasten die dit
gehavend lijf torst, dag op dag
en de vrouw die ik me herinner
was niet jij, maar jij op die heuvel
nabij de zwarte zee, ik weet
je lachen en de wind -
hoe alles aan me voorbij gaat
ook jij, keer me naar
verre landen en terug
vloeit water over stranden.
copyright Bart FM Droog
uit de bundel Benzine (Passage, 2000)
jeanne wesseliuszeven uur en nog geen dag - de nachtlamp
bij de buren schijnt drie tuinen ver
speelgoed op het gras, koper prunusblad.
de kat wil uit – wat is het koud – de
maan spookt glas-in-lood door kale takken
een enkele ster, ver weg verkeer
als het ruisen van nabije branding.
ochtendschemering kruipt langs de huizen
bouwt silhouetten, omspoeld door dunne
wolken reist de maan, onmerkbaar bijna
naar het westen - een licht springt aan,
een merel slaat alarm, de kat komt thuis.
de dag ontwikkelt kleur en leven - een
onontkoombaar keren van het negatief.
jovonacht van de duisternis
wie het duister niet kent
zal het licht niet vinden
atheo l\'apostat
seul face au monde, seul devant soi,
d\'autant plus seul que je n\'y sois pas...
que reste-il alors ?
ne reste que la pure présence silencieuse du réel,
cet arbre qui ondule au vent,
cette eau qui s\'écoule,
ce soleil qui échauffe mon visage,
ne reste que l\'éternité, présent perpétuel de l\'impermanence,
la vérité, l\'éternité, la présence, le silence, le réel... cette table,
y trouver quelque bonheur ? pourquoi pas...
allez jusqu\'au bout de soi, effacement de soi devant le vrai,
oh quel silence ! quelle paix ! quelle plénitude ! quelle béatitude !
aurais-je besoin d\'un autre monde ? d\'une autre vie ?
d\'ailleurs, que reste-il de moi sinon un souvenir ?
shiraishi kazukoik zei: je moet maar weggaan.
ik zei: vanavond wil ik niet met je samen zijn,
je moet maar weggaan.
en snikkend ben je weggegaan:
ik heb geen woning om naar terug te gaan.
ik wreef telkens opnieuw
over het spoor waarmee je, snikkend,
uit mijn hart was weggegaan. de vlekken
van jouw tranen bleven overal in mij vastzitten.
zij waren een vijver geworden.
door het gewicht van deze vijver was mijn hart
zwaarder dan anders.
zo ben ik die nacht,
onder het gewicht van mijn hart,
ingeslapen.
bertus aafjeswant wie bemint, neemt ook de droefheid over
die zich in ’t andere, zo geliefde leven
genesteld heeft als schaduw in ’t lover
rutger koplandGa nu maar liggen liefste in de tuin,
de lege plekken in het hoge gras, ik heb
altijd gewild dat ik dat was, een lege
plek voor iemand, om te blijven