germain droogenbroodt
door dwaallicht
en door zijn eigen spiegelbeeld verblind
dwaalt de mens in ijle leegte
waar is de bron
die helder water biedt
de waarheid, de weg?
germain droogenbroodtdoor dwaallicht
en door zijn eigen spiegelbeeld verblind
dwaalt de mens in ijle leegte
waar is de bron
die helder water biedt
de waarheid, de weg?
manfred chobotschmerzlich gewahre ich
die konturen meines körpers
begrenzen meine einsamkeit
zum nächsten ein raum
von unüberwindlicher distanz
verbohre ich die hände in
meine hosentaschen um mich
eng zu halten in der eigenen
haut
j.a.emmenswat nu de saul van
rembrandt betreft,
mij ontbreekt het wel eens
aan een tulband en iemand
die harp of harpsichord
voor mij speelt,
aan een scepter en
een bescheiden gordijn
waarmee ik tranen kan drogen.
jovoer zijn van die dagen dat het leven zich in al zijn heerlijkheid laat zien
deze ochtend de eerste behoedzame vleugelslagjes van de jonge pimpelmeesjes bewonderd, onder de waakzame blikken van mama en papa pimpel - wat een schattig, zorgzame vogeltjes
deze avond een school van zeker 45 speldekopvisjes in de vijver.... het is me nog niet duidelijk of het goudvisjes of goudwindes zijn..... mijn blauwe reiger zal volgende winter geen honger lijden!
deepak chopraals
je zwakheden hebt,
betekent het niet
dat je zwak bent
maar dat je compleet bent
ari gelderblom
alsof het een harp was die
in zijn hart paste, een droom
van een ding dat mooi was
als een voetstap in het zand
zo gevoelig als gras, zo goed
van vorm als een ei, geheimzinnig
als een spinnewiel of wimper-
kruller, luchtig als turf
vreemd als een sneeuwvlok
lekker als een teruglopende
wekker, zacht als de
luchtbel in een waterplas
helaas: zo gevaarlijk als een vliegenvanger
vincent van gogh

Ik tracht
meer en meer
mezelf te zijn,
vrijwel onverschillig
of men dat
goedkeurt of niet.
j. goudsblommijn beter ik en ik
streden erop of eronder
mijn beter ik bezweek
nu ben ik, goddank, zonder.
jovoafstand
zolang er verbondenheid is
speelt afstand geen rol
waartegen is verbondenheid bestand?
hoelang houdt verbondenheid stand?
tijd eet verbondenheid
creëert afstand
alberto caeiro - a. willemsenvoorbij de bocht in de weg
ligt misschien een plas, en misschien een kasteel,
en misschien alleen de voortzetting van de weg.
ik weet het niet en vraag het niet.
zolang ik op de weg loop en voor de bocht
kijk ik naar de weg slechts voor de bocht,
want ik kan niets anders zien dan de weg voor de bocht.
ik zou er niets aan hebben naar een andere kant te kijken
en naar dat wat ik niet zie.
laten we ons houden bij de plaats waar we zijn.
er is schoonheid genoeg in hier zijn en niet ergens anders.
als er mensen zijn voorbij de bocht in de weg,
laten die zich dan maar bemoeien met
wat er is voorbij de bocht in de weg.
die weg is voor hen de weg.
mochten wij daar ooit komen,
dan zien we wel als we daar komen.
voorlopig weten we alleen dat we daar niet zijn.
hier is slechts de weg voor de bocht, en voor de bocht
is er de weg zonder enige bocht.
xWat ik in ieder geval niet doe,
is me verdiepen
in de notulen van de waan van de dag.
want de geschiedenis mag af en toe ophouden,
de poëzie begint elke dag opnieuw
frank osingade woorden
ze verdampen
maar als stoom
toch even zichtbaar
de echo van stilte
voor jou
liesbeth listals
ik berust
in iets waar ik
niets meer aan kan veranderen
dan valt het lot me
er ook niet meer mee lastig
annette van den boschik wil je vergezellen in je slaap
jou niet delen met de droom
waarin jij mij verlaat en
niets resteert van wat ons bond.
beatrice wetzel
das glück des lebens zu spühren
den moment im lachen versprühen
mit sich und dem leben eins sein
auf einem berg stehen
die hände zum himmel strecken
sich im kreise drehen
mit nackten füssen tanzen
"el condor pasa"
den wind im gesicht
die freude mit liebe teilen
bei einfachen menschen verweilen
den moment in blicken geniessen
die spuren des lebens akzeptieren
werte im moment des lebens sehen
die sonne auf der haut
"el condor pasa"
den wind im gesicht
heinrich heinedu bist wie eine blume
so hold und schön und rein;
ich schau' dich an,
und wehmut schleicht mir ins herz hinein.
mir ist, als ob ich die hände
aufs haupt dir legen sollt',
betend, daß gott dich erhalte
so rein und schön und hold.
daan de ligt
j
het lijkt alsof je heim’lijk om me lacht
plezier beleeft aan een hardvochtig spelen
een minnaar die je nooit zal mogen strelen
en die zo kansloos op een teken wacht
je schepper is een kunstenaar geweest
op zijn palet begon jouw eeuwig leven
zijn hand werd kalm bewogen door de heer
als meester van z’n artistieke geest
hij heeft je zoveel schoonheid meegegeven
mijn teer beminde meisje van vermeer
michel krott

de blauwe vrouw verplaatst
zich uit het doek,
het lege beeld blijft
achter als een wit
en ongeschreven
hoofdstuk in een boek.
de vrouw, licht gebogen alsof zij bidt,
ontvouwt vertraagd haar sierlijk slanke benen
uit de vereeuwiging waarin zij zit.
de blauwe vrouw, bewegend als een stenen
beeld dat uit een roerloze slaap ontwaakt,
is uit het witte droomgebied verdwenen.
in mijn verbeelding groeit zij als een naakt
en willend wezen in een zijden doek;
ik heb haar blauwe dijen aangeraakt.
een vrouw, een blauwe vlek, een vorm die leeft.
zij is de heks die in mijn dromen zweeft.
herman de coninckjezelf, het besef en meteen ook het lef
dat je dat gewoon kunt hebben en er af
en toe een mening van kunt laten zien
of een borst: hoe vroeg begint dat,
en eindigt dat eigenlijk ooit? vrouwen
zijn gemaakt van meisjes, steken op hun
veertigste nog altijd hun tong uit van vijftien,
worden almaar even jong,
kunnen niet niet-verleiden. zoals poezie:
een poes die voorzichtig over een toets of tien
van een piano is gelopen en omkijkt:
heb je dat gehoord? heb je me gezien?
o, de meisjesachtigheid van veertigjarige meisjes,
hoe ze soms willen, soms niet,
maar eigenlijk altijd, als je het maar ziet.
waar is de tijd? hier is de tijd.
daan de ligtik draag het eiland altijd op m’n rug.
in nood is het een plek om naar te vluchten,
waar luide leugens dempen tot geruchten.
ik open achter mij de ophaalbrug.
er staat een oude hut om in te schuilen.
verborgen tussen luchtig wuivend riet
ontdooien m’n gevoelens. onbespied
betast ik daar m’n schrammen en m’n builen.
omgeven door een metersbrede sloot,
ben ik in staat de dagen te verdragen.
ik vind er weer de antwoorden op vragen.
voor even waant het schuwe kind zich groot.