paul celan
STEHEN, im Schatten
des wundenmals in der Luft.
Für-niemand-und-nichts-Stehn.
Unerkannt,
für dich
allein.
Mit allem, was darin Raum hat,
auch ohne
Sprache.
paul celanSTEHEN, im Schatten
des wundenmals in der Luft.
Für-niemand-und-nichts-Stehn.
Unerkannt,
für dich
allein.
Mit allem, was darin Raum hat,
auch ohne
Sprache.
serge van duijnhoventhere is no reason for illusions
but still we want to believe
that life is worthy - we demand more
than we can find. all the rest
remains ideal – even for
whoever lives in wilderniss
only seldom she is found
and always she is lost
in brightness. the place
of individuals remains their
solitude, solaris
solitaris
head bursting out of its skull
brain bursting out of its hulster
my ego has again departed
I is no longer the other
but a multitude of me
unriddle the structures of time
externalise your fears
befriend your neurosis
make sure heaven will lose
its utter sanctity
jac. van hattumgeen dag kan zo beginnen,
als deze dag begon;
ik kwam mijn kamer binnen
en daar was enkel zon.
de klok was staan gebleven,
maar ik vroeg naar geen uur;
de tijd was opgeheven,
daar was slechts licht en duur.
en duur en licht en luister;
de winter was voorbij;
in rouwfloers sloop het duister
en vluchtte weg van mij.
de zon op drup en perel,
viel over knop en tak;
en voor me zong de merel
op buurmans pannendak.
geen dag kan zo beginnen,
als deze dag begon:
ik kwam mijn kamer binnen
en daar was enkel zon.
Linsidemaar in de nachten dwaal ik
tussen rotsen aan het strand
voel de golven van de zee
spelend met wat ribbels zand
een verraderlijk moment
want met al haar krachten
slaat zij haar golven om mij heen
en word ik weerloos geboeid
in mijn sterfelijke eenzaamheid
daar bij de oorsprong
ben ik er toch
en schreeuw mij stil
maar door de wind gedragen
vervaagt mijn stem
en als ik dreig te verdrinken
is daar die glinstering
van het verlossende morgenlicht
dat mij de weg wijst,
terug naar het strand
wat rest zijn druppels
van een gekoesterd verlangen
zilte tranen op mijn huid
maar in de nachten dwaal ik...
* © Linside *
wouter stipser is niets tussen ons
dat is
liefde
sutra nipataas a flower blown out by the wind
goes to rest and cannot be defined
so the wise man freed from individuality
goes to rest and cannot be defined.
gone beyond all images-
gone beyond the power of words
dick hilleniusdrama van het keren van de wind
oost werd west en het gesloten ijs
werd zachter
geuren kwamen vrij, begin van bloei
vandaar misschien mijn droom
verhaal niet, eerder verschuiving van stemmingen
vormloze droefheid plotseling
om een verlies dat lang geleden
zo bevroren werd
nog levend bleek
harmen windremedie
tegen de angst - al wat ik schrijf
weerstaat mijn wanhoop, elke zin
waaraan ik ademloos begin
jaagt mij de stuipen van het lijf.
want op papier ben ik niet bang.
hier gelden vastgestelde wetten
die mij uit razernij ontzetten
en redden van de ondergang.
kunst zet het leven naar zijn hand,
brengt het terug tot dunne lijnen
die zich, tegen verval bestand,
tot het verstilde beeld verfijnen
van windfiguren in wit zand
waarin ik veilig kan verdwijnen.
stefan hertmanskersen en vogels door een kier;
twee stille handen hebben;
denken aan arnolfini en zijn vrouw.
geest kon de ruimte voeden
met het overblijfsel van ontmoeting.
het bliksemt in gods ingewanden;
huiddun je zoet harnas.
nu je hier voor me zit,
nefaste liebste, laat je mij voelen
wat een vroege zomer is,
het luie windje in het groen,
rillen van wondgewreven vleugels
in een rood scharnier.
kom hier, meisje dat minnaars
tekent met een blik.
leen me je pols;
leen me je ogen;
leen me dat achteloze.
want voor de inkt
kan drogen is het
leven niet meer hier.
lentegelukde vissen die weer boven water komen,
en vertellen dat ze honger hebben
twee eksters die samen hun nest weven
twee meesjes die het nieuwe vogelkastje goed bevinden
de neusjes van de hosta\'s die schuchter komen piepen
kikkers en padden die hun jaarlijkse orgie
in de vijver botvieren
de merel in de top van de boom
tegenover mijn venster, zingt zijn mooiste avondlied
voor mij
rainer maria rilkeja ich sehne mich nach dir - ich gleite
mich verlierend selbst mir aus der hand,
ohne hoffnung, daß ich das bestreite,
was zu mir kommt wie aus deiner seite
ernst und unbeirrt und unverwandt.
... jene zeiten: o wie war ich eines,
nichts was rief und nichts was mich verriet;
meine stille war wie eines steines,
über den der bach sein murmeln zieht.
aber jetzt in diesen frühlingswochen
hat mich etwas langsam abgebrochen
von dem unbewußten dunkeln jahr.
etwas hat mein armes warmes leben
irgendeinem in die hand gegeben,
der nicht weiß was ich noch gestern war.
ezra poundlove thou thy dream
all base love scorning,
love thou the wind
and here take warning
that dreams alone can truly be,
for 'tis in dream i come to thee
roel richelieu van londerselewat ik nog leren kan is me vermommen
in een dorp dat ik bewoon
zonder bewoner te zijn
hier zijn de antwoorden tijdelijk en de wegen
niet vlak genoeg om vlug een geluk te bereiken
de manden die ik draag zijn riet en leeg
mijn hoefijzers hangen boven verzegelde deuren
toch moet ik daar mijn echte adem halen
wat ik nalaat is slechts liefde
die voor andere tijden is weggelegd
sylvia plathi shut my eyes and all the world drops dead;
i lift my lids and all is born again.
(i think i made you up inside my head.)
the stars go waltzing out in blue and red,
and arbitrary blackness gallops in:
i shut my eyes and all the world drops dead.
i dreamed that you bewitched me into bed
and sung me moon-struck, kissed me quite insane.
(i think i made you up inside my head.)
god topples from the sky, hell's fires fade:
exit seraphim and satan's men:
i shut my eyes and all the world drops dead.
i fancied you'd return the way you said,
but I grow old and I forget your name.
(i think i made you up inside my head.)
i should have loved a thunderbird instead;
at least when spring comes they roar back again.
i shut my eyes and all the world drops dead.
(i think i made you up inside my head.)
nafiss niamet een vlinderjas
twee goudvissen
en een koffer vol blauw
stap ik de stilte in;
reis rond in de lucht.
af en toe logeer ik bij de wind
wandel ik met de maan
of schommel op een blad.
niets is me afgenomen
behalve alles.
ik reis naar binnen en buiten
dichtbij gefluister en ver van kabaal.
ik reis dromerig naar mijn einde:
het vliegen.
blaise cendrars
la sérénité ne peut être atteinte que
par un esprit désespéré et,
pour être désespéré,
il faut avoir beaucoup vécu et
aimer encore le monde
robert musilieder mens is een kerkhof van zijn gedachten.
het mooist zijn ze voor ons
op het ogenblik waarop ze ontstaan,
later kunnen wij vaak een intense spijt
voelen dat ze ons onverschillig laten
waar ze ons vroeger in verrukking brachten
een stilste uur is nu dat
tussen twaalf en een van onze ziel,
waarin ze uit hun graven opstaan
en elk ons een verloren stuk van onszelf brengt
wij krijgen een ander gevoel van onszelf
en worden stil,
omdat we de onvermijdelijkheid kennen
waarmee ze ons klokslag één
verlaten
bart stouten
een regendruppel die je ziel weerspiegelt
kristallen in vaders wereldrijk
onnavolgbaar meerdimensionale polyfonie
de donkere kamer die verscheen
de spiegel van arnolfini
kahlil gibran
je kinderen zijn je kinderen niet.
zij zijn de zonen en dochters van 's levens
hunkering naar zichzelf.
zij komen door je, maar zijn niet van je,
en hoewel zij bij je zijn, behoren ze je niet toe.
jij moogt hun geven van je liefde, maar niet van je gedachten.
want zij hebben hun eigen gedachten,
jij moogt hun lichamen huisvesten, maar niet hun zielen,
want hun zielen toeven in het huis van morgen, dat
je niet bezoeken kunt, zelfs niet in je dromen.
je moogt proberen hun gelijk te worden, maar
tracht hen niet aan je gelijk te maken.
want het leven gaat niet terug, noch blijft het dralen bij gisteren.
jullie bent de bogen, waarmee je kinderen als
levende pijlen worden weggeschoten.
de boogschutter ziet het doel op de weg van het
oneindige en hij buigt je met zijn kracht, opdat
zijn pijlen snel zullen vliegen.
laat het gebogen worden door de hand van de
boogschutter een vreugde voor je zijn:
want zoals hij de vliegende pijl liefheeft, zo mint hij
ook de boog die standvastig is.
hagar peeters
genoeg gedicht over de liefde vandaag
want al schrijvend heb ik de liefde niet bedreven
het leven laat zich maar al te graag
liever beschrijven dan beleven