guillaume van der graft
schrijvenderwijs was ik ingeslapen
schrijvenderwijs werd ik wakker bij nacht
omdat er woorden stonden te blaten
onder het open raam waar ik lag.
wie had hen daar bijeengedreven,
was het de honger of was het de wind?
ze stonden in een beginnende regen
doodstil te kleumen op het grind.
toen heb ik ze mee naar boven genomen,
de grote ruit van de spiegel besloeg.
ik had voordien nooit geweten hoe men
woorden halfslapend naar boven droeg
maar 's morgens vroeg, toen ik ontwaakte
waren ze weg en de deur stond los.
de zon scheen hoog en droog, er zaten
vogels te lachen in het bos.

