michel krott


de blauwe vrouw verplaatst
zich uit het doek,
het lege beeld blijft
achter als een wit
en ongeschreven
hoofdstuk in een boek.
de vrouw, licht gebogen alsof zij bidt,
ontvouwt vertraagd haar sierlijk slanke benen
uit de vereeuwiging waarin zij zit.
de blauwe vrouw, bewegend als een stenen
beeld dat uit een roerloze slaap ontwaakt,
is uit het witte droomgebied verdwenen.
in mijn verbeelding groeit zij als een naakt
en willend wezen in een zijden doek;
ik heb haar blauwe dijen aangeraakt.
een vrouw, een blauwe vlek, een vorm die leeft.
zij is de heks die in mijn dromen zweeft.


