leo vroman
het is mij een droom, te ontwaken
door een hand op het haar en de slapen
en de streling van zaaien en rapen
meer dromen te voelen maken;
hoor in het omhullend geruis
van een adem de zee, de wind
op een lang strand, en een kind
ver van het ouderlijk huis –
zij vroeg mij waar we waren.
het was herfst in mijn droom en ook buiten
bewogen zich dorre blaren
door de lucht, en over de ruiten.


