daan de ligt
ik draag het eiland altijd op m’n rug.
in nood is het een plek om naar te vluchten,
waar luide leugens dempen tot geruchten.
ik open achter mij de ophaalbrug.
er staat een oude hut om in te schuilen.
verborgen tussen luchtig wuivend riet
ontdooien m’n gevoelens. onbespied
betast ik daar m’n schrammen en m’n builen.
omgeven door een metersbrede sloot,
ben ik in staat de dagen te verdragen.
ik vind er weer de antwoorden op vragen.
voor even waant het schuwe kind zich groot.


